50 | ZITTEND OP DE HANDREM

Het kwam in de beste families voor. Zeker als een gezin uit vier, vijf of nog meer kinderen bestond. Had de oudste of hadden de oudsten een succesvolle hobby en steunden de ouders deze passie met hart en ziel, dan had de rest van het gezin geen keuze. Ze moesten erachteraan. Elke zaterdag/zondag naar het voetbalveld, de danszaal, de manege of de sporthal. Of in het geval van de Lammertinks uit Hoge Hexel naar een wielerkoers. En ja, dat was niet altijd de favoriete vrijetijdsbesteding van sommige gezinsleden

In de vijftigste aflevering van het levensverhaal van Jos Lammertink, laten we zijn broers en zussen aan het woord. Jos, de oudste van het gezin, is de voormalig, meervoudig kampioen van Nederland in de eindjaren 70 en jaren 80. Trouwens, de broers Herman en Laurens hebben ook gewielrend, dus laten we vooral eens horen hoe Gea, Trudy en Leontien de loopbaan van Jos ervaren hebben.

De meningen zijn verdeeld. Gea zegt: “Ik vond het niet zo heel erg”, maar ze herinnert zich wel een verjaardag waarop ook gefietst moest worden. “Ik bleef onder protest alleen thuis. Ik kreeg toen pas bij thuiskomst een cadeautje van ma en daarvoor moest ze toen eerst nog naar de winkel.”
Ook weet ze nog dat ze op een oudejaarsavond allemaal op tijd naar bed moesten, omdat Jos en Herman op nieuwjaarsdag moesten fietsen. “Om middernacht keken Trudy en ik uit het raam naar het vuurwerk.”
Trudy zelf herinnert zich dat voorval ook nog. “Ja, iedereen moest op tijd naar bed, want de ‘breurs’ hadden de andere dag een wedstrijd.”

Gea is van mening dat ze niet het gevoel heeft iets tekort gekomen te zijn. “Er was wel meer aandacht voor “goed eten” voor de wielrenners. Op een gegeven moment was een varkensstaart natuurlijk niet goed meer.”

Varend op de Atlantische Oceaan reageert ook Leontien: “Wat jullie daar vertellen, zegt eigenlijk al genoeg. De weekenden waren gevuld met wielrennen. Dus was er geen tijd voor andere dingen. We zijn nooit op vakantie geweest. Ik kan me herinneren dat we één keer in een hotel hebben geslapen. Dat was in Essen in Duitsland, omdat de jongens daar denk ik twee dagen moesten fietsen. Ik lag met Laurens in het bed en pa en ma sliepen op de grond.”
Leontien voelt nog de ondergeschikte rol die ze als jongste kind had. “Ik mocht niet op een sport, zelfs niet op wielrennen, want Gea had dat ook eens geprobeerd en al snel opgegeven.” Ze vertelt dat het gezin op de zonnige dagen wanneer er geen wielrennen was, naar Diffelen ging om te zwemmen. “Nou ja zwemmen”, zegt ze, ”pa en ma konden niet zwemmen en voor wielrenners was het niet goed om te zwemmen.”
Jos: “Jullie zaten op judo, toch?”
Trudy: “Gea en ik mochten lekker wel op een sport, maar onze ouders stonden niet in de sporthal om naar onze wedstrijden te kijken. Laurens heeft ook nog gejudood.”
Leontien: “Ik mocht jullie pakken een keer aan voor op een foto.”
Jos: “Wij zaten eerst ook op voetbal, bij Omhoog. Daar konden we alleen naartoe en ook daar kwamen ze niet kijken.”
Leontien: “Ik heb wel blokfluitlessen gehad. Ik moest dan na afloop naar Martinus lopen en daar kon pa me dan na zijn werk meenemen. Later toen ik lid was van de majorettes, kon ik met Mariska Lubbers meerijden. Maar al met al wist ik niet beter. Van de andere kant bekeken: ik ben wel door al die bezoekjes aan wielerkoersen in heel veel plaatsen in Nederland geweest en heb er veel rondjes om de kerk gelopen.”
Trudy: “Ik sluit me aan bij Leontien. De weekenden draaiden om de wedstrijden. Maar inderdaad hebben we er ook goede herinneringen aan. Ik ken alle liedjes van The Cats uit mijn hoofd.”
Jos: “Op de achtsporencassette in de Benz van pa.”

Leontien: “En Pour un flirt.”

Herman was ook wielrenner en merkt op dat als die liedjes tijdens de reizen naar de koersen behoorlijk zijn blijven hangen.
Het gesprek (per app) komt behoorlijk op gang. De ene herinnering na de andere over het leven in dienst van de gezinsleden die wielrenden, komt boven drijven.
Leontien weet nog dat ze op een kussentje zat op de handrem tussen pa en ma in. “Laurens zat op schoot bij ma en jullie met zijn vieren achterin. Trudy nam plaats op de hoedenplank.”
Trudy: “Ja hoor, ik was weer eens de klos.”
Leontien herinnert zich dat Trudy een keer als een soort verstekeling in de kattenbak is meegereisd naar de koers, waarna Trudy daar tegenover zet dat ze ook ooit eens ergens rondemiss geweest is.”
Herman: “Gelukkig hoefde je toentertijd nog geen gordels om te doen. Anders hadden we met twee auto’s naar de koers gemoeten.”
Leontien herinnert zich ook dat er een foto moet zijn van haarzelf en Laurens samen in het bed in het hotel in Duitsland.
Jos: “Zo’n groot bed hadden we thuis niet.”
Leontien: “Nee, echt niet. Daarom is het blijven hangen. Het was ook wel erg speciaal. Was ik voor de eerste keer in het buitenland en ging ik meteen in een hotel.” Gea ziet op de foto dat de ouders in dat hotel op de grond geslapen hebben. “Ze hadden er in zo’n groot bed best wel bij gekund.”

Laurens, de jongste van de drie jongens, meldt zich ook nog even. Hij is negen jaar jonger dan Jos en kijkt terug op een mooie tijd. (foto rechts) Hij beleefde zijn jeugdjaren heel anders. “Ik was en ben er trots op dat hij mijn broer is”, zegt hij. “Dan lag ik als kind soms onder de jurywagen om te kijken wie er ging winnen. Wat ook leuk was: ik sprokkelde bij die wedstrijden altijd lege flesjes voor het statiegeld. Dat leverde dan meestal een paar gulden op.”
Toen hij 12, 13 jaar was, kreeg Laurens rijles van Jos. “Dat was in een groene ascona. Op mijn zestiende, zeventiende was ik soms chauffeur. Dan reed ik hem naar de koers met de Opel Senator en stond ik langs het parcours klaar met reservewielen. Ook herinner ik mij dat ik op Jos zijn crossmotor mocht gassen. Dus voor mij waren onze jeugdjaren anders dan voor mijn zussen.”
“Al met al”, concludeert Leontien als de jongste van het gezin, “heb ik er niet echt onder geleden. Ik wist niet beter. Het was allemaal zoals het was sinds ik me kan herinneren. Ook omdat er 11,5 jaar tussen ons zit, had ik er waarschijnlijk het minst onder te lijden. Het was allemaal normaal voor mij. Ik was 3 toen jullie begonnen met fietsen. Ik was 10 toen je prof werd in 1980. Ik weet niet precies meer wanneer jullie allemaal het ouderhuis hebben verlaten, maar volgens mij waren alleen Laurens en ik in 1981 nog over. Jullie konden als oudsten je eigen gang gaan en hadden er geen last meer van om mee te moeten. Ik kan me voorstellen dat bijvoorbeeld Trudy van haar tiende tot achttiende wat meer last ervan gehad heeft. Die zat in een compleet andere fase van het leven. En gelukkig ging je bij de profs wat meer wedstrijden in het buitenland fietsen. Ik kan me niet herinneren dat we ooit op die keer in Essen na, buiten de Nederlandse grenzen zijn gekomen.”

Dat was natuurlijk voor Jos ook prima, want hij was intussen bij de beroepsrenners actief. Toch waren de jongsten nog niet van hem af. “Want dan was de koers wel ergens op de tv. Dan stond het kassie altijd wel aan om alles goed te kunnen volgen en werd er geen wedstrijd gemist. Trouwens dat gold niet alleen voor wielrennen maar ook voetbal, boksen, en andere sporten, waardoor ik in ieder geval nog steeds niet graag naar sport kijk.”

Al brainstormend met zichzelf vindt Leontien nog een voordeel van haar positie als jongste telg van het gezin van Henk en Truus Lammertink. “Als het lelijke, jonge eendje van de familie heb ik er misschien wel juist veel profijt van gehad. Ik was wel het zusje van… Misschien was ik anders wel gepest op school met mijn brilletje. Ik was er wel trots op dat mijn broer(s) zo hard konden fietsen. Zelfs nu nog, als ik op een klein eiland, midden in de Atlantische Oceaan aan anderen mijn achternaam vertel, weten de meesten wel dat er een wielrenner was met dezelfde achternaam. Ik kan nog steeds met trots vertellen dat Jos mijn grote broer is.”

Foto boven: Helemaal links achter de kofferbak Gerard en Annie Lammertink, de vader van Jos’ neef Jonnie. Met fiets Richard Freriksen, dan Ina Lammertink, een zus van Jonnie en dan Gea, Trudy, Laurens en vader Henk met Leontien op de arm.


Beginjaren zestig. Truus Lammertink met haar oudste kinderen. Links Jos, midden Herman en baby Gea.


Moeder Truus en haar kroost. Naast haar Trudy. Verder vlnr Leontien, Laurens, Jos, Herman en Gea. 


Truus bekijkt de koers met dochter Gea


Gea, Trudy, Leontien (onder)


Vlnr Gea, Trudy, Leontien

Winnaar Jos in het voetbalshirt van Omhoog