SNIPPERDAG
Johan Oude Lenferink was een zeer goede wielrenner uit de glorietijd van De Tubanters. Hij is 84, komt uit Hengelo en woont samen met zijn vrouw Giny in Gildehaus. Ja, en Giny is dan weer een zus van wijlen de broers Henk en Jan Scheuten en een dochter van Jan senior die voorzitter was van De Tubanters. Jaren vijftig.
Terug naar de eind jaren vijftig. Johan reed de Ronde van Warendorf in Duitsland. Hij was in topvorm en had op enig moment drie ronden voorsprong. “Mijn schoonvader Jan Scheuten sr stond langs de kant en werd met de ronde enthousiaster. Ga door, riep hij, je kunt een gasfornuis winnen. Ik schrok en kneep meteen in de remmen”, vertelt Johan. “Wat moest ik met een gasfornuis? Zo’n ding moet je aangeven als je bij de grens komt. Ik ben afgestapt. Het idee om dat apparaat meteen na afloop te verpatsen, kwam niet in me op.”
Niemand minder dan Jan Janssen won. Johan eindigde als twintigste. (Er waren meer coureurs uit de regio. Zie onderaan de uitslag.)
Maar toen. Toen meldde Johan zich de andere dag weer bij Hazemeijer. Hij mocht meteen doorlopen naar de afdeling personeelszaken, alwaar hij prompt zijn ontslag kreeg met onmiddellijke ingang. “Maar nog dezelfde dag had ik alweer een baan bij Machinefabriek Tesink.”
Johan fietst nog lang door. Was ook lange tijd veteraan en deed in 1984 nog mee aan het WK in Sankt Johann. In 1985 viel hij tijdens de training in Rijssen. Schedelbasisfractuur, vier dagen in coma, langzaam herstel. Einde wielercarrière.
1. Jan Janssen, Nootdorp, 120 km in 2.50.24; 2. Arie den Hartog, Zuidland; 3. Mik Snijder, Halfweg; 4. Piet van Hees, Hoogerheide; 5. Jo de Waard, Rijsoord; 6. Wim van Smirren, Amsterdam; 7. Cees van Amsterdam, Breda, in 2.51.14; 8. Jac. van den Klundert, De Heem; 9. Rini Roks, Bosschenhoofd; 10. Cees Lute, Castricum; 11. Jan Hermes, Berkel; 12. Wim Dieperink, Barchem; 13. Adri van Haren, Puttershoek; 14. Nico Walravens, Den Bosch; 15. Leo van Dongen, Made; 16. Roel Hendriks, De Wijk; 17. Piet Schreur, Wolvega; 18. Miel Verstraete, Eede; 19. Dick Groeneweg, Numansdorp; 20. Johan Oude Lenferink, Hengelo; 21. Jan Stolk, Zwijndrecht; 22. Lex van Kreuningen, Utrecht; 23. Jan Stolk, Rotterdam; 24. Bert Boom, Enter; 25. Ben Doldersum, Hengelo, allen in dezelfde tijd als nr. 7. Cees van Amsterdam.
In mijn belangstelling voor de wielersport heeft Henk Nieuwkamp een belangrijke rol gespeeld. Als jongen van een jaar of 12, 13 ging ik af en toe bij wedstrijden in de buurt kijken. Neede, Goor, Delden, Hengelo, Nijverdal, overal waar gekoerst werd, ging ik kijken. Soms mocht ik met een buurman mee achterop de brommer. Hij was collega van Gert Zwienenberg, ook een bekende coureur.



Omdat ik toch in de buurt was, ging ik vorige week weer even bij plaatsgenoot Jan Roesink (89) langs. Ik had een uitslag in mijn archief gevonden van de Ronde van de Hengelose Tuindorpvijver in 1951. Jan was daarin als derde geëindigd. Hij herinnerde het zich nog goed, want het eerste wat hij zei is dat hij die wedstrijd had moeten winnen. Zoals veel wielrenners zeggen die net niet gewonnen hebben. Als, als, als. Toch moet ik Jans uitleg nog even doorgeven. Ik dacht daarbij aan Jasper Philipsen, de Belg die vorige week meende een Touretappe gewonnen te hebben. Hij had niet gezien dat Van Aert er vandoor was gegaan.
