VAK 116

FC Twente – Hammarby IF (1-0), een wedstrijd met fenomenen die je liever niet meemaakt. De Zweedse fans die maling hadden aan het eerbetoon inclusief een korte minuut stilte voor de twee recent overleden oud-voetballers van het beschaafde soort, Theo Pahlplatz en Dais ter Beek. Na afloop konden we getuige zijn van een veldslag in Vak 116 met veel Twentse en – naar men zei – Schalke fans.

De vijftig, zestig jongemannen met hun capuchons vielen de Zweden in dat vak op de hoofdtribune massaal aan. Al twee dagen hadden ze diverse potjes adrenaline op het fornuis staan. Met hun optimaal opgefokte karakter gingen ze op de Zweden af, waarvan een aantal zich provocerend gedroeg. Waren de knokkers voor het voetbal gekomen? Wilden ze ervaren hoe Jozef Oosting, de nieuwe coach van de FC, zijn formatie liet spelen? Wilden ze zien wat het elftal zonder de vleugelspelers van vorig jaar – Cerny en Misidjan – en zonder Ramiz Zerrouki kon laten zien aan een vol stadion?

Nee dus. Ze wilden knokken. Het gif moest eruit. Ik zag jonge gasten van 16 jaar die mannen te lijf gingen die met hun zoontje een lekker voetbalavondje wilden meemaken. Triest.
Na afloop zag ik in de hal hoe een tweetal EHBO’ers zich ontfermden over gewonde man. Zijn zoon van een jaar of elf stond er beduusd naar te kijken.

Natuurlijk zijn er intussen foto’s en filmpjes waarop sommige vechtersbaasjes goed herkenbaar zijn. Ik vroeg me af of de ouders hun vechtende puberzoon gezien hebben. En of die ouders zich dan vertwijfeld realiseerden dat er iets in de opvoeding niet goed was gegaan.
Moge de FC ze een stadionverbod opleggen en wellicht zijn er nog meer straffen te bedenken voor het knokkende rapalje.

FC Twentes naam werd bezoedeld. De club krijgt straf, geldboetes. Duizenden onschuldige fans worden gestraft als de Uefa de FC een thuiswedstrijd zonder publiek zal laten spelen. Wat jammer allemaal.

19 | EEN HORK VAN EEN PLOEGLEIDER

1986. Jos was Nederlands kampioen bij de profs geworden en ging naar de Tour. Hij had de wind in de rug, de zon stond hoog aan de hemel, want ploegbazen met dikke portefeuilles meldden zich bij de Wierdense klasbak voor een gesprek. Meteen in de week na het NK kwam ploeggenoot Eddy Planckaert bij hem: ‘Jos, ik heb een aanbieding van een nieuwe Belgische ploeg, ADR genaamd. Ga je mee met mij? Laten we jou eens vertellen wat de plannen zijn.’

Een paar dagen later reed Jos naar een plaats aan de Belgische kust en luisterde naar de voorstellen van Planckaert cs. “De miljoenen Belgische francs vlogen me om de oren”, weet Jos nog goed. “Ik zou er twee ton op vooruit gaan in vergelijking met de ploeg van Post en ik kreeg de nieuwste Mercedes.”
Het gesprek bleef niet erg lang geheim. Jos kreeg de volgende dag al telefoon van Peter Post die gehoord had van de afspraak met ADR. “We waren gesignaleerd in een eetgelegenheid…”
De Ronde van Frankrijk begon. Na een paar dagen staakte de zwaargewonde Jos de strijd, zoals al eerder is beschreven in deze serie. Thuis kreeg hij telefoon van Piet Bos die ploegleider was bij een Brabants team waarvan diens broer co-sponsor was. Deze Ad Bos wilde als opperhoofd van Transportverzekeringsmaatschappij een serieuze profploeg beginnen en had Jos als nationaal kampioen op het oog om een van de kopmannen van de ploeg te worden.
“Ik heb al een aanbieding van een andere ploeg”, zei Jos.
“Geen probleem”, zei Bos, “toch willen we jou graag spreken.”
Jos toog naar Zeewolde en zei: “De ploeg die jullie willen oprichten, is er nog niet. Ik rij in een dienende rol bij Panansonic, voor Anderson, Eddy Planckaert en Vanderaerden en heb het daar goed naar mijn zin. Ik ambieer het kopmanschap niet.” Bos was desondanks gedecideerd. Hij wilde Jos binnenhalen.
Jos: “Piet Bos vertelde mij later dat er door mijn komst als nationaal kampioen de fietsen, materiaal en kleding ook binnen waren. Met andere woorden, mijn contract hadden ze er al weer uit. Ik kon bij Bos nog meer verdienen dan bij ADR en kreeg ook daar een auto met een ster op de motorkap.”

Daar stond Jos ineens op een rotonde en dacht na over de juiste afslag. Hij belde Peter Post en vertelde hem de gang van zaken en ook wat hij kon verdienen. Aan Post had hij veel te danken. “Wat moet ik doen?” was de vraag. Post liet de beslissing aan hem over en begreep ook dat hij zo’n vorstelijke aanbieding niet kon afslaan. Jos gaf Bos zijn jawoord.
In 1987 begon hij bij de nieuwe ploeg Transvemij-Van Schilt, een bescheiden ploeg die nog niet echt een vuist kon maken ten opzichte van de ploegen van Raas of Post en PDM, maar dat was op termijn wel de bedoeling. Enkele ploegmakkers waren Hengeloër Rob Kleinsman, de recent overleden Theo Smit, Jan Jonkers, Dick Dekker, Peter Pieters en Eddy Schurer. Piet Bos was de ploegleider. Jules de Wever en Henk Steevens waren zijn assistenten.
“Ik reed goed in mijn roodwitblauwe trui. Zeker in het voorjaar, zoals in de Ronde van de Middellandse Zee en een aantal klassiekers.”
Dat jaar reed Jos ook de Giro.

In 1988 veranderde er veel. TVM was voortaan de naam van de ploeg. Cees Priem werd ploegleider met Patrick Lefevere als assistent. Ze waren gestopt als renner en begonnen hun carrière als ploegleider op relatief jonge leeftijd. Priem was 37, Lefevere 33. Bekende renners als Phil Anderson, Johan van der Velde en Johan Capiot kregen een contract.
Jos won de eerste etappe van de Ronde van de Middellandse Zee. Hij klopte Eddy Planckaert in de sprint, trok de leiderstrui aan en was goed gemotiveerd. Maar zo zou het niet blijven. In het hotel aangekomen kreeg hij telefoon van het thuisfront. Echtgenote Annette was vanuit haar vakantiehuisje met spoed teruggegaan naar huis, omdat ze enorm veel pijn had vanwege haar buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Er waren complicaties opgetreden. Thuis nam de pijn nog toe, waardoor ze snel naar het ziekenhuis werd gebracht.
Jos: “Ik werd doorverbonden met Annette die zei dat het wel meeviel. Maar mijn zus Gea maande mij onmiddellijk naar huis te komen als ik Annette nog levend terug wilde zien. Ik ging dus als leider van het klassement meteen naar huis. Annette werd voor de dood weggehaald.”
Jos betaalde het vliegticket zelf. Priem beloofde hem het reisgeld terug te betalen, maar kwam de belofte niet na. Desgevraagd zei hij later tegen Jos dat die toezegging alleen gegolden zou hebben als Annette zou zijn overleden. “Ik kan dat nog steeds niet met droge ogen vertellen”, zegt Jos geëmotioneerd. “Hoe kun je zoiets zeggen, hoe bot kun je zijn?”

Hoe ging de samenwerking met Priem eigenlijk? “Waarschijnlijk”, oppert Jos, “kon hij niet verkroppen dat ik zo’n lucratief contract had. Hij was jaloers. Maar dat was een feit. Dat ‘kwaad’ was al geschied en door hem niet meer terug te draaien. Je moet het los van elkaar zien, maar het kwam juist tussen ons in te staan. Het lijkt achteraf wel dat ik daar met terugwerkende kracht voor moest boeten. Dus deed hij er alles aan om mij het wielrennen zo onplezierig mogelijk te maken, om mij te breken. Zoals verplichte kermiskoersen in België rijden, waarbij je langer in de auto moest zitten dan op de fiets, met een boete van 500 gulden als je niet op kwam dagen. Hij schroomde niet om dat juist op dagen dat je in Nederland lucratieve criteriums kon rijden, op te leggen. Hij wees me steeds op het bedrag dat ik verdiende en wat ik presteerde. Ondertussen gaf hij mij opdrachten, waardoor ik niet kon presteren. ‘Hou die man uit de wind; geef hem jouw wiel bij een lekke band; laat je afzakken naar….’

Jos geeft nog meer voorbeelden van de houding waarmee de Zeeuwse wielercoach hem voortdurend bejegende. Zoals de Amstel Gold Race in ’88 -en andere koersen- waarin hij vanaf de start met alle ontsnappingen mee moest springen. “Dan weet je bij voorbaat dat je de finish niet haalt. Of neem de Ronde van Denemarken. Ik was opgesteld en vroeg Cees hoe de reis was gepland. ‘Jij hebt toch een Mercedes, zorg maar dat je er komt’. Zonder blikken of blozen. Ik werd door iemand afgezet in Kopenhagen, haalde mijn fiets en koffer uit de auto en net op dat moment kwam Priem met de ploegleiderswagen de parkeerplaats oprijden met alléén Jan Siemons in die auto. Daar had ik zo bij in gekund. Hij passeerde nota bene mijn huis op vijf kilometer afstand. Door Priems komst was ik op dramatische wijze op weg naar het einde van mijn loopbaan als prof. Van jongs af had ik mijn hobby met veel plezier en succes mogen beoefenen. Ik kon er mijn beroep van maken, maar ineens kwam Priem in mijn leven en richtte al mijn ambities te gronde.”

Het contract met TVM liep af. Jos was in principe vrij om te gaan. “Maar TVM mocht voor het eerst de Tour rijden, dus trok ik de stoute schoenen aan en ging met Priem in gesprek. Ik heb hem gezegd: ik zal je laten zien dat het me niet om het geld gaat. Geef me maar een tweejarig contract à 50.000 gulden en behandel mij dan net als de andere coureurs.” Met een ferme handdruk werd de deal beklonken. Priem was nog steeds mijn ploegleider.

Met frisse moed ging ik 1989 in. Een trainingsrit achter de motor liep bijna fataal af. De voorbereiding op de Tour liep geen gevaar, maar de toezegging om die te mogen rijden werd twee dagen voor de start doorgestreept ten faveure van Capiot. Priem werd hiertoe gedwongen door de sponsors. Althans dat was zijn excuus. De tweede etappe was een ploegentijdrit. Dat was nota bene mijn discipline. Eén coureur kwam buiten de tijdslimiet binnen: Capiot.”
De volgende opdracht luidde: ‘Bereid je goed voor op wereldbekerwedstrijd na de Tour in Engeland’. Jos koerste in België, trainde ijverig bij, maar bij de opstelling van de ploeg in Engeland stond hij er weer naast.

Jos sprak Priem erover aan, maar de Zeeuw haalde zijn schouders op en zei: ‘Ik beloof je, dat je volgend jaar nog minder aan de bak zult komen. Dan heb je driemaal per week een kermiskoers’. Priem was weer mijn tegenstander geworden, gedane beloftes en afspraken telden niet. Jos: “Hij had schijt aan iedereen. Priem was een hond van een ploegleider.”
“Ik deed hem weer een voorstel”, zegt Jos. “Ik heb volgend jaar contractueel nog recht op geld, maar geef me nu dat bedrag, dan ben ik weg. Dat was akkoord, maar hij zette het maar niet zwart op wit, hij bleef het uitstellen. Ik had gigantisch geïnvesteerd in mijn contract, daarvoor veel geld ingeleverd. Ik had waterdichte afspraken gemaakt en een akkoord met Priem gesloten. Maar toen puntje bij paaltje kwam, bleek het allemaal niets waard.”

Na de Kerst in 1989 kreeg Jos een telefoontje. “Kom naar kantoor Roosendaal voor een contractbespreking. Er lag een contract, maar met een aantal ongebruikelijke bepalingen. Ik kreeg volgens dat contract het bedrag in drie termijnen, eind april, oktober en december. Maarrrrrr één negatief bericht over Priem (foto links), TVM of het contract zou worden ontbonden en de betalingsverplichting zou vervallen. Daar stond ik, met de rug tegen de muur, 31 jaar oud, van het ene op het andere moment was mijn carrière ten einde. De tijd om een andere ploeg te vinden, was te kort. En ik moest me stil houden anders kostte dat geld, dus maar een lulverhaal ophangen over dat ik al lang wist dat ik ging stoppen. Dat het tijd werd om aan mijn maatschappelijke carrière te denken enz. enz. De missie van Priem was geslaagd. Maar wat bezielde die man?”
Jos zucht diep. Dat verhaal is eruit. Een frustratie van bijna 35 jaar. Hij was bezig aan een behoorlijk succesvolle profcarrière, maar de ploegleider Priem zat hem vreselijk dwars.
In 1990 stopte Jos noodgedwongen met pijn in het hart en een grote kater.


Klaar voor de Giro. Rechts Rob Kleinsman. 

foto Cor Vos©


De TVM-ploeg in 88

Jos en zoontje Nick en de nieuwe Mercedes

DAIS TER BEEK OVERLEDEN

Zojuist bereikte mij het bericht dat Dais ter Beek is overleden. De oud-voetballer van Phenix, Sportclub Enschede, FC Twente en Eilermark overleed gisteren in zijn woonplaats Enschede na een lang ziekbed aan kanker. Hij is 87 jaar geworden.

Van zijn actieve voetbalcarrière bij Sportclub en FC Twente herinner ik me vooral de laatste jaren toen ik af en toe als middelbare scholier met mijn vader naar het Diekman Stadion ging. Mijn vader was een fan van Dais, omdat het, zo legde hij me dan uit, zo’n betrouwbare speler was. Hij gaf zelden een bal aan een tegenstander en had een goed schot. ‘En let op’, zei mijn vader dan, ‘hij is tweebenig.’
Dat zijn van die dingen die je onthoudt. Ik heb het Dais later wel eens verteld als ik hem interviewde of zo maar sprak langs het veld of na een thuiswedstrijd van FC Twente tijdens de nazit met zijn maten van toen in een bovenzaal in de Veste. Hij kon ook heerlijk vertellen over zijn illustere ex-ploeggenoot Abe Lenstra.

De aimabele Dais was na zijn voetballoopbaan nog trainer van enkele amateurclubs en werd in 1995 scout voor FC Twente. Dat heeft hij een jaar of twintig gedaan. Dais stond bekend om zijn nuchtere, vakkundige kijk op jonge spelers.
Dais was al jaren een vaste kracht in het elftal van Sportclub Enschede en ging dan ook als vanzelf in 1965 mee naar de fusieclub FC Twente. Hij was basisspeler in het elftal dat op een trip naar Denemarken de allereerste overwinning boekte. Bij Boldklub Velje werd het 4-2. Opstelling: Warringa; Vondeling, Hoomans; Ter Beek, De Vries, Nemes; Höher, Plageman, Ter Mors, Bulatovic en Kohn. Bulatovic, die twee maanden geleden is gestorven, was familie van Dais.

Wat nog leuk is om te weten: Toen de in Gronau geboren Dais op vijftienjarige leeftijd in het eerste elftal van Phenix zou debuteren, hield zijn moeder dat tegen. “Wacht maar tot je zestien bent”, zei ze. Dat werd hij korte tijd later.
Op 22-jarige leeftijd lijfde Sportclub hem in. Hij speelde bij de zwartwitten 94 competitiewedstrijden. Bij FC Twente speelde hij nog twee seizoenen, voornamelijk als centrale verdediger. Hij was nagenoeg elke wedstrijd basisspeler (60 officiële wedstrijden / 7 doelpunten).
RIP Dais.

Elftalfoto van Sportclub in 1963. Dais is de derde vanaf links, staand tussen Willem de Vries en Piet Lagarde.
De kleurenfoto boven is van 2013.

18 | KUSKLUS

Jos Lammertink won graag wielerwedstrijden. Van stad tot stad of om de plaatselijke kerk, kleine of grote, op straat of in het veld, in binnen- of buitenland, hij deed er alles aan om na afloop op het hoogste treetje te staan van het erepodium. Tijdens de laatste ronden van de vele criteriums vroeg de dienstdoende speaker alvast aan de ietwat nerveuze rondemiss wie haar favoriete renner was. Met andere woorden, wie wilde ze straks ten overstaan van de honderden wielerfans bij de finish het liefst van drie smakkerds voorzien. ‘Jos Lammertink’ luidde regelmatig het antwoord. De fraai gecoiffeerde jongedames hadden meestal goed rondgekeken en waren vervolgens in de ban geraakt van de lange, donkere atleet uit Hoge Hexel en later Wierden. En als hij won, dan had zo’n rondemiss geluk. Sommigen moesten overigens op hun tenen gaan staan om erbij te kunnen, van de andere kant was Jos ook geregeld bereid om te bukken, zodat hij de kussen zonder haperingen in ontvangst kon nemen.

Een zekere Angelique was in 1981 tijdens de Zesdaagse van de Rijn&Gouwe aangesteld om dagelijks de eerste drie renners van de wedstrijd alsmede de leider van het klassement al kussend te huldigen. Elke dag was er tijdens de Tour de France een profkoers in een stad tussen de Oude Rijn en de Gouwe. Zo hadden de renners die niet in Frankrijk koersten ook een doel. Het waren leuke wedstrijden in respectievelijk Alphen aan de Rijn, Gouda, Bodegraven, Waddinxveen, Boskoop en weer Alphen aan de Rijn. Zo’n criteriumcircus, zoals Jos het noemt, lag hem. Sterker nog, hij nam twee keer deel aan de Zuid-Hollandse zesdaagse en eindigde beide keren als eerste in het eindklassement. “Er was elke keer een tijdritje bij”, vertelt Jos, “dat was in mijn voordeel. De eerste dag had je die tijdrit en een criterium, daarna de andere vijf dagen alleen een criterium. Er was overal veel publiek. Er kwamen ook veel Belgen aan de start.”

Jos kon daar tussen de twee riviertjes lekker verdienen. “Je had de standaard vergoedingen plus 400 gulden startgeld per wedstrijd. Daarnaast kon je dan nog premies winnen en lagen er elke dag leuke bedragen klaar voor de eerste drie plekken en tenslotte leverde het eindklassement nog een aardige stuiver op.”

Jos herinnert zich dat de stemming daar altijd goed was, niet in het minst door de aanwezigheid van de speaker der speakers Chris Delbressine( foto links), die de lange Lammertink continu aansprak met de voornaam Joske. Het was een aangenaam serietje criteriums, hoewel bij Chris, de renners en een groot aantal fans tijdens een van de wedstrijden de schrik om het hart sloeg, toen twee coureurs met de sturen in elkaar haakten, waardoor de langste van de twee in de vaart naast het parcours verdween. “Gelukkig”, glimlacht Jos, “kwam hij na enkele seconden met allemaal groene zooi op zijn kop weer uit de plomp tevoorschijn. Even later hoorden we van Chris dat het Jantje van Houwelingen was.”

In bijgaand filmpje uit Boskoop in 1980 zien we hoe Chris met zijn karakteristieke, rasperige stemgeluid Jos en enkele collega’s huldigt. En natuurlijk is Jos de favoriete renner van Angelique, de rondemiss, die het geluk had dat Jos elke dag op het erepodium present was. De laatste dag in Alphen kuste ze hem opvallend intens op de mond. De eervolle kusklus van zes dagen was haar uitstekend bevallen.
(foto’s uit het archief van Jos Lammertink)
1980. Jos voelt zich senang met de rondemiss en dames van het promotieteam.

1981. Huldiging met vlnr Wies van Dongen, Theo Smit, Jos, miss Angelique en Hans Langerijs

1981. Jos rijdt een rondje met rondemiss Angelique.

Rondemiss Angelique is in de ban van de renners op de eerste rij. Vlnr Kees vd Wereld, Hans Langerijs, Peter Zijerveld, Gerry v Gerwen, Jos en Theo Smit

EUFORIE

FC Twente raakt weer op stoom. De eerste oefenwedstrijden zijn gespeeld, de eerste Europese wedstrijd (tegen Hammarby IF) komt eraan en dat geeft altijd een extra dimensie aan een seizoen. We zullen zien wat deze nog incomplete selectie ervan gaat maken tegen de Zweden.
Ik proef intussen alweer een lichte euforie in de gelederen van de fansites o.d. Ricky van Wolfswinkel en Daan Rots zijn terug van weggeweest, lees ik. Dat bleek uit een paar oefenpotjes. Eerst zien als het echte werk gedaan moet worden, zeg ik dan.
Het duo Streuer/Bruggink is nog aan het broeden op versterkingen. Broedende kippen moet je niet storen, luidt het spreekwoord, maar in het geval Carel Eiting zou ik niet meer te lang wachten. Goeie speler!

Een ander soort euforie stijgt op uit de berichten over oud-FC Twente-spelers die transfers maken. Ze speelden in de jeugdelftallen en gingen daarna weg. Dat levert de FC elke keer een leuke stuiver op. Dank u, zegt de penningmeester en hup daar gaat weer een factuur de deur uit. Maar waarom gingen ze weg? Wat is daar misgegaan. Het is intussen een illuster rijtje. Beukema, Rijnders, Beelen, Wieffer, Van Duiven was al weg, misschien zijn er nog meer. Oh ja, de overstap van Noa Lang naar PSV levert de FC ook nog geld op. Overigens is dat een echte meevaller, want we hebben van hem in het Twente-shirt nauwelijks een doelmatige actie gezien.

Van dat relatief grote aantal jongens dat op jonge leeftijd vanuit de academie naar elders vertrok en nu aan de weg timmert in Nederland en daarbuiten, vraag ik me dus af hoe dat zoal heeft gekund. Waarom haalden ze het eerste van de FC niet? Navraag leert dat het destijds onrustig was bij de academie. Trainers die vertrokken, leidinggevenden die weggingen of weg moesten, meningsverschillen over de potentie van de jongens en vooral ook de nogal plotselinge afscheiding van de trainingsaccommodatie in Twello, want daar kregen Beelen, Beukema, de broers Rijnders en eerder al Berghuis en Tanda hun voetballessen. Het ligt genuanceerd, iedere jonge speler had zijn eigen argumenten om naar een andere club over te stappen, maar toch knaagt het dat FC Twente of Heracles deze jongens niet konden vasthouden. In een aantal gevallen is de onderlinge afstemming niet goed geweest.

Als de penningmeester van de FC de facturen verstuurt naar zijn collega’s bij PSV, Feyenoord, Bologna, AC Milan en andere clubs zal hij dat met een glimlach doen. Geen euforisch, maar een zuur glimlachje. Als die boer met kiespijn, zoiets.
(foto fc twente)

ZAKDOEK

Haalde zojuist het boek Oh the world Ah the world uit de bus. De laatste ZKV’s van A. L. Snijders en een keuze uit zijn brieven aan Paul Abels. Er zat een zakdoek bij, Paul had het al aangekondigd.

Mijn dochter zei onlangs toen ik mijn neus snoot: ‘Pap, gebruik jij nog steeds van die ouderwetse zakdoeken ipv papieren?’

Ik twijfelde toen aan mijn aanpassingsvermogen aan mogelijke nieuwe regels over de inhoud van mijn broekzakken. Moet ik herschikken? Moet ik met een pakketje papieren zakdoekjes gaan rondlopen bij een lichte verkoudheid? Gelukkig stuurde Paul met het boek een mooie, grote, bedrukte zakdoek mee. Ik ben gerustgesteld.

Dat laatste telt zeker voor het boek. In de gauwigheid las ik de verhalen Ei en Ganzen, toen ik zomaar ergens het boek opendeed. Prachtig. Ik hoor de voorlezende A.L. in mijn oren. Elke ochtend een stuk of vijf van die verhalen en je dag begint als een zonnetje.
Het boek ligt hier naast de nieuwe ( en tevens eerste) bundel van de dichter Lowie Gilissen. Nog zo’n juweeltje. Ben de komende dagen de koning te rijk.

17 | “TROUW MAAR MET JE FIETS”

Van bruiloft komt bruiloft. Ken je dat gezegde? Jos Lammertink kan het uitleggen. Hij maakte het zelf mee. Twee keer zelfs. Hij was 18 jaar toen Arie Hassink, die enkele maanden later zijn ploeggenoot zou worden bij Amstel, trouwde met de lieftallige Antoinette uit Zieuwent. Dat was in november 1976. Jos reed mee met zijn toenmalige begeleider MZ en met de eveneens voor Amstel koersende Nico Hilberink uit Den Ham. Het feest werd gehouden in het nabij Neede gelegen dorpje Noordijk, in het etablissement met de naam Hassink. Hoe toevallig.

Een zekere Annette Kistemaker was ook van de partij. Jos was niet de enige wiens ogen regelmatig op zoek gingen naar die kleine, blonde, jonge, aantrekkelijke vrouw. Dat kon je zijn ogen overigens niet kwalijk nemen, want Annette mocht er zijn. Het achttienjarige buurmeisje van de bruidegom straalde. En ja, de avond vorderde en ineens stond Jos op van zijn stoel en vroeg haar ten dans. Het was een mooi gezicht om die lange, donkere atleet met de kleine, tengere knapperd te zien bewegen op de muziek van de band.

Het klikte en Jos wilde Annette met alle plezier naar huis begeleiden. Annette was daar ook voor in. Ze had al voorvoeld dat de vraag zou komen en zei meteen ja.
“Laten we gaan lopen”, stelde ze voor. “Het is niet ver.”
Toeval bestaat niet. Nico had het aangepapt met Annettes zus Trudy en ook zij verkozen een wandeling van Noordijk-Centrum naar de Dr. A. Th. Plantenstraat in Neede.
Het is niet ver, had Annette gezegd. “Maar dat viel tegen”, vertelt Jos een kleine 47 jaar later. “Het was een lang stuk. Ik denk dat een kilometer of vier was.” Wielrenners houden niet van lopen. In werkelijkheid was het 2,6 kilometer. Al met al konden hij, Nico en de geduldig wachtende MZ om half vier in de nacht de thuisreis aanvaarden.
“Zullen we elkaar nog weer zien?” vroeg Jos.

“Heel graag”, smachtte Annette.

Een paar dagen later bedacht Jos dat hij geen telefoonnummer had. En ook geen adres. In Neede dacht Annette ongeveer hetzelfde. Gelukkig had zij een collega ziekenverzorgster die de nicht was van Richard Freriksen, een kameraad van Jos, die ook wielrenner was. “Op die manier legden we weer contact met elkaar”, glimlacht Jos. “Tegenwoordig heb je mobieltjes.”

Ze werden verliefd, kregen verkering, gingen op stap en leken voor elkaar gemaakt. “Het ging ook wel eens uit”, weet Jos nog. “Maar het kwam ook weer aan.” Het jonge stel had het sowieso niet gemakkelijk in hun nog prille verkeringstijd. Annette woonde in Haaksbergen op kamers. Als Jos haar daar wilde opzoeken, fietste hij eerst van Hoge Hexel naar Den Ham om daar de auto van MZ op te halen die bij Nico Hilberink in de garage stond. “Dan reed ik naar Haaksbergen naar Annette, maar moest ik alweer bijtijds terug naar Den Ham en Hexel, omdat ik om 12 uur thuis moest zijn. Ja, ik was negentien jaar en moest inderdaad om 12 uur thuis zijn. Strenge regels. Mijn ouders vonden dat ik als oudste van de zes kinderen het voorbeeld moest geven. Om 12 uur ’s nachts ging de deur op slot.”

Bij de Kistemakers lag dat anders. Jos was er meer dan welkom. “Annette was al gepokt en gemazeld in het uitgaansleven en ik kende dat wereldje nog nauwelijks”, vertelt Jos. “Ze kende ook de wielerwereld, omdat haar vader Jan erg wielerminded was. Haar oudste zus Freke ging ook regelmatig met hem en Arie naar de koers in de tijd dat hij nog geen auto had. Zij kende de renners die al wat ouder waren, goed zoals de gebroeders Niemeijer en Gert Bongers. Jan vond dat interessant en toen kwam ook nog die jongen van Lammertink erbij die als aanstormend talent veel in het nieuws was.”
Hij en Annette gingen dus wel samen uit, maar van een leien dakje ging dat lang niet altijd, omdat Jos ook serieus bezig was met wielrennen. “Dan trouw je maar met de fiets”, riep Annette op een dag en vertrok. Weer kende de relatie een terugslag. “Maar de lucht klaarde weer op. Dan waren we weer bij elkaar.”
Hij vertelt dat de verkering ten tijde van de Ronde van Hengevelde in juni 1978 ook weer uit was. “Het nus lag weer onder ‘n boom, zoals ze hier zeggen, maar ze keken elkaar na afloop van de door Jos gewonnen koers in de ogen en het was weer aan. Zo ging het vaker toentertijd.”
Niettemin werden de twee een stel. De relatie werd hechter toen ze in Oldenzaal, waar Annette was gaan werken, gingen samenwonen. “In huize Lammertink in Hoge Hexel werd het begrip kostgeld ingevoerd. Toen ben ik meteen bij haar gaan wonen, hoewel mijn wieleruitrusting in Hexel bleef. Van daaruit bleef ik wel trainen.”
Op 17 oktober 1980 trouwden Jos en Annette. Op die bruiloft leerde Han Vaanhold zijn Jantien kennen. Weer veroorzaakte een bruiloft een volgende bruiloft.

In 1982 kochten Jos en Annette het huis in Wierden, waarin ze nog altijd wonen. “Dat was in het begin een krap bestaan vanwege de extra hoge hypotheekkosten. De bank kende namelijk het beroep van wielrenner niet. Daar kwam nog bij dat het financieel nog moeilijker werd toen Annette met werken stopte na de geboorte van Nick en ik voor een Italiaanse ploeg reed, die geen salaris overmaakte. Gelukkig werd het later beter.”

Het paar kreeg twee kinderen, waarover later meer. Tientallen jaren later is Jos door zijn intense spierziekte aan huis gekluisterd. Zelfs een paar passen lopen, kan hij niet meer. Hij is afgezien van de thuiszorg volledig afhankelijk van zijn vrouw, die zes jaar geleden is gestopt met werken. Hij is haar dankbaar. “Annette is altijd vrolijk. Ze staat elke ochtend fluitend en zingend op. Ze is nooit chagrijnig, staat altijd klaar voor mij en voor iedereen die haar hulp kan gebruiken.”

“Ja”, zegt de zonaanbidster zelf, “gelukkig het gaat goed. We hebben zelden ruzie, ondanks dat we de laatste jaren continu bij elkaar op de lip zitten. Als ik een uurtje weg ben, kan dat al een probleem geven. ‘Annette ik heb mijn telefoon laten vallen. Annette ik moet plassen, Annette wil je mijn telefoon aan de lader leggen, enzovoort. Maar ik doe het met alle liefde’.

17 oktober 1980
1979. Annette ziet toe hoe Jos in de Oranje leiderstrui van Olympia’s Ronde wordt uitgerust door de rondemiss
1978. Onderonsje na afloop van de etappe naar Dieren in Olympia’s Ronde.

2023. Jos en Annette hebben bezoek van oud-renner Pierre Raas

1978. De Ronde van Hengevelde met Annette als geïnteresseerd toeschouwer.

16 | DESILLUSIE

Eind juni 1986. Jos is blij. Peter Post heeft de knoop doorgehakt. Voor het eerst zal hij de Tour de France gaan rijden. Iedere renner die prof is geworden, maakt zijn loopbaan stukken completer als hij in de Tour van start mag gaan. “De ploegen waar ik voordien beroepsrenner was, gingen niet naar de Tour. In 1984 kwam ik bij Panasonic, maar werd ik niet geselecteerd. In ’86 werd dat anders, want toen was ik Nederlands kampioen geworden en had ik tevens in Posts assistent Walter Planckaert een prima pleitbezorger. Ik kreeg een plek in de ploeg om de sprint aan te trekken voor Walters broer Eddy.”

Post koos voor het volgende tiental: Robert Millar (Sch), Phil Anderson (Aus), Eric Vanderaerden, Eddy Planckaert, Eric Van Lancker, Guy Nulens (allen Bel), Peter Winnen, Henk Lubberding, Jos Lammertink en Johan van der Velde (allen NL). Dat betekende dat erkende Tourrenners als Theo de Rooij, Teun van Vliet, Bert Oosterbosch, Alan Peiper en Ludo de Keulenaer thuis moesten blijven. Bijna had hij De Rooij nog geselecteerd ten koste van Van der Velde die nog niet in vorm was, maar koos toch voor de Brabander.

In het AD van 30 juni stond dat Millar, de absolute kopman is, die steun krijgt in het hooggebergte van Anderson, Van Lancker, Winnen en Van der Velde. Planckaert en Vanderaerden worden uitgespeeld voor de spurts en krijgen landskampioen Lammertink als aangever aan hun zijde. Lubberding en Nulens moeten overal waar nodig bijspringen. Post: ‘Het was niet leuk om de afvallers in te lichten, maar ik denk, dat dit mijn meest evenwichtige ploeg is’.

Jos was erbij. De Volkskrant van die dag wist waarom: Hij is de enige die een sprint kan aantrekken, schrijft de krant en citeert Eddy Planckaert: ‘Hij is zelf rap, een goede sprinter, en hoeft niet zo nodig zelf te winnen. Ze willen allemaal wel de sprint aantrekken, maar als ze de streep zien, denken ze zelf te kunnen winnen. En dan gaat het mis. Ik heb er nog maar één gekend die net zo goed was als Lammertink: mijn broer Walter. Die was ook zo brutaal en sterk als een beest. Want je mag van niets en niemand schrik hebben.’

Jos vertelt dat hij de keuze van Post heel logisch vond. “Ik was in vorm, reed het hele voorjaar goed en bevestig dat ook nog eens door te winnen op het NK.”

Overigens was Jos niet de enige Twentenaar in deze Ronde van Frankrijk. Ook Gerard Veldscholten, Henk Boeve en Erwin Nijboer staan in Boulogne aan de start.

Jos reed, zoals hij zelf aangeeft, een matige proloog (4,6 km). Hij werd 57ste op 19 seconden van winnaar Thierry Marie. De eerste etappe kreeg de Belg Pol Verschuere als winnaar. Jos werd 72ste op 11 seconden. De volgende etappe was een ploegentijdrit. Panasonic werd derde. De derde etappe kreeg bijna een Twentse winnaar. Henk Boeve verloor na een sprint tussen negen coureurs alleen van Davis Phinney. Jos werd op vijf seconden weer 72ste.

De vierde etappe op 6 juli voerde het peloton van Liévin naar Evreux in Normandië, een rit over 243 kilometer. Jos was in goeden doen. “Ik reed lekker mee, stond in het klassement op de 21ste plaats. De slotfase van de etappe naderde toen ik tijdens een afdaling op vijf kilometer van de streep na een knal tegen mijn achterwiel in de goot naast de weg terecht kwam. Ik reed door een diepe put waardoor ik met mijn tanden zo hard op elkaar klapte, dat ik versuft voorover viel.” Zonder zichzelf tijdens de val af te kunnen weren en zonder helm maakte Jos een enorme smak.

Ploegleider Peter Post was meteen bij hem. ‘Voordat een of andere idioot hem weer op zijn fiets wil duwen, om hem maar naar de finish te kunnen krijgen, ben ik er bij gebleven totdat hij in de ambulance lag. Het bloed kwam uit zijn voorhoofd, ik ga geen enkel risico nemen;, zei hij ’s avonds tegen enkele journalisten. Post had in zijn carrière al eerder ernstige valpartijen meegemaakt, o.a. met Kuiper, Knetemann en Van der Velde.

Jos vertelt in het kort wat er daarna gebeurde. “Ik was buiten westen en werd met een ambulance naar het universitair ziekenhuis gebracht. Daar constateerden de dokters een schedelbreuk en een zware hersenschudding. Ik heb er een week gelegen en ben daarna, liggend in een Franse ambulance, naar huis vervoerd in Wierden. Ik moest me natuurlijk wel gedeisd houden en oppassen met hoofdpijnklachten en zeker niet te vroeg weer beginnen met koersen.”

Die laatste aanbeveling was gericht aan dovemansoren. Jos ging vanaf de laatste dag van de Tour van koers naar koers en reed dagelijks een criterium. “Ik was Nederlands kampioen. Na de Tour wilde ik cashen. Twee rooitjes als startgeld. Dat tikte aan, maar ik was niet lekker op dreef en voor het herstel van mijn gewonde hoofd was het ook niet goed. Dat had eigenlijk meer tijd nodig. Pas een jaar later kreeg ik het gevoel in mijn tanden terug en was ik weer enigszins de oude.”

Zijn enige Ronde van Frankrijk eindigde in een desillusie. Hij moest al na vier etappes naar huis, maar vanzelfsprekend ging de Tour gewoon verder. Ploeggenoot Johan van der Velde won de vijfde etappe en droeg die zege op aan de ongelukkige Jos.

Lemond won de Tour met ruim drie minuten voorsprong op Hinault. Rooks was de beste Nederlander. Hij werd negende. Gerard Veldscholten was de enige Tukker. Hij haalde Parijs als 62ste.



(foto’s – van Cor Vos – van de ploegentijdrit, van Jos in zijn kampioenstrui) 

RIP THEO PAHLPLATZ, NEDERIG NATUURTALENT UIT OLDENZAAL

Theo Pahlplatz leeft niet meer en dan dwalen je gedachten vanzelf af. Een tijdgenoot die ik vanaf het begin van zijn loopbaan als profvoetballer heb mogen volgen. Dat was een makkie, want hij speelde zijn hele topsportleven voor FC Twente en daarna nog even in de hoofdklasse bij Quick’20. Kom daar tegenwoordig nog eens om. Maar wat was hij goed, vooral in zijn eerste vijf, zes seizoenen als prof. Zo technisch, zo snel, zo behendig.
Zie je het voor je:
Epi Drost heeft in het eigen strafschopgebied de bal veroverd. Hij passeert nog even een mannetje en ziet dat Theo links voorin versnelt. Als een streep zoeft de lange bal in de richting van de versnellende Theo die de bal al sprintend klakkeloos controleert en intussen het strafschopgebied van de tegenstander heeft bereikt. Daar passt hij op de vrijlopende Dick van Dijk of Jan Jeuring of andere aanvallers (of hij werkt de aanval zelf af) en het doelpunt voor de FC is gescoord.

Hoe snel in 1967 Theo en Dick, de toenmalige steraanvallers van de FC, waren? Het is destijds een keer gemeten. Theo liep de honderd meter in 11 seconden, Dick in 11,2. Waardevolle wapens voor een aanvaller. De supporters van toen waren gek met hem. Het Thejooooo, Thejooooo was niet van de lucht.

In 1967 was hij de eerste Oranje international van fusieclub FC Twente, Epi, Dick, Jan en anderen volgden. Ook bedankte hij tussendoor een keer, want hij was het gesar van enkele Ajacieden meer dan zat. Oldenzaler Theo stond symbool voor de opkomst van de FC als topclub. Met Kees Rijvers als dirigent, als architect. Sindsdien ziet de regio graag dat de ploeg bovenin meedraait, hetgeen ook regelmatig is gebeurd en misschien weer gaat gebeuren in de nabije toekomst.
Dat zal Theo, de bescheiden, schuchtere Oldenzaler niet meer meemaken. Hij raakte langzaam uit de tijd door de ziekte van Alzheimer en vertrok zaterdag definitief naar het hiernamaals.

Ik heb hem vaak gesproken, voor interviews (waar hij niet van hield overigens) en bij gelegenheid. Wij werkten ook een tijdlang onder hetzelfde dak. Hij als advertentieverkoper en ik als sportredacteur.
De laatste keer dat ik hem interviewde was in het najaar van 2018 in Breda, waar we voor Zilver Magazine met hem, Eddy Achterberg en gastheer Kees Rijvers terugblikten op de toen 50 jaar oude 5-1 zege op Ajax, waardoor de FC definitief aansloot bij de vaderlandse top.

In mijn boek De Top 40 van FC Twente tgv van het 40-jarig bestaan in 2005 zette ik Theo op de op de tweede plaats achter zijn ploegmaat Epi en net voor Dick van Dijk, Jan Jeuring en Piet Schrijvers. Tien jaar later maakte ik de Top 50 van FC Twente en zakte Theo een plaatsje, want Bryan Ruiz had zo’n groot aandeel in de titel van 2010 dat hij de eerste plaats overnam van Drost.

Ik vroeg hem toen naar de vijf meest memorabele momenten uit zijn voetballoopbaan.
Hier nog eens de weergave hiervan>
= Drie bekerfinales met FC Twente. De eerste verloren we van ADO. We hadden moeten winnen. Ik miste een opgelegde kans, dat heeft me nog maanden achtervolgd. De volgende finale wonnen we van PEC met dat fantastische schot van Epi en de derde verloren we van Ajax.
= Het Nederlands elftal. Want dat is het hoogste wat je als individuele voetballer kunt halen.
= De Uefa Cup-finale tegen Borussia Mönchengladbach. In Düsseldorf waren we beter, maar werd het 0-0. Thuis verloren we met 5-1. Dat was een zware teleurstelling, maar we haalden dus wel de finale.
= De 5-1 winst op Ajax op 3 november 1968. Ik scoorde al na drie minuten. Dick van Dijk maakte er daarna drie en toen ik weer één. Wat een feest. Ajax had toen een topelftal, alle vedetten deden mee.
= De Europa Cup-wedstrijden tegen Ipswich en Juventus. Dat waren stuk voor stuk topwedstrijden.’

Aantal wedstrijden en doelpunten voor FC Twente: competitie 384-62, beker 41-9, Europa Cup 43-11; totaal 468 wedstrijden, 82 doelpunten
Foto’s uit eigen archief: boven actiefoto uit 1968 FC Twente-Ajax, Theo scoort.


Het drietal Theo Pp, Rijvers en Achterberg tijdens het interview in 2018 .


Schilderij uit 2015 van Dewi Hoppe, een ver familielid van Theo.