HOED AF VOOR JAN

Hoeveel berichten zijn er wel niet gewijd aan een mogelijke overgang van Ramiz Zerrouki van FC Twente naar Feyenoord? Maar hij ging niet. Jan Streuer (foto), de man die er bij FC Twente over gaat, zei NEE. En als Jan nee zegt, zegt hij nee. Zo is hij. (Hoewel er natuurlijk een mega-bod had kunnen komen waarop hij wel JA had moeten zeggen, zo is de voetballerij dan ook weer wel. Zie de verkoop van Sarr bij Heerenveen.)

Ik zeg: Hoed af voor Jan. Hij hield zijn poot stijf. En wat ook meespeelde, is de rol van het bestuur cq de penningmeester. Ik weet niet eens zo gauw wie het is, maar de bewuste man heeft niet aan de bel getrokken, terwijl hij die acht miljoen graag had bijgeschreven, zoals iedere vaderlandse profclub – op Ajax na – zulke miljoenen niet gauw laat lopen.

Technisch-directeur Jan denkt in het belang van de FC, van de fans, van de situatie op de ranglijst van de eredivisie. Kampioen wordt de FC waarschijnlijk niet, maar bovenin eindigen is van cruciaal belang. Logisch dat je dan een van je beste spelers vast houdt. Hij heeft met zijn volle verstand een contract getekend en met het verstand van zijn zaakwaarnemer erbij. Vlak die laatste niet uit. Die is natuurlijk blijven flirten met de Rotterdammers. Balletje opgooien, nog eens een balletje opgooien en weer een balletje opgooien. Belletje met Jan, nog eens een belletje met Jan en weer een belletje met Jan. Je kunt Jan ’s nachts om half vijf wakker maken en hij dreunt binnen een seconde het telefoonnummer van die gretige zaakwaarnemer foutloos op.

Respect ook voor Zerrouki die desondanks prima bleef spelen. Afgelopen zondag ook weer, nota bene tegen Feyenoord zelf. Crosspasses op maat, balletje afpakken, net op tijd rugdekking geven op een plek waar hij eigenlijk niet hoefde te zijn, openingen bedenken in de defensie van de opponent, medespelers moed inpraten en ga maar door. Jan Streuer is een baas, Ramiz is ook een baas. Komende zomer gun je zo’n jongen een prachtige transfer en intussen heeft Streuer een opvolger gevonden. Of heeft hij die nu al in het vizier?

Zoals ik al eerder zei: Weg met die transferperiode in de winter. Wat een gedoe, wat een onzekerheid en vooral wat een enorme competitievervalsing. Vraag dat maar aan Ruud van Nistelrooij, die het kampioenschap kan vergeten.

VLAGGEN

Zie ze lekker strak aan de mastjes wapperen in de gure wind. De omgekeerde vlaggen van de boeren doen hun werk en hebben intussen zoveel invloed dat zelfs de Belgen het spoor bijster zijn. Ook zij presenteerden onze vlag omgekeerd, zoals gisteren te zien was bij het bezoek van premier Rutte.
Deze vlaggen hangen overal langs de weg tussen Hengelo en Haaksbergen. Soms aan beide kanten van de weg. Tientallen vlaggen. Enorm stukje huisvlijt. De stokken zijn sterk. Minpuntje is de kleur blauw. De vlaggen lijken meer op die van Luxemburg. De Beckumse en Haaksbergse boeren hebben de verkeerde kleur blauw gebruikt. Het moet kobalt zijn. Maar dat zal de boeren worst zijn. Mij eigenlijk ook.
Intussen is hun boodschap bekend. De vlaggen mogen dan ook wel weg wat mij betreft. Voor nog meer instanties gaan geloven dat onze vlag veranderd is in blauw wit rood.

TIENTJE (4)

Even terug naar de jaren tachtig. Ik woonde in Lichtenvoorde en voetbalde in Longa’30 5. Leuk elftal, sympathieke boys. Na een paar trainingen in een nieuw seizoen zei onze leider Bertie dat er nog een nieuwe speler bij zou komen. Ene Joost, 18 jaar, woonde sinds kort in Lichtenvoorde, nadat hij een tijdje in het jeugdinternaat in het naburige Harreveld had gezeten. Hij zou volgens hemzelf goed kunnen voetballen. Bertie had een plekje over. Net voor de eerste wedstrijd trainde Joost een keertje mee. Magere jongen, pokdalig uiterlijk. En inderdaad, hij kon een bal stoppen, kon een pass geven, maar had de conditie van een wijkagent, zoals Willem van Hanegem heel vroeger ooit eens zei toen hij een scheidsrechter kapittelde die niet al te snel was.

Joost ging die zondag meteen mee naar de eerste wedstrijd, uit bij vvVossenveld (Winterswijk). Hij nam plaats bij mij in de auto. Hij stond in de basis. Bertie zei erbij dat hij alleen de eerste helft zou spelen.
In de rust kwam hij hijgend en puffend naast me zitten. De eerste 45 minuten van zijn carrière bij Longa 5 waren zwaar geweest.
“Ik heb mijn portemonnee vergeten. Heb jij alsjeblieft een tientje voor mij”, vroeg hij, onderwijl een shaggie draaiend. “Krijg je dinsdag voor de training terug. Ik wil na het douchen eerst even wat te drinken halen in de kantine, heb gruwelijke dorst.”
Ik voelde in mijn zak, had geen tientje en gaf hem een geeltje. “Geef me na de wedstrijd het wisselgeld maar even terug”, zei ik.
“Oké”, zei Joost, “kun je van op aan.”
Wij speelden de tweede helft, wonnen met 2-0, douchten ons, kleedden ons om en gingen naar de kantine. Ik keek rond. Geen Joost. Ik zocht verder in het Vossenveldse clubhuis. Geen Joost. De vogel was gevlogen. En – nou komt het – we hebben hem nooit meer teruggezien.

FEYENOORD OF AZ

Het was een steenkoud fietstochtje naar de Veste gisteren, maar het was de moeite waard. FC Utrecht had niks in te brengen. Dat is best vreemd, want er lopen oud-internationals in zoals Dost, Younes en Viergever en andere goeie eredivisiespelers. Viergever was trouwens prima bezig, maar zijn maten niet. FC Twente was niet groots, maar veel beter.

Opnieuw was het opvallend dat de FC moeite heeft met het creëren van kansen en vooral ook met de afronding. De beide doelpunten werden gescoord door de goed presterende buitenspelers Černý (foto) en Misidjan. Van spits Ricky van Wolfswinkel werd weinig vernomen. Hij wint weinig duels en als hij de bal had, deed hij zelden wat spitsen moeten doen. Ik heb het al vaker gezegd, de FC heeft een betere centrumspits nodig of Van W moet snel in topvorm zien te komen.

De verdediging is zeer goed. De mannen hielden soeverein de nul en hebben pas negen tegengoals.
Ramiz Zerrouki was weer uitstekend, alsmede Mathias Kjølø. Michel Vlap, de derde middenvelder, was onzichtbaar.

Maar dan het volgende. Ik sprak in de rust net nadat Václav Černý de 1-0 had gescoord, een paar bekenden die mij toevertrouwden daat de FC kampioen gaat worden. “We zijn op de helft. Het kan alleen maar beter gaan”, aldus de luidste spreker van het drietal. Je hoort en leest het meer. De FC zou meedoen om de titel. Meedoen wel, maar kampioen worden? Nee, dat denk ik niet.

Dan moet het beter, dat schreef ik hierboven zojuist, dan moeten de mannen doe op cruciale plekken staan, zoals Van W en Vlap , veel beter spelen. De titel gaat derhalve niet naar de FC, ben ik bang. Wie dan wel? PSV heeft het kampioenschap verkocht, Ajax is chaos en de FC komt dus dit jaar nog tekort. Blijven over: Feyenoord en AZ. Tussen die twee zal het gaan. Ben zelf ook benieuwd of dit klopt. Woensdag (uit naar Vitesse) en zondag (thuis tegen Feyenoord) zullen we zien of deze opvattingen hout snijden.

TIENTJES (3)

Ik sluit even aan bij de twee recente verhalen van Paul Abels op FB. Hij gaf twee keer over een tientje weg aan een arme sloeber. Bijzondere ervaringen. Net als deze van mij.
Het moet een jaar of achttien geleden zijn dat de bel ging van ons (vorige) huis. Ik opende de deur en keek een Nederlander in de ogen wiens (voor) ouders afkomstig zijn uit het oostelijke Middellandse Zee gebied. Vriendelijke ogen, sympathiek hoofd.
Hij vertelde me dat hij om de hoek stond met zijn auto die geen meter meer vooruit wilde, omdat de benzine op was. Of ik hem een tientje kon lenen. Hij zou het de volgende dag terugbrengen, omdat hij dan toch weer naar Hengelo moest. Kwam bij, zei hij, dat hij toevalligerwijs zijn pinpasje aan zijn vrouw had uitbesteed. Kortom hij zat in hevige nood.
Ik zei hem dat ik er vanuit ging dat hij het tientje morgen inderdaad terug zou brengen. Zou hij zeker doen.
Hij kreeg het geld en ging.
Terug in de kamer vroeg mijn vrouw in aanwezigheid van de kinderen wie er aan de deur was.
“Een meneer die een tientje wou lenen”, zei ik en voelde een vreemd soort gêne over me heen komen.
“Hoezo?
“Hij stond hier om de hoek zonder benzine.”
“En jij hebt hem dat tientje gegeven?”
“Ja, hij brengt het morgen terug, want dan moet hij weer in Hengelo zijn”, zei ik en kroop virtueel onder een deken van schaapachtigheid, zeker toen ik de gezichten van vrouw en kinderen zag.
Mijn vrouw rolde met haar ogen en liep naar de keuken. Ik zag nog net een leep lachje op haar mond verschijnen. Mijn kinderen keken me aan en hadden ook zo hun gedachten.
De andere dag kwam de man niet terug. De dagen erna ook niet, je raadt het al.
In de afgelopen jaren was er nog wel eens een gezinslid dat mij vroeg of hij al geweest was. Altijd leuk, die vraag. Onlangs nog. Ik antwoordde: “Waarschijnlijk wel, maar ik kan dat niet weten, want we zijn verhuisd.” Pfff.

DAVID CROSBY RIP

We zaten op een ochtend in Londen op de trappen van Piccadilly Circus. In de zomervakantie van 1964, denk ik. Mooi weer. Uurtje of 11. Mijn maat Ton en ik. Beiden jonge tieners. In afwachting van een paar andere maten waren we daar even gaan zitten om te kijken naar het rond razende verkeer en naar alle andere bezienswaardigheden van het beroemde plein wat eigenlijk een verkeersknooppunt is.

Opeens kwamen er een politieauto aan, twee vrachtwagentjes met dranghekken en een bestelbus met camera’s en kabels. Rondom ons werd alles afgezet. De drie dames naast ons wilden weggaan, maar een vriendelijke man vroeg hen om te blijven zitten. Kortom, wie er al zaten – wij dus ook – moesten blijven zitten als levend decor voor televisieopnames, zo vertelde de man. Wat gaat hier gebeuren? Waar zijn wij zo meteen getuige van?

Even later verschenen er twee taxi’s. De jongelui die eruit tevoorschijn kwamen, werden gedirigeerd in de richting van de trappen waar wij zaten en gingen pal achter ons zitten.
“Wie zijn jullie?” vroeg Ton.
“We are the Birds”, antwoordde de jongeman met een rechthoekig zonnebrilletje.
The Birds? Huh, the Byrds dus…
Ik keek nog eens wat beter achterom en keek hem aan, een lid van The Byrds. We spraken even met hem en zijn buurman (de anderen zaten een treedje hoger), waarna de regisseur van de opnames het heft in handen nam, vertelde dat de BBC opnames ging maken en hier en daar wat mensen verzocht ietsje te verschuiven. Wij mochten blijven zitten. The Byrds zaten pal achter ons. Terwijl wij een gesprekje aanknoopten met de man met het zonnebrilletje, begonnen de opnames al. Ze werden alle vijf even kort geïnterviewd.

Die avond of in de dagen erna is dat allemaal uitgezonden op de BBC. Nooit gezien verder. Een tv-debuut dat we zelf nooit gezien hebben. Jammer. Natuurlijk zocht ik later even op wie die Byrd was met dat brilletje met wie we gezellig hadden zitten praten over hun toernee en over hun grote hit Mr Tambourine Man. En dat was David Crosby. Ja ja. En naast hem zat Gene Clark, ook een fameuze Byrd, zij het slechts een paar jaar.

Clark is al jaren dood. Crosby is dat nu ook. Dat hij na een buitengewoon goed besteed leven en een lange ziekteperiode, moge rusten in vrede. Ik zal het korte gesprekje dat ik met hem had, nooit vergeten. Helaas hebben we geen foto.

Foto’s: The Byrds met vlnr David Crosby, Gene Clark, Michael Clarke, Chris Hillman, Jim McGuinn.
De foto hieronder is een dag later genomen op dezelfde plek.