TUKKERS IN TOKYO

6-8-2021
De Tukkers in Tokyo doen het goed. Niet allemaal, maar dat kan ook niet. Net niet in topvorm, een valpartij, pech of mentale problemen en de kansen op medailles zijn verkeken. De weergaloze Nijverdaller Jeffrey Hoogland won goud en zilver, Kirsten Wild en Willem Greve zijn op dit moment nog in de race voor een medaille.

In 1964 waren de Olympische Spelen ook in Tokyo. Drie Twentenaren waren er van de partij en alle drie gingen ze met een medaille naar huis. Ongekende score. Ze wonnen hun medailles op het water. Hengeloër Paul Hoekstra (foto), destijds woonachtig naast het voormalige Drienerschooltje, won als kanoër zilver in de K2 klasse, Almeloër Alex Mullink en Hengeloër Jan van de Graaff zaten in dezelfde roeiboot en wonnen brons op het onderdeel vier met stuurman.
Hoekstra was in ’64 een brave student van de Hengelose Rijkskweekschool. Terug uit Tokyo werd hij gehuldigd en iedereen sprak hem aan op straat. Enkele jaren later verhuisde hij naar Gent. Daar bleef hij kanoën en gaf hij training. Hij was ook nog een tijdje bondscoach van Nederland. Ik sprak hem voor de TCTubantia in 2004 en hij zei toen: ‘Ik ben er nu niet meer op gebrand de beste te zijn. Vroeger kon ik niet tegen verlies. Als ik verloor, voelde ik me even in mijn gat gebeten. Nu heb ik daar geen last meer van.’ Hoekstra is thans 76 en kanoot nog steeds.
Alex Mullink studeerde in Delft werd lid van Laga en was zo talentvol dat hij twee jaar later met de vier met stuurman naar de Spelen mocht. Na die bliksemcarrière bleef hij lang wonen en werken in het westen des lands (Rotterdam) en hij bleef roeien.
Hij vertelde me in 2004 dat Tokyo hem toentertijd enorm veel zelfvertrouwen had gegeven. ‘Wat je in de sport hebt gedaan, is ook toepasbaar in andere levensgebieden. Heel sterk in mezelf staan is een van de verworvenheden die ik daardoor heb gekregen.’
Sinds een tijdje woont de thans 76-jarige Mullink in Lochem en roeit nog drie keer per week met een aantal oud-internationals op de Berkel.
Oud-Hengeloër Jan van de Graaff zat in ’64 in dezelfde boot als Mullink. Ook hij studeerde op de TH in Delft en roeide bij Laga. Hij is inmiddels 76 en schijnt in de NoordOostpolder te wonen. En ook hij is nog steeds roeier.

KORTE BROEK OF NETJES?

14-7-2021
We moesten de laatste tijd een paar keer in het Enschedese ziekenhuis zijn. Dat was lang niet gebeurd. Wat me opviel was de manier waarop vooral de mannen zich kleden als ze ten huidigen dage een afspraak hebben met een arts. Velen lopen in bermuda. Vrouw kleedt zich netjes aan, man gaat in (soms sjofele) korte broek. Kan dat wel? Hoort dat wel? Moet je je niet even keurig aankleden als je naar de dokter gaat?
Vanochtend zagen we een tamelijk gezette vader (circa 60 jaar) en een zoon (plm 30) beiden in korte broek richting de spreekkamer van de arts gaan. Het zag er niet uit. Zoon had ook nog een zonnebril op. En een pet. Alsof ze op de camping zijn. Of op de buurtbbq. Kan niet!!

Ik moet helaas zeggen dat het regelmatig gebeurt, hoewel deze perceptie zeker niet geldt voor onze medeburgers waarvan de (voor)ouders uit het Middellandse Zeegebied of Caraïbisch gebied afkomstig zijn. Zij hebben kennelijk nog ontzag voor de arts.

Oh ja, nog een eender geval. Een zeer goede kennis van mij vertelde dat op haar school onlangs tijdens wat warme dagen een stagiaire in een zg naveltruitje met (te) laag decolleté voor de klas had gestaan. Had ik wat van gezegd als ik directeur was. Overigens ben ik ook van mening dat de pabo daar iets van moet vinden. Zo stuur je je leerlingen toch niet op pad. Ouders zien dat ook. Past niet bij de status van een leerkracht. Ik vind het niet normaal. Kan niet. Toch?

TWENTSE NUCHTERHEID

10-7-2021
Respect en hulde voor Björn Kuipers, de man die zondag in Wembley de EK-finale tussen Italië en Engeland gaat leiden. Hopelijk fluit hij een foutloze wedstrijd. De finale van het EK is een prachtige kroon op een buitengewoon fraaie loopbaan. Voor mij is Björn dé sportman van het jaar.
Ik herinner me nog de eerste wedstrijd die ik van hem zag. Dat was Telstar-Heracles, ergens in het begin van deze eeuw. Dat wil zeggen, ik zag hem pas ver in de tweede helft. Toen pas keek ik om mijn opstellingenpapier om te zien wie toch die kleine, parmantige scheids was. Oh verrek, dat is Kuipers, die jonge Oldenzaler die sinds kort in het profvoetbal actief is.
Wat dat wil zeggen? Dat hij goed floot. Een goed fluitende scheids zie je niet en hoor je nauwelijks.
Toen hij in de eredivisie ging fluiten, zag ik hem vaker. Onder andere eind december 2005 bij Heracles – Vitesse. In de eerste helft begon het te sneeuwen. In de tweede helft kon je geen lijn meer zien, maar Björn liet gewoon doorspelen. Staken heeft geen zin, dacht hij, laten we die wedstrijd gauw afmaken. Heracles was oppermachtig en won met 3-1.
Ik heb hem een paar keer mogen interviewen. In maart 2014 voor het voormalige weekblad De Roskam keken we samen oa terug op 2013 waarin hij met zijn collega’s Zeinstra en Van Roekel zeer goed gepresteerd had en overal ter wereld geprezen werd.
Hij zei daarover: ‘Ik kan echt zeggen dat ik daar altijd met Twentse nuchterheid op reageerde. Van roze wolken stappen wij zo weer af, hoe goed we ook gefloten hebben, hoe groot de zak vol complimenten na afloop ook was. We realiseren ons elke keer dat er al snel weer een volgende wedstrijd op de rol staat en ook dan moeten we weer scherp zijn. Zo ben ik opgevoed. Mijn vader en moeder hebben bijzonder hard gewerkt. Ik weet wat het is. Normaal doen is het devies.’
Later in 2014 floot team Kuipers op het WK in Brasil.
In het boek “Hoe mooi is Twente wel niet” (2019) zegt Kuipers:
‘Dat nuchtere in ons Twentse DNA komt me uiteraard als scheidsrechter goed van pas. We zijn niet hoogdravend. We zijn zeker trots op de dingen die we realiseren, maar we vinden het ook normaal dat we dat doen.’
Op de foto bij zijn reactie op de vraag hoe mooi Twente wel niet is, moest per se de plaatselijke Plechelmus Basiliek. De actiefoto (uit 2014) is van Eric Brinkhorst.
Laten we nogmaals hopen dat hij morgen opvalt door niet op te vallen.

De actiefoto (uit 2014) is van Eric Brinkhorst.

TWENTE ÉÉN GEMEENTE, zsm graag

9-7-2021
Lezen we het eens van een andere partij. Twente één gemeente, dat zou stukken beter zijn dan de huidige situatie met 14. Hoe vaak heb ik het al gezegd.
In het boek “Hoe mooi is Twente wel niet” (2019) vroeg ik het aan 63 min of meer bekende Twentenaren.
Is het niet beter dat Twente één gemeente wordt?
Ja zeiden André Odding, Barbara Fransen, Gijs Westerbeek, Hennie Kuiper, Herman Dekkers, Herman Finkers, Hester Alberdingk Thijm, Jan Cremer, John van Zuidam, Marc Kapteijn, Marijke van Hees, Martha Riemsma, Regina Nieuwmeijer, Secil Arda, Wout Brama, Annie Schreijer-Pierik, Ton Schaap en Theo Hakkert. Niet de minsten, toch?
En zo kan ik er nog plenty noemen. Allemaal voorstanders van Twente één gemeente.

ZSM GRAAG.

WOUT

21-06-2021
In de voetbalwereld worden soms volstrekt unieke jongensboeken geschreven. De meest bijzondere versie luistert naar de naam Wout, Wout Weghorst. Bondscoach Frank de Boer kent hem ook sinds kort. Een paar weken geleden noemde hij Wout nog Wouter en dan weet je het wel.
Van de andere kant, een jaar of zeven geleden kende haast niemand hem als aanstaande topvoetballer, terwijl hij toch al twintig geweest was. Ik wel. Ik ken hem al een kleine 20 jaar.

De naam Wout Weghorst viel kort na de eeuwwisseling al regelmatig in mijn nabijheid. Een zeer goede kennis van mij, wier naam ik hier van haar niet mag noemen, had het blonde jochie op de basisschool in de Bornse Stroomesch in de klas. Ze vertelde vaak over hem, want ze mocht hem. De juf had een klik met het geinige, blonde, spontane jongetje dat buiten op het schoolplein altijd aan het voetballen was en binnen in de klas graag een spelletje of een weddenschapje met haar als juf aanging. Eén ding wist hij toen al zeker, hij zou later profvoetballer worden. De juf (zelf voormalig topsporter) geloofde hem. Ze vertelde mij dat het fanatieke jongetje bij NEO speelde en dat hij heel goed kon voetballen, want ze had gehoord dat ze hem bij de Bornse zwartwitten als een groot talent zagen. Ik vroeg me af waarom hij dan niet op de voetbalacademie van FC Twente zat. Maar omdat de juf zo overtuigend was over de kleine Wout, onthield ik zijn naam.

Jaren later zag ik hem twee keer spelen bij hoofdklasser Deto en voorspelde dat deze lange, blonde jongeman zijn dromen van een leven als voetbalprof niet zou realiseren. Zijn motoriek was wat houterig. Weliswaar liep hij ijverig op elke bal, maar snel was hij niet echt en de schaarse keren dat Deto aanviel, konden zijn opponenten hem met gemak de baas blijven. Snel terug naar NEO, dacht ik bij mezelf. Niet dus, hij stapte over naar Willem II, ging naar FC Emmen waar hij reserve-spits werd en medio 2014 trok Heracles hem aan.

In september debuteerde hij in de basis tegen Ajax in de Arena en scoorde ook nog. Leuk voor de jongen, hij moest er zelf om huilen.

De juf van de basisschool schoot ook vol bij het zien van dat doelpunt. Ze voorspelde Wout een toekomst bij Feyenoord. Ik haalde mijn schouders op. Waarom niet. Het zou zomaar kunnen. Van Wouts carrière begreep ik toch al niks meer, dank zij Wout zelf, de blonde, iets te trage, maar nijvere jonge spits uit Borne die droomde en geloofde.

Via een omweggetje kan het ook, droomde hij. Hij leefde ervoor, rookte niet, ging ‘s avonds vroeg naar bed, werkte harder dan hard, deed regelmatig een schietgebedje in de Bornse Mariakapel. Kortom, hij deed er alles aan.

NEO Borne, Deto Vriezenveen, Willem II Tilburg, FC Emmen, Heracles Almelo, AZ Alkmaar, VfL Wolfsburg, Oranje.
Waar eindigt dat curieuze, zeer aangename jongensboek?

EEN HENGELO’S PARELTJE

14-06-2021
In mijn boek HOE MOOI IS HENGELO WEL NIET in 2017 was Jan Noltes een van de 61 min of meer bekende Hengeloërs die antwoord gaf op die (vraag)stelling. Hij twijfelde even over de wijk Tuindorp, maar vermoedde dat deze wijk voldoende gekozen ging worden, hetgeen ook zo was. Jan koos voor de Openbare Leeszaal en Bibliotheek aan de Vondelstraat en noemde dat gebouw een pareltje.
Vorige week werd bekend dat verschillende culturele en semi-culturele verenigingen en instanties waaronder de sympathieke theatergroep Kamak aasden op dit gebouw. Twee projectontwikkelaars/aannemers deden ook een poging. En raad eens? Van Wijnen (geen vriend van B&W) werd het en gaat er een zestal woningen bouwen. Ik neem aan dat verschillende raadsleden daar over nog vragen gaan stellen. Was het een goedmakertje? Moest Van Wijnen even gematst worden? Waarom laat B&W Kamak zwemmen? Waarom werden andere plannenmakers gepasseerd? Jammer, heel jammer.
Ik sprak Jan Noltes nog even en ook hij vindt het een slecht plan. “Het is een cultureel monument en het past niet om daar woningen in te creëren”, zei Jan. “Stork zal zich in zijn graf omdraaien als hij het hoort. Dit is nooit de bedoeling geweest van dit gebouw.”
Hieronder de motivering van Jan Noltes’ keuze in bovengenoemd boek uit 2017 plus de foto van Metin Yirtici.
“Gebouwd in 1929 in opdracht van C.F. Stork met als voorbeeld een aantal bibliotheken in Glasgow waaronder Whiteinch Shettleton. Ik doel op de voormalige Openbare Leeszaal en Bibliotheek aan de Vondelstraat. Als kind kwam ik er vaak en was onder de indruk van de statige inrichting, de donkerkleurige houten lambrisering, het licht via de bovenramen en de orde en rust. De buitenzijde symmetrisch, streng, als een moeilijk te nemen vesting. Het aanbod boeken vond ik overweldigend en de keuze was elke keer moeilijk te maken. Twee leesboeken en drie studieboeken was volgens mij het maximale dat je mocht meenemen.
Had je je keuze gemaakt, dan moest je via een nauwe doorgang richting uitgang. Daar werd je onderworpen aan een strenge controle door de bibliothecaresse. Ik kende haar naam niet maar de grijze haren samengebonden in een knotje op haar hoofd en het brilletje op de neus staan tot op de dag van vandaag in mijn geheugen gegrift.
Tijdens mijn middelbare schooltijd raakte ik geïnteresseerd in tekenkunst en in het bijzonder het werk van o.a. Michelangelo en Da Vinci. Op een dag, ik schat dat ik een jaar of 14 was, vond ik een lijvig boek van Leonardo da Vinci. Toen ik bij de dame in kwestie mijn boek wilde laten afstempelen, keek ze me over haar brilletje aan en sprak de woorden ‘nee jongetje, voor dit soort boeken ben je nog te jong. Leg het maar terug.’ Ik heb tot op de dag van vandaag niet begrepen of het mijn leeftijd was waarom ik het boek niet mocht lenen of dat de tekeningen van de meester niet geschikt waren voor jongetjes van veertien.
Het gebouw staat er nog steeds als een fier monument. Ik zou er graag nog een keer binnen willen kijken, maar vrees dat de sfeer van weleer voorgoed verdwenen is.”

DE DAG DAT DE LAATSTE TUKKER HET LICHT UITDEED

05-06-2021
Hoe kon het zo lopen? Dat het boek over de bekerfinale zo’n lange titel kreeg. Dat zit zo. Lang verhaal tamelijk kort.
Na de opening van het Arke-Stadion in 1998 zochten een drietal Oldenzalers (Remco, Wenroy en Gerben) en een Enschedeër die luistert naar de naam William, een mooie zitplaats in de nieuwe voetbaltempel. Ze kwamen toevallig bij elkaar te zitten. En hoe gaat dat dan vaak na twee, drie wedstrijden? Dan haal je een biertje voor elkaar. Een paar wedstrijden verder praat je ook met elkaar over andere dingen dan over mislukte corners en fraaie passeerbewegingen. Voor je het weet trek je met elkaar op, kom je op elkaars verjaardagen, ga je samen uit eten of met elkaar naar uitwedstrijden. “Door FC Twente werden we vrienden”, vertelde William.
Ze vermaakten zich goed en op een dag maakten ze een spandoekje. “BtA-fans” luidde de tekst. Later maakten ze er nog een. BtA staat voor Berthil ter Avest. Een spandoek voor Berthil ter Avest? Hoezo voor Berthil ter Avest? William lachte. “Ach, dat was een cult-dingetje”, zei hij. “Berthil was onze persoonlijke cult-held. Wij vonden dat hij als FC Twente-speler behoorlijk ondergewaardeerd werd. We vonden hem belangrijk voor de ploeg, wilden hem naar een hoger niveau brengen. Dat spandoek was een ludiek dingetje. We hebben later ook nog een website over hem gemaakt.”
Even later was FC Twente succesvol in de beker. Berthil ter Avest was intussen naar Borussia Mönchengladbach vertrokken. Het spandoek “BtA fans” is daarbij van doorslaggevende betekenis geweest, hoewel dat overigens nooit bewezen is.
BtA was in Duitsland, de FC ging op weg naar de finale. Het vrienden-viertal dacht na over een nieuw spandoek. Toen Vitesse bedwongen was, de bekerfinale een feit was, wisten ze het zeker en sloegen op de terugweg aan het brainstormen. Wat moet erop staan? Moet het een klein of groot doek worden?
‘Een van ons bedacht ineens de tekst: WIL DE LAATSTE TUKKER HET LICHT UITDOEN?” Net als in de kroeg als het sluitingsuur al overschreden is. “Op enig moment was het aantal Tukkers dat naar de Kuip wilde, de dertigduizend gepasseerd. Het leek of Twente die dag zou leeglopen. Daarom die ludieke tekst”, verklaarde William de ingeving. Het sloeg natuurlijk ook op PSV, de ploeg van Philips dat lampen produceerde. FC Twente zou ze die middag in de Kuip allemaal uitdoen.
De mannen hingen het immense doek over de A1 op de grens van Twente en de rest van Nederland. Het werd gefotografeerd, het werd gefilmd. De spelers zagen de opnames vlak voor de wedstrijd en werden er stil van. In hun binnenste laaide het vuur op. Die files met bussen vol Tukkers, al die spandoeken, het stimuleerde hen. “Ze waren ontzettend heet allemaal”, zou coach Fred Rutten later zeggen.

Anno 2021, 20 jaar later, schreef ik een boek over die finale. Toen het bijna klaar was, had ik nog steeds geen geschikte titel. Tot Marck Harmes, een vakbekwame adviseur van mij, op het idee kwam de titel van het boek te linken aan dat spandoek van William Ras cum suis.
Prima titel. Niks meer aan doen. Het boek over de legendarische finale kreeg de titel die verwees naar een legendarisch spandoek. Want het ironische spandoek was iconisch geworden.
Benieuwd wat het viertal voor het nieuwe seizoen in petto heeft.

KEES

29-05-2021
Hij is al bijna 40 jaar supporter van FC Twente. Tot 2 jaar geleden was hij te vinden op Vak P, de laatste tijd zit hij met acht vrienden in vak 110. Hij was meer dan 100 (ik zeg honderd) keer van de partij bij een concert van Normaal. Zijn naam is Kees Kwakman. Ik sprak hem vanmiddag.

Wie is die blonde, langharige Twente-fan uit mijn boek DE DAG DAT DE LAATSTE TUKKER HET LICHT UITDEED. Wie zwaaide tijdens de bekerfinale van 2001 tussen FC Twente en PSV in de Kuip hartstochtelijk met zijn sjaal uit 1977 met daarop de letters BEKERWINNAAR. Een alerte fotograaf ving hem op 24 mei 2001 in de Kuip op een prachtig moment. Wie kent hem, vroeg ik op facebook aan mijn volgers.
Tientallen lezers van het opsporingsbericht wisten het meteen. “Dat is Kees, Kees Kwakman”. Zijn enige broer Erwin, uitbater van het Hengelose muziekcafé De Cactus, wist het adres en meldde ook dat zijn broer geen mobieltje heeft en niet op sociale media te vinden is.
Niettemin sprak ik hem vanmiddag en reikte hem het boek aan waarin hij met ontbloot bovenlichaam zijn club toe schreeuwt. Hij was blij met het boek, speciaal voorzien van de handtekeningen van de bekerwinnaars Fred Rutten, Erik ten Hag en Sander Boschker.
Kees Kwakman woont met zijn vriendin in Enschede, werkt in Hengelo en reisde jarenlang met FC Twente mee naar uitwedstrijden tot in de verste uithoeken van Europa. In tegenstelling tot zijn muzikale broer heeft hij nooit gevoetbald. De familie Kwakman is van Volendamse afkomst, dat had u al door. Een voorvader van de familie maakte de overstap naar Enschede.
Kees houdt van motorrijden, vissen en uiteraard van FC Twente én Normaal. Als klein kind smeekte hij zijn ouders om hem mee te nemen naar een concert van Buizen Beernd en de zijnen. Dat deden ze. Wat zijn favoriete nummer is? Simpel antwoord: “Het hele repertoire”.
Zijn favoriete FC Twente-speler? NKufo (hij heeft een sjaal met diens naam erop), Prince Polley, Spira Grujic. Jeroen Heubach ook, ze zaten samen op dezelfde lagere school.
Hoe hij aan die sjaal uit 1977 kwam, wilde ik weten. Die kreeg hij van zijn vader die bij Texoprint werkte in Boekelo. Daar werden in ’77 die sjaals gedrukt toen de FC voor het eerst de beker won. Op 24 mei 2001 had Kees de sjaal vanaf minuut één al om plus een vlag met het Twentse Ros. Nee, in een overwinning van de FC geloofde hij toen nog niet, omdat hij over de uitslag van dat soort wedstrijden altijd pessimistisch is, zei hij vanmiddag. Hij was er te vaak bij geweest dat het mis ging, zei hij. Des te groter was de euforie toen de FC de beker ternauwernood nog won.
Wat hij zegt over de FC van nu? “Ik hoop op betere tijden!”

A.L. SNIJDERS IN HET PARK

20-5-2021
Nu de coronacijfers langzaam maar gestaag verbeteren en er ook op cultureel gebied meer kan en mag, vervolgt de Stichting Hengelo Leest de in 2020 gestarte reeks Schrijvers in het park met een optreden van A.L. Snijders op zondag 30 mei om 11.00 uur bij Paviljoen De Ontmoeting in het Hengelose stadspark Prins Bernhardplantsoen.

Onder het gebladerte van de rode beuk zal de uitvinder van het zkv, het zeer korte verhaal, in dit eerste weekend van de uitgestelde Boekenweek door Hans Hoes worden geïnterviewd over het schrijverschap in het algemeen en Snijders’ nieuwste, dikste, twaalfde bundel zeer korte verhalen Tat Tvam Asi (‘Dat Ben Jij’) in het bijzonder.
Snijders’ zkv’s vatten het leven, dat zich grotendeels afspeelt in en om Snijders’ woning in de Achterhoekse bossen, geconcentreerd samen en zijn volgens zijn uitgeverij AfdH geschreven zonder angst voor lezers, zorgeloos en associatief. In Tat Tvam Asi vindt de lezer 337 zkv’s, geschreven in 2019 en 2020 voor onder meer de website van KRO/NCRV, de Vlaamse krant De Standaard en de VPRO-gids.
Na het optreden is er de mogelijkheid om het boek aan te schaffen en te laten signeren.
De toegangsprijs is €10, inclusief consumptie naar keuze, ter plekke en contant te betalen.
Een plek reserveren kan via info@hengeloleest.nl. Er is slechts een beperkt aantal stoelen beschikbaar.

Van harte aanbevolen!

PS
Enkele dagen na deze bijeenkomst overleed Peter Muller alias A.L. Snijders. Ik koester de gesprekken die ik de dertigste mei met hem had, zowel voor als na de voorstelling. We hebben enorme gelachen zelfs.

PIET

11-05-2021
Het is vandaag, de elfde mei, 20 jaar geleden dat mijn vriend Piet Weevers uit de tijd raakte. Hij leed aan aids en was niet meer te redden. De doktoren van Stadsmaten deden hun best, maar destijds was de virusziekte aids vaak dodelijk. Uiteindelijk was dat ook bij Piet het geval. Hij woonde de laatste zeven jaar van zijn leven op een paar vierkante meters in een appartementencomplex in Haaksbergen, de plaats waar hij een groot deel van zijn leven woonde en werkte als directeur van een middelbare school.
We kenden elkaar van de kweekschool in Hilversum. Daarna werd hij leraar in Neede en bleven we elkaar ontmoeten. We werden vrienden in de ware zin van het woord. Hij was intelligent, geestig, sympathiek, creatief en sociaal. In Neede en later Haaksbergen was hij zeer actief voor uiteeenlopende maatschappelijke organisaties. Zo ook in het landelijk bestuur van de KOV. Piet ondernam veel, maar leidde een grillig leven. Hij had ook depressieve periodes. Dan zat zijn complexe persoonlijkheid hem in de weg en was hij verdrietig en radeloos.
Vooral blijft me zijn trouwe vriendschap bij. We begrepen elkaar en dat was voor mij buitengewoon waardevol. Ik mis hem 20 jaar later nog steeds.
Een foto van hem. Piet was een voortreffelijk acteur. Hier zie je hem als Gabriel in Lucifer, het beroemde stuk van Vondel, wat we op de kweekschool opgevoerd hebben. Hij is hier 19 jaar.