WOUT IN DE VESTE

Zie je het voor je? Wout Weghorst die zijn laatste jaren als profvoetballer alsnog bij FC Twente slijt? Die zijn hele ziel en zaligheid, zoals we dat van hem gewend zijn, in dienst van de Enschedese eredivisionist stelt. Ik denk dat het moment van zijn komst naar de Veste naderbij gekomen is. Immers, hij is aan het eind van dit seizoen transfervrij en bovendien heeft hij bij Ajax geen vrienden meer.

Ga maar na, vorige week kreeg het enfant terrible uit Borne een trap op de enkel van een Fortuna-verdediger. Wout lag op de grond, zijn ploeggenoten had balbezit en voetbalden gewoon door. Wout lag aangeslagen op de grasmat, schreeuwde het uit van de pijn, maar zijn maten schoten de bal niet buiten de lijnen om snel een verzorger bij de gewonde Wout te kunnen laten komen. Hij kwam na een tiental seconden moeizaam in de benen, keek wat rond, zag een aanval van zijn ploeg mislukken en ging weer liggen. Toen het spel wel stopte, kon de staf van Ajax eindelijk aandacht besteden aan de blessure. Je zag het bloed dwars door het enkelverband naar buiten komen. Heftig.

Nu weet ik ook wel, dat Wout geen vriend meer is van de aanhang van FC Twente. Hij wilde anderhalf jaar geleden al komen, bereidde de terugkeer naar zijn geboortegrond achter de schermen voor, maar bezweek voor de aanzoek van Ajax’ baas Alex Kroes. Hij herinnerde zich plotseling dat hij vroeger ooit in een Ajax-pyjama had geslapen en was ineens Ajacied. Dat vonden de Twente-fans niet fijn. In de Veste kreeg hij dat haarfijn te horen via gefluit en bepaald geen vleiende scheldpartijen.

Toch denk ik dat de fans hem dat zullen vergeven als hij eenmaal het Twente-shirt draagt en zich met zijn spreekwoordelijke inzet en ijver voor de FC gaat uitsloven. Wout als opvolger van Van Wolfswinkel. Dat kan, denk ik.
(foto AFC Ajax)

ROMÁRIO KWAM NIET (2)

In de eerste weken van 2004 was ik weer voor familiebezoek in Brasil. Om mijn aardige kennissen Annie en Gerrit Vermeer weer even te ontmoeten, reisde ik ook naar Rio. Tip voor iedereen die naar Brazilië gaat: ga altijd een dag of wat naar Rio, mooiere stad vind je haast nergens.
Maar dat terzijde. Gerrit had me in 1989 geholpen bij de ontmoeting met Romário’s ouders en oud-trainer, zoals ik een week geleden al schreef, en vroeg of ik de kleine crack weer eens wilde interviewen, want het fenomeen was terug in Rio.
Hem interviewen wilde ik graag. Waarom niet. Mooie belevenis en ik was er toch. De doelpuntenmaker was intussen bijna 38 en stond na de nodige wedstrijden bij oa PSV, Barcelona, Flamengo en Valencia sinds een paar jaar bij Flumenense onder contract. Sommige voetbalkenners dachten destijds dat hij wegens blessures en privé omstandigheden gestopt was. Maar Gerrit en ik vernamen dat hij in Juiz de Fora, 180 km ten noorden van Rio, op trainingskamp was met Fluminense om zich voor te bereiden op het nieuwe seizoen. Dat begint in Brasil altijd eind januari.
We reden naar het trainingscentrum in de bergen boven Rio. Het regende hard. Zomertijd is ook regentijd. Maar Fluminense trainde gewoon. We zagen Romário wel meedoen, maar niet fanatiek.
Het regende harder en harder en begon te onweren. Gerrit en ik verhuisden naar het afdak van het kleedkamergebouw. Daar aangekomen, flitste en donderde het zo hard, dat trainer Valdir Espinosa de training stopte.
Lees hieronder hoe het afliep. Het is een fragment uit het sfeerverhaal dat ik bij terugkeer in Nederland voor de TCTub en de GPD-kranten van dit avontuur heb gemaakt.
=Een kostbare dag in de voorbereiding op het nieuwe Braziliaanse voetbaljaar gaat verloren. Valdir baalt. De spelers balen. Zelfs de oude Romário die normaliter niet bekend staat als een liefhebber van trainen, heeft de smoor in. Met het hoofd naar beneden slentert hij het veld af. Naast hem loopt ene Gilson, een junior van 17 jaar. Het zou zijn zoon kunnen zijn.
“Even praten, Romário?”
Hij schudt nee, maar stopt toch. De vraag in het Nederlands heeft hem bereikt. “Kunnen we Nederlands spreken?”
“Een beetje”, zegt de kleine ster.
“Hoe voel je je momenteel?”
“Heel goed.” Zijn kortgeknipte haar, zijn rode voetbalplunje, alles is door en door nat. Hij wil naar binnen.
“Kunnen we straks wat langer praten?”
“Ja”, zegt hij vriendelijk.
Maar ‘straks’ blijkt niet te bestaan. Een strenge manager verbiedt het. Trainer Valdir staat de pers wel even te woord. “Of Romario fit is? Heel zeker. Ik verwacht veel van hem en hoop dat hij met zijn ervaring veel kan betekenen voor de jonge spelers. Hij is nog steeds een idool voor de jeugd.”
Tot zover.
PS Romário zou voor deze club 60 wedstrijden spelen, waarin hij 34 keer scoorde.
Foto Fluminense FC.

ROMÁRIO KWAM NIET (1)

Hij kwam niet. Er is een boek verschenen over Romário de Souza Faria. Het gaat over zijn tijd bij PSV tussen ’88 en ’93 (109 wedstrijden/98 doelpunten). De kleine grote ster van weleer zou deze week in Eindhoven bij de presentatie zijn, maar hij ontbrak. Hij bleef in het zomerse Rio en liet het boek het boek.

Typisch Romário. Ik kan erover meepraten, want begin 1989 reisde ik naar Brasil om de bruiloft van mijn aardige neef Thom te bezoeken. Tevens zou ik voor de Pers Unie (een samenwerkingsverband van regionale kranten) een verhaal proberen te maken over de roots van Romário, die sinds enkele maanden de pannen van het dak speelde bij PSV.

In Rio kreeg ik hulp van de persvoorlichter van Romário’s oude club Vasco. Hij regelde een gesprek met de ex-trainer van de crack en met diens ouders. Prachtig verhaal. Klein, vrijstaand huis aan de rand van een favela. Vader de Souza Faria deed het woord, moeder en zusje keken toe. Als ik moeder iets vroeg, gaf vader antwoord. Zijn vrouw diende hem en mij (en tolk Gerrit Vermeer) slechts af en toe een glaasje water aan te reiken.
Terug in Nederland wilde ik de reportage completeren met een interview met Romário zelf. Afspraak gemaakt op de Herdgang waar PSV traint, op de vrije woensdag, 11 uur. Maar Romario kwam niet opdagen. De uitbater had met me te doen en belde hem. “Hij kan niet komen, hij is moe”, kreeg ik te horen. “Ga naar zijn huis”, adviseerde de man en gaf het adres. Weldam, ik weet de straatnaam nog. Fotograaf Gerard en ik belden er hoopvol aan, maar niemand deed open. Tja, dan maar onverrichter zake terug naar Hengelo.
Nieuwe afspraak gemaakt, precies een week later. Maar hetzelfde verhaal. Geen Romario. In de kantine meldde zich echter opeens PSV’s aanvoerder Hans van Breukelen. Hij had zich nog even laten behandelen door de fysio, vertelde hij. Dan: “Interview met Romário? Hij komt niet? Tweede keer al? Wacht maar. Ik bel hem even.”

Twintig minuten later kwam de ster glimlachend het gebouw binnenwandelen. Het interview kon doorgaan. Technisch-directeur Frank Arnesen was erbij om wat te helpen met vertalen. Hij had in Spanje gevoetbald. Zo werd het al met al een bijzondere reportage, een van de mooiste die ik ooit maakte. (Had ik die krant maar bewaard).

PS Ik herinner me ineens dat ik nog een foto heb genomen van Romário’s ouders en zusje. Gezocht en gevonden. En ik herinner me ook dat ik hem bij het interview in Eindhoven die foto liet zien, waarna hij even emotioneel werd. Ver van huis….
(Zww foto Gerard Hassing, kleurenfoto GE)

FINGERSPITZENGEFÜHL

Zijn naam zingt al een paar weken rond in voetballand. Niet alleen in deze regio. Ook in de randstad of andere delen van het land. Op radio en tv, in voetbaltalkshows en podcasts begonnen de dienstdoende commentatoren met het wonder van Almelo: Hendrie Krüzen. Overal werd hij genoemd en geroemd. De Almeloër die tegenwoordig in Vriezenveen woont, voerde een kunststukje uit. Hij won als hoofdtrainer ad interim vier wedstrijden achter elkaar (waaronder een bekerwedstrijd). Hij voerde Heracles vanuit een kansloze onderste plaats in de eredivisie terug naar het peloton dat zich bevindt op de plaatsen 8 t/m 17.

Wat heeft Hendrie in de thee van zijn spelers gedruppeld toen ze even niet keken? Of heeft hij uitzonderlijke eigenschappen als psycholoog van de koude grond?
Jarenlang reisde hij als assistent van zijn vriend Peter Bosz langs aanmerkelijk grotere clubs. De voormalige topvoetballer was eerst een tijdlang assistent bij Heracles om vervolgens met Bosz topvoetballers te gaan trainen in Arnhem, Tel Aviv, Amsterdam, Dortmund, Leverkusen en Lyon. Daarmee deed hij een boel ervaring op. Uiteindelijk kwam hij terug naar Almelo en was ook daar assistent. De laatste vier wedstrijden moest hij de ontslagen Bas Sibum tijdelijk vervangen. De ploeg hing in de touwen, maar Hendrie pepte ze weer op. Nogmaals, hoe deed hij dat? Ik denk dat het antwoord heel simpel is: fingerspitzengefühl. Hij weet en voelt hoe hij met de bijkans moedeloze jongens om moet gaan. Hoe hij ze weer aan het voetballen moest zien te krijgen. En dat gebeurde. Overal in het land keek men ervan op. Ik zag hem voor de camera’s genieten. En het leuke is, hij kreeg er geen hoogmoedswaanzin van. Als de nieuwe trainer er is, is hij tot zijn grote plezier gewoon weer assistent.

Voorspelling: volgend jaar verbindt hij zich nog eenmaal aan Peter Bosz als co-trainer. Bosz is dan bondscoach. Maar wellicht blijft Hendrie dan tussendoor ook gewoon in dienst van Heracles. Moet kunnen.
(foto heracles)

CHAOS

John Heitinga is uit zijn lijden verlost. Zo mogen we dat noemen. Uit de selectie die de tamelijk onervaren technisch-directeur Alex Kroes bij elkaar geharkt had, wist hij geen solide basiselftal te formeren. Onderaan in het klassement van de Champions League, magere resultaten in de eredivisie, dat is voor Ajax-fans en Ajax-vips ondraaglijk.

Wat ging er mis. Kroes zou algemeen directeur worden, kocht met voorkennis een boel aandelen van de club, kreeg dus het deksel op de neus en werd toen naar de post van technisch-directeur gedirigeerd. Alsof die functie een fluitje van een cent is. Het vraagt om een vakman, om een voetbalman met fingerspitzengefühl. Hij kocht links en rechts wat dure spelers en wat blijkt: de technische staf kan er geen winnend elftal mee creëren. Heitinga exit. Kom maar terug Erik ten Hag (foto). Maar of de Oldenzaler dat wil? Ik betwijfel het. Het kan alleen maar beter gaan, zegt u. Ja, maar Ten Hag is van de processen. Succes boeken, dat doet hij op termijn. En misschien kan hij niks met dit materiaal, koopt er dan in de winterstop nog een aantal spelers bij en moet dan zien of er nog wat van te maken valt.

Wat ik zo raar vind van deze beursgenoteerde roemruchte club met godenzonen en grote monden? Ze doen maar wat. Het is een chaos-club geworden. Van der Sar weg als directeur, maar een adequate opvolger die achter de schermen al klaargestoomd was, was er niet. Idem nadat Overmars, de technische baas, zich misdroeg. Een bijna even goeie plaatsvervanger was er niet. De raad van commissarissen is leeg gestroomd, alleen Danny Blind zit er nog. Met tegenzin. Vervangers zijn nog niet gevonden. Hoe is dat mogelijk?
Farioli weg, Heitinga, zelf oud-Ajacied, moest het overnemen. Vanaf dag 1 zaagden journalisten, Ajax-volgers en soms in het geniep ook spelers aan zijn poten. Na de nederlaag van gisteren tegen Galatasaray was het zo ver. Heitinga moet opstappen, Kroes wil ook weg. Waarvandaan tovert men een wonderdokter die van deze selectie weer een doelpuntenmachine maakt? Ten Hag misschien of anders een ervaren buitenlander. Zoiets.

RIP EGBERT TER MORS

Oud-voetballer Egbert ter Mors is overleden. De technisch begaafde speler uit Enschede is 84 jaar geworden. Hij woonde een groot deel van zijn leven in Boekelo. De laatste tijd nam zijn gezondheid af. Gisteren kreeg hij een hartaanval, waarna hij vandaag in het ziekenhuis in Enschede rustig is ingeslapen.

De Enschedeër was een potentiële topspeler, hij was balvaardig en had veel inzicht. Veel kenners zijn van mening dat Ter Mors meer uit zijn carrière had kunnen halen. Zo had hij volgens hen zeker het niveau van het Nederlands Elftal.

Ter Mors groeide op bij Enschedese Boys. Na ruim 100 wedstrijden stapte hij in 1963 over naar Go Ahead. Met de ploeg uit Deventer verloor de binnenspeler in ’65 de bekerfinale tegen Feijenoord met 1-0. Intussen speelde hij ook enkele wedstrijden voor Jong Oranje en het Nederlands B-elftal.

In de zomer van ’65 maakte hij de transfer naar de kersverse fusieclub FC Twente. Daar scoorde hij op 22 augustus het eerste competitiedoelpunt in de historie van de FC. Dat gebeurde in de thuiswedstrijd tegen Telstar. Ter Mors maakte halverwege de tweede helft de gelijkmaker. De wedstrijd eindigde in 1-1. Hij maakte daarna in 59 wedstrijden nog zes doelpunten.

De Enschedeër vertrok na de twee jaar FC Twente naar Rot Weiss Essen. Toen Twente in ‘67 een oefenwedstrijd tegen deze ploeg had gespeeld, werd hij korte tijd later door een makelaar benaderd voor een overgang naar de gerenommeerde Duitse club. Trainer Kees Rijvers was daar niet tegen. Hij was een fan van de talenten van Ter Mors, maar vond hem te wisselvallig.

In Essen had Ter Mors als een van de eerste Nederlandse voetballers in de Bundesliga een prettige tijd. Hij promoveerde met deze club naar de Bundesliga, samen met spelers als Willi Lippens en Helmut Littek. Ook daar werd Ter Mors een gewaardeerde speler. Veel regionale voetballiefhebbers volgden hem wekelijks via de befaamde Sportschau van de ARD.

Na Essen voetbalde Ter Mors voor De Graafschap en daarna speelde hij nog voor een jaar bij Go Ahead en enkele wedstrijden voor PEC.

Na zijn voetballoopbaan was hij actief in de paardensport als opleider van jonge paarden. Ik sprak hem af en toe. Egbert was een aardige kerel. Terugkijken op zijn loopbaan als profvoetballer deed hij niet graag: ‘Je praat over twee eeuwen geleden. Ik hou daar niet van’, zei hij dan.
Links Egbert ter Mors in actie namens Enschedese Boys. Op de achtergrond Abe Lenstra.

SPERWER

Er vloog een sperwer tegen een raam van ons wooncomplex. Hij had net een merel gegrepen. Hij was behoorlijk groggy. Onze overbuurman vond hem en belde de dierenambulance. Een dierenverzorger behandelde hem liefdevol en nam hem mee. Ik hoop dat hij vandaag alweer ergens biddend in de lucht hing om een muis, merel of rat te scouten en vervolgens te verschalken.

Rest de vraag waar ik vandaag regelmatig over nadacht: hoe kan het dat midden in Hengelo een sperwer tegen een ruit vliegt?
Was hij verdwaald? Hij hoort toch niet in, maar buiten de stad loerend rond te vliegen.
Of lette hij niet op toen hij de merel achtervolgde?
Lokte de merel hem bewust richting ons wooncomplex om vervolgens op het laatste moment op slinkse wijze af te wijken, zodat z’n achtervolger tegen dat grote raam op knalde?
Misschien dacht hij dat de ruit geen ruit was.
Of leidde de weerspiegeling in de ruit van de zon of de wolken hem af?
Zag hij door de weerspiegeling van de ruit zichzelf, raakte daardoor de kluts kwijt?
Als hij maar geen hersenschudding heeft. Of een gebroken vleugel.

Ik denk ook aan sommige kennissen van mij die bij dit verhaal denken: ‘Nou en? Mocht hij het niet overleven, dan niet. Niks aan verloren. Aan zo’n rover.’
(foto Johan Oude Engberink)

BORDEN

Radio 1 had een item over de verkiezingen. Ik was onderweg naar Hengevelde en moest daarna naar Enschede. Zo was ik er helemaal bij, bij volgende week woensdag als we gaan stemmen. Op de Diamantstraat in Hengelo hing de nieuwe bazin van Forum voor Democratie aan de lantaarnpalen. Haar naam was ik kwijt. Maar het gezicht vergeet ik niet meer, want ze hing aan heel veel palen. In Bentelo hadden ze een bord met het hoofd van dezelfde jongedame helemaal boven aan een paal vast getieript, zodat ’s nachts de lamp haar nog eens extra kon belichten. Maar verderop frappeert de plaatselijke fan van FvD mij. Hij heeft in een afgehuurd weiland een gigantisch spandoek geplaatst. In Bentelo. Van FvD dus. Daar waar je CDA of BBB verwacht, op zo’n enorm doek. Nee, ik wil de Bentelose medeburger niet framen, maar vond het toch wel opvallend.

In Hengevelde moet ik altijd wennen aan de manier waarop de bekende familie Schreijer de verkiezingen propageert. CDA-mastodont Annie heeft een bescheiden bord van haar voorman Henri Bontenbal bij de oprit staan en een paar meter verder heeft haar zoon een doek met Iedere Dag BBB Beter in het weiland geplaatst. Wat zou Annie daarvan vinden? Ik denk dat ze stiekem ook een beetje houdt van Caroline en haar partij.

Daarna op weg naar Enschede. Daar is Jimmy Dijk. Hij hangt bij de bushaltes. Mevrouw Bikker van de ChristenUnie lacht me op het lange rechts stuk vanaf bijna elke paal toe. Stiekem mag ik haar wel. Verder lacht Rob Jetten ons ook toe, maar dan wel vanaf een veel luxer billboard. Logisch, hij mocht ruim 2 miljoen uitgeven voor de promotie van D66. De man is zelfverzekerd momenteel. Wat zal het hem brengen?

Bij de UT is de jongedame van FvD terug. Ze mikt op een kansje bij de studenten. Ik mijmer over het nut van al die borden. Bij aankomst zag ik nog een bord met Samen Sterk van de PvdA. Ook een luxere uitgave dan de lantaarnpaalborden. Maar, maakt het wat uit?

KORENBLAUW COLBERTJE

“Zet ze doar ma neer”, zei de man.
“Hier?”
“Joa, dat zeg ik, doar!”
De lange, magere, kale zestiger met zijn kleurloze werkjas keek nauwelijks op van achter de balie van het grote kringloopbedrijf. Ik stond daar met twee vuilniszakken met elf colbertjasjes en nog eens drie andere jasjes. Mijn vrouw IK (ze wil niet met haar volledige naam op FB, vandaar de initialen) en ik hadden ze zorgvuldig geselecteerd. Ik wilde ze eigenlijk niet wegdoen. Vond ze nagenoeg allemaal nog draagbaar. Maar zij vond van niet en dan heb je te luisteren. Er moet ruimte komen in de hangkast.
Het fraaie, ietwat nonchalante, grijze jasje zat erbij. Ik had er mooie herinneringen aan. IK wist nog waar ik hem aan het eind van de vorige eeuw gekocht had en dat ik hem voor het eerst gedragen had op het jubileumfeest van een vriend. Ze heeft een visueel geheugen.

Nog een chic, grijs jasje. “Weg ermee. Is je veel te klein intussen.”

Het korenblauwe colbertje was mijn favoriet. Ik droeg het vaak en wilde het niet missen. “Je kocht het toen onze vorige buren trouwden.” Zoals ik al zei, IK heeft een visueel geheugen. Ze ziet het jasje en de herinnering dirigeert haar naar het feestzaaltje van toen. Die buren zijn overigens alweer jaren uit elkaar, maar het prachtige jasje had ik nog.

“Kijk naar de kraag, zie de binnenkant”, zei ze. “Dat kan echt niet meer.” Ik zuchtte diep en daar ging het korenblauwe jasje.

Het donkergroene zomerjack? Dat kan toch nog wel? “Nee joh. Die moet echt weg”, gebood IK. Want het is bijna versleten en ook nog eens uit de mode. Je kunt daar niet meer mee lopen….

Kortom, er was geen houden aan.

Met behoorlijk veel tegenzin reed ik naar de kringloop, werd naar een speciale balie gestuurd, waar een lange zestiger zonder op te kijken, zonder in de vuilniszakken te kijken, zei: “Zet ze doar ma neer”.

ZERROUKI

Wonderlijk iets. Ik luisterde naar een paar podcasts (Telegraaf en Hard Gras), ik keek naar tv-programma’s en hoorde overal dat Ramiz Zerrouki afgelopen weekend het licht had gezien. Tegen Sparta speelde hij inderdaad goed en scoorde een magnifiek doelpunt. Hij speelt goed en is weer waardevol voor FC Twente. Maar volgens Valentijn Driessen moest hij nu niet ineens praatjes gaan krijgen, hetgeen hij geproefd had in wat reacties van Zerrouki zelf. Dat viel mee, vond ik zelf. De middenvelder gaf hier en daar een zelfbewust antwoord. Dat mag toch.

Hugo Borst vond dat tussenpaus Van den Brom nauwelijks invloed gehad kan hebben op het goede spel van Twente op het Kasteel. Zerrouki (foto) en overigens heel FC Twente speelde volgens hem heel goed positiespel, omdat de ploeg daarvoor de kwaliteiten bezit. Joseph Oosting moet daar volgens Borst de credits voor hebben. ‘Ze hadden hem niet moeten ontslaan’, was zijn conclusie. Niettemin had hij genoten van het spel van de Tukkers en plaatste daarbij de nodige kanttekeningen bij het spel van Sparta dat veel te veel ruimtes prijs had gegeven.
Henk Spaan vulde aan dat FC Twente geen degradatiekandidaat is. Opzienbarende opmerking van deze collega.
Ikzelf genoot ook afgelopen vrijdagavond. Mooi dat het weer eens lekker liep. Dat Zerrouki goed speelde was evident, maar dat deed hij ook tegen NAC al. Kijk de eerste helft van die wedstrijd maar eens terug. Ook tegen PSV speelde hij al aardig. Maak je geen zorgen over hem. Ik beken dat ik vroeger ook al een fan van hem was. Ballen veroveren en passen deed hij altijd al goed, maar bij Feyenoord heeft hij sneller leren spelen, hij maakt slimmer en vlotter zijn keuzes en zal zsm een van de steunpilaren van de ploeg zijn.
Sommige fans van de FC zijn intussen in een mum van tijd in een soort van euforie geraakt. Eerst maar eens kijken hoe het vrijdagavond gaat tegen Fortuna. Hlynsson en Weidmann worden steeds beter, Ørjasæter ook, enzovoort enzovoorts. Dat denk ik wel. Laten we echter pas na tien wedstrijden bekijken waar de FC uiteindelijk zal gaan eindigen. Niet te snel oordelen, zeg ik tegen de fans en alle collega’s die al weken menen te weten hoe het in de eredivisie gaat aflopen. Feyenoord kampioen, PSV is chaos, Heitinga kan er niks van en zo verder. Geduld!
© Copyright - Gijs Eijsink Tekstenetcetera