STRAFSCHOPPEN ZIJN MAKKELIJK

Zag je die penalty’s van Oranje en van de Mannschaft? Hoe is zoiets mogelijk, vroeg ik me af. Hoe kun je die bal naast (Q. Timber) of over het doel (Tah) schieten? Dat doel is zeven (7) meter breed en de bal ligt op slechts elf (11) meter. De keeper moet op de lijn staan. Dat kan niet moeilijk zijn.

Maar dan kom je onder druk te staan in een groot, vol stadion op het WK en voor miljoenen tv-kijkers. Dat is andere koek. De spelers trainen erop en gaan met vertrouwen naar de wedstrijd. Na 120 intensieve minuten voetbal is alles anders. Welke speler is dan nog koelbloedig? De coaches kennen hun pappenheimers en wijzen vijf man aan. Koeman koos vooral mannen die ingevallen waren. Routiniers met een goeie trap. Koopmeiners (harde bal onder in de hoek) en Weghorst (prachtige, onhoudbare bal in de kruising). Kluivert en Timber waren nog tamelijk fris, maar ook onervaren. En bovendien kozen ze voor een rare aanloop. Dat werden missers. Tot slot Summerville die nog maar kort deel van Oranje uitmaakt en ook nog een hele wedstrijd inclusief verlenging achter de kiezen had. Hij had eveneens een rare aanloop. Ook mis. Ongelooflijk.

Ik had het anders gedaan als ik Koeman was. Gewoon na de verlenging vijf routiniers aanwijzen met de opdracht de bal hard in de hoek te knallen. Van Dijk, Dumfries, De Roon plus Koopmeiners en Weghorst. Ze kennen het WK-podium. Ze lopen al jaren mee.

Overigens zou het nog beter zijn als na zo’n knockout-duel alle elf spelers een penalty moeten nemen. Dan wordt het aantrekkelijker voor de kijker en eerlijker voor het toernooi. Maar dat is een hersenspinsel van mij. Dat zal de FIFA nooit gaan doen.

Hoe dan ook, ik blijf erbij dat penalty’s gemakkelijk zijn. Ook onder druk. Oranje kon het echter weer niet en gaat morgen terug naar Nederland. Vreselijk jammer is dat. We blijven het WK volgen, maar de aardigheid is eraf.

OF IK DE WEG KWIJT WAS

Het is er dan toch van gekomen. Wout Weghorst wordt speler van FC Twente. In december 2025 filosofeerde ik op deze plek al over zijn mogelijke terugkeer naar de regio van zijn roots. Bij Ajax was hij bijna klaar en de FC zou hem goed kunnen gebruiken, ook al omdat Ricky van Wolfswinkel op weg was naar de finish.
De reacties logen er niet om. Of ik wel goed wijs was. Lees het maar terug.
Ik pik er drie uit.
Dick Soepenberg: ‘Gijs, ben je de weg kwijt?’
Harrie Waanders: ‘De enige plek die hij in Enschede kan krijgen is in de gesloten afdeling van Mediant. Opzouten met die clown.’
Johan Winkelhorst: ‘Twee jaar TBS, dan mogelijk geschikt voor het B-elftal, maar wel met enkelband.’

Heftige meningen over de man die al meer dan vijftig interlands heeft gespeeld, waarvan overigens de meeste als invaller. Maar toch. Wat hij bereikt heeft, is grandioos. Zijn wilskracht is onovertroffen.

‘Is hij niet een beetje gek?’ hoor ik je vragen. Hij gedraagt zich soms eigenaardig, reageert curieus als er een camera in de buurt is. Af en toe gaan zijn emoties met hem op de loop. In de coronatijd was hij een wappie. Iedere cabaretier noemt de naam Wout Weghorst, columnisten beschrijven zijn gedrag, podcastmakers bespreken zijn doen en laten. Messi noemde hem een gek. Prima, maar Wout is vooral een sportman die zich voorgenomen heeft als profvoetballer te slagen, ondanks het feit dat zijn motoriek, zijn techniek, zijn balgevoel in de verste verte niet lijken op de vaardigheden van Messi of Mbappé, Frenkie, Kane.

Oh ja, dat hij twee jaar geleden zijn aangekondigde komst naar de FC plotseling cancelde om vervolgens te tekenen bij Ajax, was een zware boodschap voor de fans. Dat vergeet de Tukker niet. Hij/zij onthoudt dat. Rancune zit in onze volksaard. Zie deze dagen de reacties op de sociale media. Positieve, maar ook heel veel negatieve. Toch weet ik zeker dat men dat op slag vergeten is, als hij de eerste doelpunten in het shirt van de FC gemaakt heeft. En als hij dan in het voorjaar van 2027 zijn eerste jaar eindigt met een doelpuntje of twintig – inclusief een handvol penalty’s – dan klappen de duizenden fans hun handen stuk voor de man uit Borne.

Vorige week werd in de TCTub een zeer goede bekende van mij geïnterviewd (ik mag haar naam hier niet noemen) die Wout op de basisschool in Borne als leerling had gehad. Mooi verhaal. Wellicht heb je dat gelezen. Samen met een oud-collega vertelde ze over hem en overigens ook over Mats Wieffer die eveneens op die school zat. Is dat niet bijzonder?
De juf zei (ik citeer): ‘Wout kon op school al niet tegen verliezen. Bij welk spelletje ook. Zonder dat het vervelend werd, hoor.’
Hij was toen al een geheide winnaar en dat is hij nog steeds. Ik denk dat de FC veel baat zal gaan hebben van hem.

SI

Zelfs de kenners op tv noemen hem een wonder. Ze betitelen hem als godenzoon, als de beste voetballer aller tijden, als Leo de Ontembare. Je leest bijvoeglijke naamwoorden als Messiaans, uitmuntend, fenomenaal en onovertroffen. Dat is terecht. Hij is inderdaad enorm goed. Geniaal misschien. Wat geinig dat hij vervolgens een penalty miste. Hoe kon dat zo ineens? Hoe wonderlijk was dat?

Vandaag wordt Lionel Andrés Messi Cuccittini 39 jaar. 21 jaar geleden vierde hij zijn verjaardag in Enschede. Zou hij dat nog weten? Hij was daar vanwege het WK voor Voetballers onder de 20 jaar. De Argentijnen logeerden in het Dish-hotel. Ze trainden bij Sparta en speelden enkele wedstrijden in het Arke stadion. Ik was erbij tegen Egypte. Argentinië won met 2-0.  Messi scoorde de 1-0 en in blessuretijd maakte Zabaleta de 2-0.

Namens de TCTub meldde ik na afloop de perschef van de Fifa dat ik Messi graag wilde spreken. Een kwartiertje later stond ik in de perstent op het voorplein van het stadion oog in oog met Messi. Ik moet het toch even vertellen, want het mondde uit tot mijn en waarschijnlijk ook Messi’s kortste interview aller tijden. Nou ja, interview? Noem het maar een praatje. De term ‘interview’ is niet op zijn plaats. Ik stelde een vraag, de tolk vertaalde en Messi antwoordde ‘si’. Ik wachtte nog even, maar de kleine ster liet het bij si. ‘Nog een vraag’, vroeg de tolk. Jazeker. Ik stelde mijn tweede vraag. Messi dacht even na en antwoordde andermaal ‘si’. Bij de derde en laatste vraag haalde hij zijn schouders op, keek mij aan en antwoordde: ‘Espero que sí’ (ik hoop het). Hoe krijg ik die jongen aan het praten, dacht ik bij mezelf. Maar het hoefde al niet meer, De tolk zei: ‘Thank you’ en gaf het woord aan enkele Argentijnse collega’s. Ik wachtte nog even om te kijken hoe dat ging. Tegen zijn landgenoten was Leo ietsjes uitgebreider, maar nog steeds heel kort van stof. Anno 2026 houdt hij nog steeds niet van interviews. Dat zie je aan zijn gezicht als hij na het zoveelste doelpunt in de zoveelste WK-wedstrijd een reactie moet geven.

PS. In 2005 werd hij met Argentinië o 20jr wereldkampioen.
(foto rtv Oost)

‘CRUIJFF KREGEN WE NIET TE PAKKEN’

In 2010 was ik in Brazilië voor familiebezoek. Maar tevens zou ik voor Voetbal Magazine (blad bestaat niet meer) proberen een Braziliaanse voetbalcrack van weleer te interviewen in de aanloop naar het WK in Zuid-Afrika. Het lukte om in São Paulo een afspraak te maken met Roberto Rivellino, ster van Braziliaanse elftal in 1970, ’74 en ’78. Het interview zit veilig opgeborgen in mijn archief.

Rivellino had alle tijd. Heel prettig en sympathiek. Het werd een lang en fijn interview. Ik was er heel blij mee. Overigens stond hij erop dat ik zijn achternaam met dubbele l spelde. ‘Jullie Europeanen doen dat altijd fout’, zei hij.

Een paar citaten over de legendarische wedstrijd Brasil vs Oranje in 1974, een memorabele, spijkerharde wedstrijd. Rivellino: “Ik had er vrede mee en dat heb ik nog steeds. Jouw land had wereldkampioen moeten worden. Dat zou terecht geweest zijn. We verloren van het beste elftal. Ik had Holanda als favoriet voor de finale. Jammer dat het niet gelukt is.’

Die halve finale vergeet hij zeker niet, zegt hij. Hij maakte zelden een belangrijke nederlaag mee, dus het kleine aantal dat hij mee heeft moeten maken, verdwijnt niet uit zijn geheugen. ‘We hadden in het begin een paar goede kansen. Hadden we er één of twee benut, dan was het anders gelopen. Cruijff was een topspeler. We kregen hem niet te pakken. Rep vond ik ook goed en de verdedigers ook. Ikzelf kwam als linkshalf vaak een grote, langzame speler tegen, hij was hard en niet van de bal te krijgen.’
Was het Van Hanegem, vroeg ik. Rivellino haalde zijn schouders op. Hij wist het niet meer.

Hij roemde de doelpuntenmakers Neeskens en Cruijff. Hoe wilden ze Johan Cruijff aanpakken?
Rivellino: ‘Tja, dat was een probleem. Hij liep overal. Dat was het karakter van Cruijff. Hij wilde het hele veld beheersen en bespelen. Waar hij liep, moest iemand van ons hem oppakken. Mandekking geven aan hem, zoals de Duitsers daarna in de finale deden, was zinloos, want daar hadden we niemand voor. Duitsers zijn voor dat soort opdrachten veel geschikter.’
Bang voor de wedstrijd tegen Nederland? Hij lacht hard. Een overtuigend ‘nee’ is het antwoord. ‘We hadden respect voor jullie team, omdat het bijna louter uit echte voetballers bestond. Maar wij gingen er wel van uit dat zij bang voor ons waren. Wij waren immers de regerend wereldkampioen.’

Nog één citaat. Hoe voelde hij zich na het laatste fluitsignaal, want Oranje schakelde het beroemde voetballand door de 2-0 zege uit.
‘Hmm. We waren woedend, we waren beduusd, ontgoocheld. Maar ik besefte wel meteen dat we verdiend verloren hadden en dat ik dus in gedachten eigenlijk niets anders kon doen dan applaudisseren voor de tegenstander die ons te grazen genomen had.’

RIP HARRY

Het zat eraan te komen, dat wist ik wel. Maar toen afgelopen zondag het appje vanuit Hengevelde meldde dat hij was overleden, overviel me dat. Ik hoopte hem nog te spreken bij de seniorenavond of tijdens de zaterdagmiddagbijeenkomst van de Zomerfeesten, maar dat mag niet zo zijn. Harry Lentelink is uit de tijd geraakt. Aan zijn welbestede leven is na ruim 81 jaar een einde gekomen.

In de eerste 25 jaar van ons bestaan deden Harry en ik veel samen. We waren klasgenoten op de lagere school, we voetbalden samen in de junioren van WVV en bij de senioren trainden we samen. Toen we jonge twintigers waren, deden we de parttime studie voor leraar lichamelijke opvoeding. Drie jaar reden we twee keer per week samen naar Hengelo of Enschede. In oktober 1972 moest Harry als dienstplichtig soldaat op herhaling en gedurende die drie weken verving ik hem op de lagere school in Rietmolen. Ik had op dat moment geen baan en kon zijn taken overnemen als meester van de vijfde klas. Dat soort zaken schiep een band tussen ons. Hoewel daarna onze wegen scheidden, hadden we af en toe nog wel contact. En dat was altijd fijn. Harry was een buitengewoon sympathiek mens. Iedereen die hem gekend heeft, zal hem missen. Dat weet ik zeker.

Na de ulo en de Hengelose kweekschool werd Harry onderwijzer op de lagere school van Rietmolen. Hij deed de reeds genoemde opleiding voor gymnastiekleraar, kreeg een baan op de huishoudschool in Neede, haalde ook nog aktes als docent tekenen en handenarbeid, stapte over naar een school voor lager beroepsonderwijs in Haaksbergen en daarna Borculo en gaf al die vakken waarvoor hij gestudeerd had inclusief maatschappijleer. Het liefst gaf hij les aan leerlingen die het moeilijk hadden, jongens en meisjes die een individuele aanpak nodig hadden.
Harry en zijn vrouw Marianne woonden aanvankelijk in Rietmolen. Na enkele jaren verkasten ze naar de Vinkestraat en gingen daar niet meer weg. Ze kregen drie dochters en hebben intussen alweer tien kleinkinderen. Twee van de drie dochters werkten en woonden een tijd in Amerika cq elders in Europa en dat leverde Harry en Marianne mooie reizen op.

In zijn vrije tijd zat Harry niet stil. Jarenlang voetbalde hij in het eerste elftal van WVV als een ouderwetse libero. Hij was tamelijk snel en technisch. Hij had inzicht, kon het spel goed lezen, zoals dat tegenwoordig heet. Harry speelde graag wat achter de verdedigers van waaruit hij zijn medespelers coachte. Ook was hij aanvoerder. Rustig en plezierig. Hij was een prettige teamspeler, de rust zelve en to the point. Hij wees spelers die dat even nodig hadden, op een kalme, duidelijke manier op hun taken.
Oh ja, nog een anekdote uit die tijd, die ik graag nog even vertel. Toen Harry en Marianne trouwden, had hij diezelfde avond moeten trainen. Met een man of vijf sloten we een weddenschap af. Als hij die avond ondanks de avondbruiloft toch zou komen trainen, zou hij een paar kratten bier winnen. En jawel. Sneaky verliet de bruidegom de volle zaal van Assink, reed snel naar de Diepenheimsestraat waar toen het voetbalveld nog lag, kleedde zich om, liep een paar rondjes, schoot twee ballen in het doel, kleedde zich weer om en meldde zich weer bij Marianne achter de feestelijke tafel van het bruidspaar. Bijna niemand had het gemerkt. Wij waren een paar kratten Grolsche beugels kwijt die we hem een week later in hun huis in Rietmolen hebben aangeboden. Dat werd toen een aangenaam avondje, herinner ik mij nog goed.

Harry was een echte sportman. Hij tenniste vele jaren, uren stond hij op de baan en won menige wedstrijd. En ook daar klinkt dezelfde reactie. Hij was altijd vriendelijk, sportief, plezierig en positief. Hij speelde golf, volleybalde en genoot ook van wintersport. Jarenlang gaf hij sportlessen in de Bentelose Pol. Hij was overigens niet alleen in de sport actief. Harry is bestuurslid en – samen met Marianne – vrijwilliger geweest van de Stichting Sport- en Gemeenschapsvoorzieningen Hengevelde (SSGH). Kleedkamers en tribunes schoonmaken, zaal vegen en boenen, bardiensten draaien, dat werk allemaal. Vorig jaar nog werden ze daarvoor gehuldigd. Waarschijnlijk heeft hij zich meer dan 30 jaar ingezet voor De Marke.
Harry maakte zich eveneens verdienstelijk voor de parochie, onder andere door tientallen keren een avondwake te leiden. Iedere dorpsgenoot zal zich dat nog herinneren.

Nu is hij uit de tijd, deze dorpsgenoot. Mijn klas- en studiegenoot van lang geleden. Hij leed aan de ziekte van Alzheimer en dan weet je dat het einde in zicht is. Deze dinsdag zou hij naar een hospice gaan, maar een paar dagen eerder overleed hij. Hij wilde graag thuis sterven en dat gebeurde dus ook.
Zijn goeie eigenschappen heb ik en passant genoemd. Dat waren er veel. Harry was een man zonder vooroordelen. Meningen over anderen had hij wel, maar hield ze meestal voor zichzelf. Kom daar tegenwoordig nog eens om. Ik mocht hem graag. Daarom ook spookt zijn vertrek naar het hiernamaals dezer dagen regelmatig door mijn hoofd.
RIP Harry.

DE FC OVERKLAST DE NUMMER TWEE

De wedstrijd FC Twente-Feyenoord gaat nog regelmatig door mijn hoofd. Het was een mooi middagje in de Veste. De FC begint steeds beter te draaien, Feyenoord is onthutsend slecht geworden. Dat is momenteel de nummer 2 van de eredivisie. Zolang het nog duurt. Robin van Persie demonstreert dat een schitterende profvoetballer niet vanzelf een goede trainer en coach is. Wat was het zwak allemaal. Zijn keeper en captain Wellenreuter die vanaf het begin tijd rekte en mopperde. Vooral op Hadj Moussa die niet begreep dat Mats Rots als specialiteit heeft om voortdurend aan te vallen langs de linkerkant, maar als het hem uitkomt ook door het midden. RvP riep Hadj Moussa driemaal bij zich voor extra uitleg, maar de Algerijn begreep het niet. Wellenreuter werd bozer en bozer tot hij zelf blunderde. 28.000 Tukkers lagen dubbel van het lachen.

Waar waren ze? Valente, Ueda, Deijl, Hwang, Moder en het onlangs ingevlogen wonderkind Raheem, dat nog lang niet op zijn oude niveau is. Ik keek vol verbazing naar dit zwalkende Feyenoord. Hoe lang zal dat nog duren? Met RvP aan het roer?

Laten we liever over de FC praten. Tien wedstrijden voor de finish moeten de beste 11 de basis vormen en in vorm zijn. Geen blessures, schorsingen etc. Dan moet je klaar zijn voor de eindsprint, zei good old Steve McClaren zo’n 15 jaar geleden. De wedstrijd van gisteren van de eerste van de laatste tien. En inderdaad lijkt het erop dat de vorm er is. Alleen Robin Pöpper is nog afwezig, maar zijn jonge vervanger Nijstad is prima. Geen nood.
Wat ook opvalt is de vorm van jongens als Lammers, Hlynsson, Unnerstal, D. Rots, en vdBelt die een tijdlang matig waren en wisselvallig, maar intussen lekker meedraaien. M. Rots, Zerrouki, Van Rooij, Lemkin en de heerlijke dribbelaar Ørjasæter spelen al veel langer goed, wat slaapmomenten van M.Rots even niet meegerekend.

Dat kan wat worden de komende tijd. Trainer vdBrom heeft de zaken goed voor elkaar. Hij wisselde gisteren pas, toen RvP dat al zes keer gedaan had. Wel jammer dat geen enkele speler van de FC een vlammend afstandsschot in huis heeft, want de schoten vanaf de zestien die veelvuldig worden gericht op het doel van de tegenstander, lijken vooralsnog meer op terugspeelballen. Iets voor de nieuwe TD om dat wapen ook in huis te halen.

AAN DE SLAG

Hoe origineel wil je het hebben. Het regeerakkoord van CDA, D’66 en VVD krijgt als titel Aan de slag. Een afgelebberd begrip. Hoe vaak hoor je politici dagelijks wel niet roepen dat ze ergens mee aan de slag willen. Rob Jetten gebruikt het te pas en te onpas. Dilan idem.
De herkomst van dat begrip is niet precies vast te stellen. Er met volle kracht tegenaan gaan, dat zal het wel zijn. Dat wil Jetten en dat geloof ik. Maar benoem dat dan eens anders. Origineler bedoel ik.
Een jaar of wat geleden hadden we een minister van verkeer en water of zo die luisterde naar de naam Cora van Nieuwenhuizen (foto). Ik moest die naam weer opzoeken. Maar wat ik me wel herinner is een optreden van haar in DWDD waarin ze zestien keer zei dat ze aan de slag wilde gaan. Ik heb dat destijds na geteld.
Elke keer als Van Nieuwkerk een onderwerp aan de orde stelde, wilde ze er hard mee aan de slag. Aan de slag, aan de slag., aan de slag. Even later was ze weg. Andere baan. Kon ze niet laten lopen. Beter salaris, bedoelde ze. En nog steeds is ze hard aan de slag?
(De foto plukte ik van haar FB-pagina)

DOPE

The Voice is terug. Ik was nieuwsgierig en keek gisteravond een stukje van het programma. Er kwam een leuk meisje van zestien het podium op, Haley. Ze zong Bring it on home to me, een nummer van de legendarische Sam Cooke (foto). Dat vond ik mooi en Haley deed het goed. Een meisje van zestien dat gekozen heeft voor een lied van een zanger die al ruim zestig jaar dood is. Goed dat het repertoire van ruim een halve eeuw geleden op die manier blijft leven.

Toen kwam de jury. Willie Wartaal had gedraaid en was bijna over de toeren. Hij riep tegen Haley: “Jouw muziek is precies de muziek die ik thuis met met mijn gezin ook altijd zing.” Maar dan: “Het lijkt me dope om met jou die sicks (?) te maken en Nederland kapot te maken. Jij…bent… een… ster”. Ik ging nog even voor de zekerheid een stukje terug op om te controleren of ik gehoord had wat ik meende gehoord te hebben.

Jurylid Dinand Woesthoff had ook gedraaid. “Ik ben weg van je stem. Ik zat in de stoel en dacht Is this real. Ik draaide en dacht: is this real.‘ Ik zou heel graag met jou op die journey gaan.”

Even later zei de presentator dat Haley het zou gaan nailen, zoiets.
Ik haakte af…

ERIK TEN HAG GAAT ZIJN VIERDE KIND EEN TIJDJE OPVOEDEN

Verrassend is het wel, de rentree van Erik ten Hag bij FC Twente. Hij zou clubs kunnen trainen van een hoog Europees niveau. Ondanks de misser in Leverkusen zou zijn naam zeker vallen bij internationale topclubs die binnenkort een nieuwe trainer-coach nodig hebben. Maar dat zal niet gebeuren. De 55-jarige Oldenzaler (van Haaksbergse komaf) wordt technisch-directeur bij FC Twente voor een jaartje of drie. Het is verrassend, omdat ik hem weliswaar terug had verwacht bij de club waar hij als profvoetballer begon voor een jeugdcontract van 3000 gulden, maar niet nu al.

In 2015 vroeg ik hem voor een interview in weekblad De Roskam wat hij denkt te doen in 2030. Hij zei:
‘In het voetbal valt niets te plannen. Dus waar ik over 15 jaar ben en wat ik doe, is niet te zeggen. Of ik dan trainer van FC Twente geweest ben, weet ik dus niet. Ik ben er in 2009 weggegaan om er ooit terug te keren als hoofdtrainer, maar of het intussen gebeurd is, is niet te voorspellen. Misschien ben ik er in 2030 technisch-manager. Ik heb voor de gein ook wel eens gezegd dat ik ooit nog eens voorzitter van de club wil worden. Waarom niet? Maar nogmaals, het profvoetbal is onvoorspelbaar. Aan welke clubs ik in 2030 verbonden ben geweest, is nu niet te zeggen. Ik denk overigens wel dat ik succes heb gehad. Als je de goede filosofie hebt en de juiste plannen met bekwame mensen om je heen en een beetje geld, kun je succes creëren.’

In 2021 interviewde ik hem in aanwezigheid van zijn vrouw Lauri voor het boek Wil de laatste Tukker het licht uitdoen. Dat was over de bekerwinst van 2001. Maar we spraken tevens over de FC van 2021, die hij ook als Ajax-trainer nauwgezet volgde. ‘Twente heeft altijd meer mijn aandacht dan iedere andere club in de eredivisie’, zei hij toen. En Lauri vulde aan dat Eriks vierde kind luistert naar de naam FC Twente.

De functie technisch-directeur kwam een paar weken geleden vrij, Erik zelf was ook vrij. 1+1=2 of misschien wel 3. Hij dacht: ik ga me nu met de opvoeding van mijn vierde kind bemoeien.
En zo gaat het gebeuren. Hij is een topsportman van het zuiverste water. Ben zeer benieuwd waar de FC over pakweg een kleine anderhalf jaar staat.

365 GESCHIEDENISLESJES

Bijna 25.000 fans van FC Twente scheuren vandaag het laatste blaadje eraf. De scheurkalender tgv het 60-jarig bestaan van de club is leeg. 365 fraaie en minder fraaie herinneringen aan de eredivisionist hebben hun werk gedaan. FC Twente besloot de kalender cadeau te geven aan al die trouwe fans die een jaarkaart hebben, aan hen die de club aanmoedigden in goede en slechte tijden.

Ik mocht die kalender maken. Dat kostte de nodige uren, maar het was een heel leuke klus. Gelukkig beschik ik na al die jaren waarin ik de club heb gevolgd over een groot archief en hielp FC Twente (vooral Jasper vd Bult) volop mee.
Gisteren nog sprak een onbekende mevrouw mij aan tijdens een bezoekje aan de tentoonstelling 60 jaar FC Twente in de Oude Kerk te Enschede. ‘Wat jammer dat het jaar erop zit, want elke dag een interessant feitje lezen over de club vond ik geweldig leuk’, zei ze enthousiast. ‘Bedankt daarvoor.’
Leuk om te horen.
En ras-supporter Toon Heupink dan. Hij vertelde me een tijdje geleden dat de kalender verplichte kost was voor zijn kinderen. ‘Elke dag moesten ze van mij lezen wat die dag op de kalender stond. Het was huiswerk voor hen. Geen ontkomen aan’, zei Toon, ‘want ik wil dat ze veel van de club te weten komen, die zo diep in mijn hart zit. Ik overhoorde hen ’s avonds wat er die dag op de kalender gemeld werd. Gratis geschiedenisles over mijn club.’ Hij keek er heel serieus bij. Toon meende wat hij zei.
Zo zal dat niet in elk gezin gebeurd zijn. Maar in ieder geval waren die tienduizenden lezers van de kalender elke dag even met de gedachten bij hun geliefde club en dachten ze een paar momenten terug aan een speler van vroeger, aan een glorieus moment of kregen ze een feit voorgeschoteld waar zo nooit bij stilgestaan hadden.
Vandaag op oudjaarsdag sluiten we af met wie anders dan Bryan Ruiz.
© Copyright - Gijs Eijsink Tekstenetcetera