42 | WERELDUURRECORD

Heb je verloren, dan wil je revanche. Je wilt genoegdoening, je wilt laten zien dat je wèl de sterkste bent. Ook vijftig jaar geleden had je al topsporters met dat soort plannen. Was je wereldkampioen geworden, dan wilde je even stoom afblazen, maar dat kon niet te lang. De sporttas moest snel weer gepakt, want je moest naar de revanchewedstrijden. De verliezers wilden graag iets rechtzetten. “Dat was een leuke tijd”, zegt Bert. “De spanning was intussen een beetje weg bij ons renners en bij de gangmakers.”
Na het WK zag stayer Bert dus zijn opponenten terug op de Europese wielerbanen bij de revanchewedstrijden. “Daar probeerden we dan de wereldkampioen te kloppen. En in ’69 wilden ze mij kloppen, nadat ik de titel in Brno had gepakt.”
Niettemin won Bert dat jaar in Apeldoorn. Cees Stam werd tweede. “Daar waren de omstandigheden anders dan in Amsterdam in het Olympisch Stadion. Daar reed Cees met Stakenburg die elke centimeter van die baan kende. Ik reed op kleine banen als Apeldoorn en Alkmaar meestal goed. Op de relatief kleine baan in Bielefeld wilde Cees me drie ronden voor de finish inhalen. Maar ik versnelde zelf nog en liet hem achter me. Na afloop zei hij: ‘Heb je het gehoord? Je hebt het werelduurrecord verbroken’. Waarschijnlijk heb ik daar harder dan zeventig gereden.”
Op het WK in 1971 eindigden Gnas en Podlesch voor Bert die met brons genoegen moest nemen. “Maar bij de revanchewedstrijden heb ik ze bijna overal in Duitsland geklopt”, grijnst hij. “Dat kwam ook omdat ze elkaar niks gunden. Daar kon ik handig gebruik van maken. Podlesch noemde men de stier. Hij dacht dat hij dwars door een muur kon fietsen. Gnas was een slimme en aardig jongen. Hij kwam uit Bayern als ik me niet vergis. We reden in Berlijn, Dortmund, Stuttgart, Neurenberg, Bielefeld. In België in Antwerpen en Gent en in het Zwitserse Zürich. In Nederland kwamen we naar Apeldoorn, Amsterdam, Alkmaar en zelfs in Oudenbosch, waar toen nog een baan was. De Spaanse renners waren er ook vaak wel bij, maar daar was het beste wel af. Al met al werden die wedstrijden ook gehouden ter vermaak van de wielerliefhebbers die eropaf kwamen. Ze wilden de wereldkampioenen graag zien rijden.”
Bert vertelt dat de revanchewedstrijden ook in financieel opzicht goed te doen waren. “Je kreeg een redelijk startgeld, reiskosten, prijzengeld en zakgeld. Dat was allemaal al van tevoren bekend, maar desondanks wilde je zo’n wedstrijd winnen”, zegt hij.
Tot slot wijst Bert nog op de derny-wedstrijden (foto) die destijds in eigen land behoorlijk vaak gehouden werden. “Ik herinner me in de regio de wedstrijden rond de vijver in Hengelo, in Neede, Delden en ook elders in het land. Mooie tijd.”

Voorbeeld van een blogpost

Dit is mijn blogpost. Een erg boeiende tekst, mag ik wel toevoegen.

Sportieve kortetermijntoekomst

Als je naar de jaarlijkse kampioensreceptie van HSC’21 moet, mag, of gaat, dan moet je zitvlees hebben. Er stonden deze keer zestien sprekers op de lijst. De sessie verwerd dan ook tot een mix van saaiheid, verbazing, kolder en humor. Twee uur duurde de sketch voor vijftien mannen en één vrouw.
Voorzitter Harrie Menzing wilde slim zijn met B&W in de zaal en anderen die erover gaan. Hij begon zijn welkomstwoord met boze woorden over de mislukte renovatie van het hoofdveld en bovendien wil hij een kunstgrasveld. ‘De maat is vol.’ (Sterk begin, Harrie!)
Even later: ‘Dit kan ik wel zeggen, maar het helpt toch niet.’ (Zwak, zeg het dan niet.)
Burgemeester Loohuis sprak: ‘Overal waar ik kom, word ik gefeliciteerd met jullie succes.’ Hij overhandigde echter een enveloppe met hetzelfde bedrag erin dan vorig jaar.
Dat snap ik dan niet. Kom dan met een waardig cadeau voor die goede ambassadeurs van de gemeente. Word eens creatief, burgemeester. (Ik neem het nu duidelijk even op voor HSC.)
Wethouder Roetenberg sprak namens de stichting waaronder het sportpark ressorteert. Eén term uit zijn speech: sportieve kortetermijntoekomst.

Nog meer wonderlijke citaten:
Ate Brunnekreef namens de KNVB: ‘HSC heeft ook een stukje taak in de regio.’
Joop Visscher, SEO: ‘Het lijkt een jaarlijkse traditie te worden dat we hier jaarlijks verschijnen.’ En: ‘Goede luistervinken zullen wel gemerkt hebben dat ik dezelfde toespraak hou dan vorig jaar.’
Frans van der Zand, vertegenwoordiger hoofdklasse C: ‘Ik ga de KNVB verzoeken om jullie te plaatsen in de een of andere Europese competitie. Is het overigens waar dat Looms weggaat? Ja? Oké, blijf dan maar in de hoofdklasse.’
C.H. Prummel, Koninklijke UD: ‘Wat moet ik geven aan zo’n rijke vereniging? Daarom bied ik de wedstrijdbal aan voor aanstaande zondag als jullie tegen mededegradatiekandidaat Hoogeveen spelen.’ (Handige zet, heer Prummel.)
Ronald Brinkerink van hoofdsponsor Brein: ‘Slecht nieuws, Bon Boys dreigt kampioen te worden, dus jagen ze hier op Scholtenhagen op loslopend wild.’ (Voor de duidelijkheid: Bon Boys is een derde klasser die ook uit Haaksbergen komt.)
Hendrie Bronsvoort, de trainer van de kampioen: ‘Hint voor het scheidsrechterstekort. Ik heb een man in het elftal die tijdens elke wedstrijd goede tips geeft aan de scheidrechter. Komend seizoen is hij zondags vrij.’ (Hij doelde op Erwin Looms die overstapt naar de zaterdagclub Excelsior’31.)
Voorzitter Morsinkhof van de supportersvereniging: ‘Pasen is altijd veertig dagen na carnaval. Maar ik leer de kinderen dat Pasen altijd een week na het kampioenschap van HSC valt.’
En: ‘Sepp en Looms gaan uit elkaar. Gelukkig hebben ze geen kinderen, want die worden altijd de dupe.’

NB Goed nieuws voor de concurrenten van HSC. Van de supporters kregen de spelers een paar klompen in plaats van nieuwe voetbalschoenen. Erwin Looms kreeg er een paar zwarte voetbalkousen bij.