8 | HET ETIKET RK

Beetje wielrenner heeft ook een partner. Ruim 54 jaar geleden, toen Bert nog Bertus heette, trouwde hij met Truus Wolters. Ze hadden elkaar ontmoet in Goor. Daar had je dancings als De Zon, De Ster en Kobes. Bertus kwam daar, Truus kwam daar. En ja, de bliksem sloeg in bij de wielrenner uit Herike en de knappe jongedame uit Enter. Alsof het zo moest zijn.

Eén ding: Truus was katholiek en Bertus een beetje protestant. “Ik ben toen katholiek geworden, anders werd ik niet goedgekeurd door de familie Wolters. Maar ik vond het een acceptabel geloof”, zegt Bert, “en niet eens zozeer vanwege het etiket RK. Het had ook gereformeerd of hervormd kunnen zijn. Mijn eigen ouders waren niet erg gelovig, maar waren ook geen tegenstanders van welke religie dan ook.”

Bertus werd in 1959 gedoopt in de katholieke kerk te Enter. Hij was 21 jaar en om dichterbij Truus te kunnen zijn, trok hij in bij Jo, de zus van Truus, die thans 96 jaar is. “Zo ging dat toen. Van samenwonen was geen sprake destijds. Jo had niks met wielrennen, maar dat kreeg ze sindsdien wel. De familie Wolters (bijgenaamd De Koele en spreek dat op z’n Twents uit aub) had twaalf kinderen. Ze raakten steeds meer betrokken bij de wielrennerij. Je had toen veel plaatselijke ronden met veel publiek. Dat vonden ze mooi, daar gingen ze graag naar toe.”

In 1968 – op 1 april – trouwden Bert en Truus. Ze kregen drie kinderen, Bart, Rik en Judith. Hoewel we haar ook soms op oude krantenfoto’s signaleren, leefde Truus in de schaduw van Bert. “Dat wilde ik liever”, vertelt Truus, “en zo is het ook altijd gegaan. Ik was op de achtergrond, maar soms moest ik met het circus mee. Bert ging zijn eigen gang, was met zijn grappen vaak het middelpunt van de groep. Ik stond er meestal alleen voor, Nee, het was niet altijd gemakkelijk met opgroeiende kinderen. En toen zij allang groot waren, was Bert als mecanicien verbonden was aan het Nederlands rolstoelbasketbalteam. Dan moest hij soms ver weg. Daar moest ik behoorlijk aan wennen toen.”

Dat hij in 1969 wereldkampioen werd, had ik niet verwacht”, zegt Truus. “Dat was heel apart, inclusief al die huldigingen. We hebben er met beide families enorm van genoten. Die wereldtitel bij de veteranen in 1975 vond ik nog leuker. We waren daar in Oostenrijk met een grote groep met oa de Harmelings en Wim Dieperink. Bert was toen 37 jaar. We vermaakten ons daar prima. Met de Harmelings was het gezellig en Wim Dieperink heb ik altijd een aardige man gevonden. Met hem kon ik goed praten.”

Terugkijkend op de jeugdjaren van de drie kinderen waardeert Bert het dat Truus hem bij veel koersen in de regio met de kinderen stond aan te moedigen. “Vaak ook”, zegt hij, “kwamen er wielrenners bij ons over de vloer. Zo groeiden de kinderen mee in de sport. Leuke tijd al met al.”

37 | BRONZEN KOEKENBAKKER

De derde keer dat Bert werd uitgezonden naar de wereldtitelstrijd op de baan voor stayers, won hij brons. Dat was in 1971 in Varese. Het was een WK met de nodige trammelant eromheen. Want Bert was Nederlands kampioen geworden achter Bruno Walrave, de man die hem twee jaar eerder naar de wereldtitel had geleid, maar hij mocht op het WK niet achter Walrave rijden. Hij kreeg Joop Stakenburg alias De Staak als gangmaker (zie de bijgaande actiefoto). Walrave en Noppie Koch die ook bekend stond als ervaren en slimme gangmaker, reden voor Duitsland en werden prompt wereldkampioen (Gnas-Walrave) en tweede (Podlesch-Koch). Stakenburg noemde Walrave en Koch ‘Het duo Slim&Slecht’.

Anno 2022 zegt Bert: “Ik was wel tevreden met die derde plek, want die twee Duitsers waren in vorm en ze hadden de beste gangmakers. Walrave en Koch beurden van de Duitse bond voor deze prestatie nog wat extra geld. Voor mij was het heel lastig om er meer uit te halen dan de bronzen plak.’

De samenwerking tussen Bert en Stakenburg verliep met ups en downs. “Toen hij nog met Cees Stam reed, noemde hij mij een koekenbakker. Maar toen hij de eerste keer met mij gereden had, zei hij: ‘Hé Boom, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Dat iemand geen enkele keer “ho” roept als we een snelheid van boven de tachtig kilometer per uur rijden.’ Want met die snelheid vonden de meeste renners dat het te hard ging. Dan riepen ze naar de gangmaker dat hij langzamer moest rijden.”

Oud-baanrenner Joop Stakenburg was een Amsterdammer. In 1970 werd hij als gangmaker wereldkampioen met Cees Stam. “Joops vrouw was kledingherstelster, hijzelf werkte niet. Bovendien had zijn vrouw een grote som geld geërfd. Joop vertelde me toen dat hij vroeger op maandagochtend vaak dacht hoe hij in vredesnaam de week door moest komen, maar dat hij na die erfenis op maandagochtend dacht: ‘Hoe krijgen we dat geld allemaal op?'”

Joop Stakenburg is op 20 augustus 1989 overleden bij een noodlottig ongeluk op de Duitse Autobahn. De Staak heeft als gangmaker drie wereldtitels, drie Europese en zestien Nederlandse titels achter zijn naam staan.

Op het WK in Varese was ook Hengeloër Freddie Niemeijer van de partij. Hij was op het NK als tweede geëindigd achter Bert Boom en eindigde tenslotte op het WK als zesde.

36 | HET D-WOORD

Bert vertelde me dat hij destijds wel eens tegen zijn eigen medicijnen aan het fietsen was. Hoe dat kon? “Jan Spenkelink, de bekende mecanicien en adviseur van talloze toprenners, vroeg me eens om uit Spanje vier buisjes Benzedrine mee te brengen. Ik was daar op vakantie en dat wist hij. Jan had ze nodig tegen vermoeidheid, zei hij. Zo, ik kan er weer even tegen, zei hij bij thuiskomst. Een paar dagen later belde hij me op met de vraag of ik er nog meer had. In werkelijkheid deelde hij die tabletjes dus uit aan renners die erom vroegen. Het is een soort amfetamine. Je bent niet zo gauw moe, je kunt je beter concentreren. Dat is het nut ervan, zeggen ze.”

Zelfs de grote Wim van Est ging bij Spenkelink (foto) langs om tabletten te halen voor wedstrijden als Bordeaux-Parijs. Dat was bij menigeen bekend, zo vertelde oud-renner Wim Derkink mij. Spenkelink had een handeltje in die drogerende tabletten. Bert wil er verder niet veel over kwijt. Hij heeft na die ene dienst voor de Hengelose mecanicien nooit meer voor hem dienst gedaan als een soort koerier. “Ik reed de dagen erna wedstrijden tegen renners die dankzij de tabletten die ik zelf mee had gebracht, veel beter reden dan anders”, glimlacht hij.
Doping. Dat beladen onderwerp moesten we nog bespreken. Ik vond in Berts doos met knipsels het bericht over Piet Kettenis en vroeg of hij zelf wel eens gebruikt had. Want het is geen geheim dat ook Bert wel eens verdacht werd van dopinggebruik. “Vaak worden zulke opmerkingen uit jaloezie gemaakt”, reageert hij. “Als je goed rijdt zeggen ze: ‘Hij doet het ook’. Bewijs hadden ze niet. Steek de hand in eigen boezem, dacht ik dan.”
Bert zegt er verder het volgende over in de richting van wielrenners en andere topsporters. “Leef voor je sport en weet wat je doet. Als je jezelf goed verzorgt, als je hard traint en slim koerst, drukken ze soms toch het stempel op je, dat je gebruikt. Dat is heel vervelend, als je gewonnen hebt of goede uitslagen gemaakt hebt. Overigens, een renner die weinig traint en pillen neemt, slaapt drie nachten niet. Dus blijf eraf. Dat is mijn boodschap.”
Natuurlijk heeft hij in zijn lange loopbaan als renner, coach of mecanicien veel misstanden gezien. “Maar”, zegt hij gedecideerd, “Ik heb zoveel plezier aan de sport beleefd dat ik liever niet de zwarte pagina’s uit de geschiedenis van het wielrennen wil oprakelen. Waarvoor? Ik heb veel te danken aan de sport. Ik ga dat nu niet meer bezoedelen met verhalen over situaties die ik van dichtbij meegemaakt heb.”
De broers Henk en Hans, zoon Bart en plaatsgenoot Hennie Stamsnijder, renners die hij trainde en coachte, kregen van hem regelmatig de waarschuwing alert te zijn. “Kijk uit voor vreemde soigneurs, zei ik dan.”
Daar wil Bert het bij laten.

35 | BOOM & DIEPERINK

Af en toe kijken we naar de leeftijdsgenoten van Bert, de mannen met wie hij talloze koersen reed. Wim Dieperink uit Barchem staat er goed op bij hem. “Wim is een paar dagen jonger. Het is een moeilijke prater, maar op de fiets was hij een uitblinker. Strijdlust, sterk, mooie stijl. Hoewel ik in de spurt rapper was”, zegt Bert. Niettemin herinnert hij zich dat hij Dieperink in de Ronde van Goor eens voor moest laten gaan. “Dat kwam omdat er kort voor de streep een hobbel in de weg zat, waardoor ik uit balans raakte”, luidt meer dan zestig jaar later de verklaring.

Toen ze beiden al bij de veteranen reden, moest Bert zijn maat nog een keer voor laten gaan. Dat was bij een wedstrijd in Hellendoorn. Wim zou voor Bert de spurt aantrekken. Maar hij deed dat een ronde te vroeg, waardoor hij zelf als winnaar over de streep ging. De overwinning was vervolgens het gesprek van de dag. Beiden lachten erom. Zulke dingen gebeurden wel eens in de tijd dat ieder dorp nog een koers organiseerde.

Bert en zijn Achterhoekse maat reden ook samen een aantal internationale etappekoersen. Wim die enkele jaren voor Polynorm fietste, nam destijds regelmatig deel aan de bekende klassiekers. Hij won er geen, maar zat vaak voorin. “Het was een knokker”, zegt Bert, “hij zat meestal in de juiste ontsnapping.”
Ik belde Wim over Bert. “Met Bert was het altijd lachen”, zei Wim, maar hij meldt er meteen bij dat er wel echt gekoerst werd in hun jonge jaren. “Bert en ik werkten veel samen. We lagen elkaar, kwamen allebei uit het oosten en waren in sommige wedstrijden een beetje op elkaar aangewezen. We waren even oud, waren van hetzelfde niveau en kwamen elkaar vaak tegen.”

Wim vertelt dat hij en Bert samen aan heel wat wedstrijden deelgenomen hebben en in koppelwedstrijden meer dan eens het winnende duo waren. “We probeerden elkaar in diverse wedstrijden zoveel mogelijk te helpen om een goede uitslag te realiseren. Dat liep af en toe wel eens goed mis, maar onderlinge verwijten waren er nooit. We reden alle twee in 1962 de rondes van Tunesië en Oost-Duitsland, in het Oranje-tricot. Ook koersten we beiden een tijdje voor het Duitse fietsenmerk Sterntor.

Wim typeert Bert als een van de mensen die aan de bakermat van de wielercultuur in Oost-Nederland heeft gestaan. “Zijn wereldtitel heeft ertoe bijgedragen dat oosterlingen, die in de regel met een behoorlijk minderwaardigheidscomplex behept waren, de overtuiging kregen dat ze wel degelijk tot topprestaties in staat waren”, zegt hij.

Wim werkte 18 jaar in Zwitserland en woonde in de buurt van Lausanne. Daar fietste hij wedstrijden voor veteranen. “Je had daar veel Italiaanse en Spaanse arbeidsmigranten. Dat waren echte wielerliefhebbers. Er deden aan die koersen altijd veel Italianen, Spanjaarden Fransen mee. Het was een leuke tijd.”
Hij wijst erop dat Bert veel aanzien genoot als mecanicien. In de jaren ’90 zat Bert zelfs naast Hennie Kuiper, in de ploegleidersauto van Motorola, omdat hij de koers zo goed kon ‘lezen’, misschien wel beter dan José de Cauwer. Wij woonden destijds in Zwitserland. Ik wachtte in Lausanne aan de finish van de Ronde van Zwitserland op Hennie en ontmoette hem daar tot mijn verbazing in het gezelschap van Bert en… Lance Armstrong!

Wim werkte ook nog een paar jaar in China. Met zijn HTS-opleiding werktuigbouwkunde stuurde zijn Lochemse werkgever hem graag op pad. Zo’n 25 jaar geleden ging hij in Aalten wonen. Daar bleef hij fietsen en werd hij een actief lid van De Peddelaars. Hij leidde er jonge, talentvolle renners op. “Ik had onder andere Robert Gesink onder mijn hoede”, zei hij met enige trots. De Peddelaars schatte zijn vakmanschap naar waarde in en benoemde Wim tot lid van verdienste.

Hiernaast Wim Dieperink plus de uitslag van de ronde van Vriezenveen. .

34 | EEN BEKER ZO GROOT ALS EEN TEIL

Wereldkampioen worden op de baan én op de weg. Dat gebeurt niet vaak, maar het lukte Bert Boom wel. Hij werd in 1969 wereldkampioen op de baan achter de grote motoren. Samen met de recent overleden Bruno Walrave was hij die dag in Brno verreweg de sterkste stayer. In 1975 schreef hij zich in voor het WK voor veteranen in het Oostenrijkse Sankt Johann en alleen al die inschrijving was verrassend en verbazingwekkend.

Want vijf maanden eerder lag Bert nog in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam met een hersentumor zo groot als een mandarijn. We schreven daar al eerder over. Je gelooft het of niet, maar drie weken na de riskante operatie fietste hij alweer. “Ik slingerde alle kanten op, omdat het evenwichtsorgaan nog niet voor honderd procent functioneerde. Naar links en rechts kijken ging niet goed”, glimlacht hij. Niettemin pakte hij destijds elke dag zijn racefiets en maakte steeds langere trainingsritten. Ondanks de fikse ingreep in Amsterdam was Bert het fietsen niet verleerd. Hij reed in die jaren zijn wedstrijden bij de veteranen en finishte in die categorie ook regelmatig bij de eersten. Na een maand of vier besloot Bert weer in te schrijven voor een wedstrijd. “Dat was de ronde van Doetinchem op 27 juli op het Vredestein-parcours, een wedstrijd voor liefhebbers en veteranen. Ik reed die eerste keer nog niet teveel tussen de renners, omdat ik nog niet goed opzij kon kijken. Bij het ingaan van de laatste ronde zag ik een gaatje en sprong weg. Solo over de meet. Later hoorde ik dat de vader van Jos en Herman Lammertink langs de kant stond en in de voorlaatste ronde de omstanders had voorspeld dat Boom zou gaan winnen. Dat had hij goed gezien.”

Bert kon nog winnen, ondanks de heftige operatie. “Na de finish kwam verschillende renners bij me met tranen in de ogen. Zo mooi vonden ze dat voor mij. Dat zijn momenten die je onthoudt”, zegt hij anno 2022. Zondag is dat alweer 47 jaar geleden.

De overwinning in Doetinchem bracht hem op het idee om een maand later mee te doen aan de wereldkampioenschappen voor veteranen in Sankt Johann. “Ik schrijf me in, dacht ik. Lodewijk Harmeling, een oom van Rob, ging mee en onze vrouwen ook. Samen waren we een paar dagen daar in Oostenrijk.”

Bert schetst een kort koersverloop. “Het was op een zondag. Er waren 280 deelnemers uit allerlei landen. Er was heel veel publiek. Het parcours was een kilometer of acht lang. En er zat een bult in. Daar zorgde ik niet uit het wiel gereden te worden. Op het laatst reed ik weg met een Duitser aan mijn wiel. Hem spurtte ik eraf. Wereldkampioen. Ik kreeg een beker mee zo groot als een teil. Maar belangrijker was dat ik bewezen had dat je ook bij de grootste tegenslag niet in de put moet gaan zitten. Dat ik lichamelijk en geestelijk zo snel hersteld was, had ik natuurlijk vooral te danken aan de sport.”

Ook deze wereldtitel leverde Bert een prachtige huldiging op in Enter. Het was de tijd van de Enterse dagen, een jaarlijks vijfdaags feest dat tot en met zondag duurt. Bert: “Toen de organisatie hoorde dat ik wereldkampioen was geworden, besloten ze het feest een dag te verlengen. Dat was hartstikke mooi. Ik had de renners van de Nederlandse ploeg ook uitgenodigd. Die dachten dat Enter speciaal voor mij zo’n enorm feest op poten had gezet. We hebben ze in de waan gelaten.”

Voor de liefhebbers nog even de uitslag van de genoemde Ronde van Doetinchem.
DOETINCHEM – 27 juli.1975
Liefhebbers/Veteranen: 1. Bert Boom, 2. Joh. Pluimers, 3. T. Kroeze, 4. N. Regter, 5. A. Breure, 6. J. van Hattem, 7. G. Pluimers, 8. K. Bokma, 9. W. Kuiper, 10. N. Roelofs.
Amateurs: 1. G. Mohlmann, 2. J. van Berkel, 3. R. Hassink, 4. B. v. d. Stelt, 5. J. Ribbers, 6. E. Dickhof, 7. Henk Boom, 8. J. Sandbrink, 9. T. de Lange, 10. F. Niemeijer.
Nieuwelingen: 1. J. Steur, 2. Hans Boom, 3. E. Dorgelo, 4. J. de Bie, 5. H. Lammertink, 6. H. Hoogeveen, 7. A. Kamersteeg, 8. H. van Lent, 9. P. Hofland, 10. H. Nijkamp.
De uitslag van het WK in Sankt Johann hebben we vooralsnog niet kunnen achterhalen.

33 | HARDFIETSENDE BOOMEN

Goed voorbeeld doet goed volgen. Dat gold zeker voor Bert Boom. Hij fietste hard, waarna zijn veel jongere broers het ook bleken te kunnen. Henk (15 jaar jonger) en Hans (20 jaar jonger) wilden net als hun oudste broer wielrenner worden en reden vervolgens ook een bak vol prijzen bij elkaar. En dan had je weer wat later Berts zoon Bart (ruim 33 jaar jonger) die uit hetzelfde hout gesneden was, maar dat hebben we eerder beschreven in deze serie.

Nu de broers. Henk was als nieuweling een nationale topper. Hij werd in 1969 in Sibbe kampioen van Nederland op het onderdeel veldrijden. Bert glimlacht en vertelt: “Daar riep de microfonist dat Henk een broer is van de EENS bekende Bert Boom. Maar de EENS bekende Bert Boom werd een half jaar later als stayer wereldkampioen.”

Het leeftijdsverschil veroorzaakte af en toe hilarische opmerkingen. Bert: “Hans won op een dag ergens in Brabant een wedstrijd waar ik bij was. Toen ik Hans kort achter de finish feliciteerde riep de microfonist dat Hans gefeliciteerd werd door zijn oom Bert. Maar ik was zijn oom niet, ik was zijn broer die twintig jaar ouder is.” Dat de broers stukken jonger waren, had ook tot gevolg dat beide ouders hen nauwelijks hebben zien fietsen. “Mijn vader is één keer naar een koers geweest waar zij reden. Dat was tijdens de oliecrisis. We hebben er nog een foto van gemaakt. Ikzelf kon hen trouwens ook niet al te vaak zien fietsen. Ik had mijn werk en reed nog bij de veteranen”, aldus Bert.

Bij de amateurs was Henk in de jaren 70 als clubrenner en als lid van de BIK-ploeg een subtopper. Talloze keren eindigde hij bij de eerste tien in klassiekers en andere koersen. Henk verraste in 1976 in de Ronde van de Achterhoek Gerrie van Gerwen en Arie Hassink. Hij won die prachtige koers in het shirt van zijn club De Zwaluwen. Ook won hij een etappe in de Driedaagse van Harderwijk en nog veel andere koersen.
Toen zijn jongere broer Hans ook amateur was geworden, was het niet altijd duidelijk wie van de broers op welke plek geëindigd was, getuige ook deze uitslag van de Ronde van Best.
BEST – 21 mei.1978. Amateurs: 1. B. Duit, 2. H. Boom, 3. A. Jansen, 4. H. van Piere, 5. P. v. d. Knoop, 6. G. Oosterbosch, 7. Th. Vriens, 8. H. Boom, 9. H. Senders, 10. J. van Diepen.
In een ander archief vond ik dat Henk daar als tweede eindigde en Hans als achtste.
Over de Ronde van de Achterhoek gesproken. Hans won deze klassieker ook. Dat was in 1982 met Jos Gevers als tweede en Hans Daams als derde.

Hans was succesvoller dan Henk wat ook te maken had met de Van Erp-ploeg waarvoor hij reed. Dat was een goed geleide organisatie, waarvan ook hij de vruchten plukte in binnen- en buitenland.
Zodoende heeft hij een fraaie erelijst bij elkaar gefietst. Een kleine greep: in 1981 werd hij derde op het NK bij de amateurs. Zijn ploeggenoot René Koppert won. “Hij was er vandoor, ik stopte voor hem af, maar er kon vervolgens nog geen bedankje af. Dus besloot ik voortaan voor mijn eigen kansen te gaan”, vertelt de in Nieuw-Heeten woonachtige Hans die een jaar later zelf de nationale titel won voor Peter Hofland en Hans Daams.

Hans kon goed klimmen. Hij nam uit buitenlandse koersen in totaal zes bergtruien mee naar huis. Vooral aan de Giro delle Reggioni en de Tour ‘l Avenir bewaart hij goede herinneringen. Veldrijden kon hij ook goed en eindigde verschillende keren op het erepodium van het NK. Op het WK in 1982 werd hij vierde. In Olympia’s Tour ook. Met diverse ploegen van de Zwaluwen werd hij kampioen op de baan op het onderdeel ploegenachtervolging en nationaal clubkampioen in Dronten. Zie de foto met vlnr Herman Ponsteen, Jos en Herman Lammertink, Hans zelf, Dick van Egmond en Hennie Stamsnijder.

Hans is zeer tevreden over zijn carrière en wijst daarbij ook naar oudere broer Bert. “In de winter trainde hij ons op de Holterberg. Dat was altijd enorm zwaar. Maar daar legden mannen als Henk Poppe, Hennie Kuiper, de gebroeders Lammertink, Hennie Stamsnijder, Herman Ponsteen en wij als broers een goede basis voor het seizoen”, weet Hans die zich van de carrière van Bert niet veel herinnert. “Ik was tien jaar toen hij wereldkampioen werd. Wat ik wel bewust heb meegemaakt is zijn hersenoperatie in 1976 en daarna zijn wereldtitel bij de veteranen.”

Hans memoreert dat Bert een geweldige mentaliteit had. “Een voorbeeld? Als we trainden, maakte we bij elk straatnaambord een sprintje. Op een dag naderden we het bord HOLTEN. Bert en Lodewijk Harmeling lagen naast elkaar. Bert gaf hem een beuk, maar kreeg een beuk terug. Hij viel met zijn hoofd in het prikkeldraad. Veel bloed en een lange, diepe snee. Op naar de dokter in Holten. Die drukte er een paar hechtingen in, waarna mijn broer zijn Vredestein-petje opzette en weer verder ging met de training. Hij was keihard.”

Hans en Henk en veel andere renners hebben veel aan Bert te danken. “Wij hadden de fietsen altijd pico bello voor elkaar met de nieuwste snufjes. Hij had er zoveel verstand van. Ook was hij een uitstekende coach. Voor NK’s en WK’s werden Hennie Stamsnijder en ik door hem afgepierd. Dagelijks fietsen, looptraining, weer fietsen, daarna rusten. Het legde ons geen windeieren”, aldus Hans.

Henk is 69 en gepensioneerd. Hij heeft twee dochters en woont in Olst.
Hans is 63 en werkt als ambtenaar bij de gemeente Hengelo. Hij is voorzitter van het bestuur van de jaarlijkse Ronde van Twente voor jongens en meisjes junioren en nieuwelingen. De laatste tijd is Hans behoorlijk aan het dokteren, maar het gaat de goede kant op.
Hij is getrouwd met José Stamsnijder. Ze hebben drie kinderen, twee zoons en een dochter. Zoon Niek was een talentvolle wielrenner, maar doet nu aan hardlopen. Ruud was als baan atleet al even talentvol.

32 | FELICITATIES

Hoe mooi, verrassend en efficiënt Bert in augustus 1969 op de wielerbaan in het Tsjechische Brno de wereldtitel veroverde, hebben we eerder al uitvoerig beschreven. Ook zijn reacties op de baan en de uitgebreide huldiging in woonplaats Enter. Maar daar bleef het niet bij. De postbode bracht hem kaarten, brieven, telegrammen en cadeautjes. Mensen gooiden prachtig versierde felicitaties in de bus of brachten hem een katoenen regenboogtrui versierd met een enorm lint waaraan een gouden medaille was bevestigd. Bert herinnert zich dat iemand uit Markelo met een textielzaak, die ook zelf kleding maakte, een gelukwens had gefabriceerd in de vorm van een schaar.

Enter was trots op Bert en niet alleen Enter, ook Twente, de verdere regio en het hele land. Zelfs in het buitenland.
De minister die sport in zijn portefeuille had, stuurde een telegram. De Commissaris van de Koningin deed hetzelfde, maar Jhr.Dr. O.F.A.H. van Nispen tot Pannerden (of wellicht zijn secretaris) had de berichten niet goed bijgehouden. ‘Bert Boom, hartelijk gelukgewenst met het behaalde wereldkampioenschap in Borne’, luidde de tekst.
Kan gebeuren in die kringen, maar het is erg slordig; noem het gerust bizar.
Hieronder een collage van enkele herinneringen aan die tijd.

31 | GELUK BIJ EEN ONGELUK

Nog een leeftijdgenoot van de 84-jarige Bert Boom, Johan Oude Lenferink, slechts vier maanden ouder dan de oud-wereldkampioen. Hengeloër, net als Bert lid van de Tubanters, de club die ruim zestig jaar geleden een glorietijd beleefde met tal van goede renners. Vooral in de regio pakten de coureurs van de Hengelose vereniging de ene hoofdprijs na de andere.

Bert vertelde dat Johan een goede renner was die altijd graag in de aanval ging, maar geen goede eindsprint had. Hij is ook Overijssels kampioen geweest. “Johan was een aardige vent”, zegt hij tot slot.
Johan zelf was graag bereid enkele avonturen uit zijn wielerleven op te delven, verhalen met beide heren in de hoofdrol. Allereerst bedankte hij Bert voor een ongeluk dat hem geluk gebracht heeft. Daarvoor gaan we terug naar 1956. De Tubanters hadden een clubwedstrijd. De finish was gesitueerd bij het voormalige café Het Stroot, een eind voorbij De Waarbeek gelegen. Beide mannen waren uit het peloton ontsnapt en naderden in het centrum van Hengelo in volle vaart de vijfsprong bij de Anninksweg. Op dat moment stak de zeventienjarige Giny Scheuten met haar hondje de weg over. Giny was – toeval of niet – de dochter van Tubanters-voorzitter Jan Scheuten en zus van de renners Jan jr en Henk. Ik sprak haar over het voorval en wat bleek? Met het geheugen van de 83-jarige Giny is niks mis. Ze diepte de situatie met gemak weer op. “Ik schrok. Want ik liep midden op de weg toen er twee wielrenners aan geracet kwamen. Het bleken Johan en Bert te zijn. Johan kon me ternauwernood ontwijken, maar Bert reed me ondersteboven. Vanaf dat moment weet ik niks meer. Ik ben met een hersenschudding in het Gerardus Majella ziekenhuis terechtgekomen.”
Johan nam het verhaal over, in dubbel opzicht. “Gelukkig viel het mee. Het had erger kunnen aflopen. Ik ging de andere dag met een bos bloemen naar het ziekenhuis en toen ze na twee dagen ontslagen werd, ben ik met weer een bos bloemen naar haar huis gegaan. Ik was 18, Giny was 17. Ik kende haar en haar familie wel, omdat haar vader en broers bij De Tubanters zaten. Ze ging wel eens mee naar wedstrijden.”
Giny: “Ik kende die mannen inderdaad. Bij ons thuis werd de hele dag over wielrennen gepraat.”
Johan: “Ik vroeg haar of ik nog eens terug mocht komen. Dat mocht. Daarna vroeg ik haar ouders of ik met haar uit mocht. Zo ging dat in die tijd. Haar moeder zei dat het oké was, als we maar tussen het volk bleven. En, we moesten om 11 uur thuis zijn.”

Hij lacht. “Ja, ja, we hebben ons wel eens afgezonderd. In november 1961 zijn we voor de wet getrouwd en in mei 1962 in de Lambertus voor de kerk. Zestig jaar geleden. We kennen elkaar al 67 jaar.”
Het paar woont tegenwoordig in Gildehaus. Ze hebben twee kinderen gekregen, Michael die ook wielrenner is geweest, en Silvana. Ze hebben vijf kleinkinderen. Kleindochter Lieke (20) is lid van de Nederlandse zwemploeg.

Nog een tweede verhaal over beide heren. Johan wist dat je altijd moest oppassen voor de streken van Bert. Maar toch… “Ik had een racefiets met een bijzonder mooi zadel gekocht bij Dokter senior in Enschede. Jan Spenkelink zei tegen mij: ‘Doe dat zadel nooit meer weg. Het is echt een heel goed exemplaar’. Ik kreeg er moraal van en vertelde het tijdens de eerstvolgende training ook aan de jongens.”
De andere dag kwam Bert Boom bij mijn moeder aan de Deurningerstraat. “Johan heeft me het zadel van zijn racefiets verkocht”, zei hij. Mijn moeder vond het best en wees hem de fiets aan. Bert nam het zadel mee. En daardoor moest ik de andere dag met het zadel van mijn baanfiets naar Markelo rijden om mijn eigen nieuwe zadel weer op te halen. Zijn vader en moeder waren thuis en lachten zich rot om de grap van hun zoon.”

Een enkele keer spreken de mannen elkaar nog. “Dan staat Bert links van mij”, zegt Johan, “want ik ben aan mijn rechteroor doof en Bert aan zijn linker.”

Drie foto’s: Johan Oude Lenferink alleen; hierboven de groepsfoto met renners van De Tubanters waarop zich ook Giny Oude Lenferink-Scheuten bevindt: gehurkt, tweede van rechts.
En bovenaan het tweetal dat in ’56 gefotografeerd werd na afloop van de Ronde van Annen voor nieuwelingen met winnaar Johan Oude Lenferink (links) en naast hem Bert Boom die vijfde werd. Johans latere zwager Henk Scheuten won daar die dag bij de amateurs.

30 | BOOM IS BOOS

Terug naar Berts activiteiten als stayer. Racen over de wielerbaan achter de grote motor. Hij vond het prachtig en kon het goed. In 1969 werd hij in Brno wereldkampioen bij de amateurs, waarover we al uitvoerig uitgeweid hebben op deze plaats. Een jaar later was het WK in Leicester. Bert plaatste zich moeiteloos door op het NK in het Olympisch Stadion in Amsterdam als tweede te eindigen achter Cees Stam.

Hij en Stam plaatsten zich daar in Leicester in de tweede week van augustus moeiteloos voor de finale. In de finale liep het aanvankelijk ook gesmeerd. Bert en gangmaker Bruno Walrave reden een paar ronden op kop, waarna Stam & Stakenburg hen passeerden. Maar Bert kreeg pech, moest even van de rol en raakte een ronde achter. “Dan moeten we ons volledig richten op de gouden plak voor Cees”, dachten hij en gangmaker Bruno Walrave. “Dan was ik hem bovendien kwijt als concullega, want dan zou Cees zeker prof gaan worden”, vertelt Bert 52 jaar na dato met een knipoog.

Hij reed dus in Leicester op de vierde plaats toen de Spanjaard Cerda een aanval inzette. ‘Ik sloeg die aanval af en kreeg plotseling de rode vlag. Het Duitse jurylid Malz die op de baan stond, zwaaide ermee. Je mag als je een ronde achter bent, geen renner proberen op te houden die in de aanval gaat. Ik moest de wedstrijd verlaten. Ik was behoorlijk kwaad, reed op hem af, maar hij bleef gewoon staan. Op het laatste moment ben ik om hem heen gereden. Op het allerlaatste nippertje kreeg ik een verstandige gedachte. Toen ben ik afgestapt en was nog steeds woedend. Ik had nog voor een medaille kunnen gaan. Stel je eens voor: je rijdt op de wereldkampioenschappen, hebt podiumkansen en dan moet je ineens van de baan af.’

Bert legde nog aan de jury uit, waarom hij zo boos was. Maar even later kwam er een communiqué uit waar in stond dat hij voor een maand geschorst was. Hij zou een paar lelijke woorden geroepen hebben en het Tsjechische jurylid had zelfs gezien dat Bert het betreffende jurylid gespuugd zou hebben. Hij ontkende in alle toonaarden, de KNWU reclameerde ook. De jury verminderde de straf met twee weken en dezelfde jury adviseerde hem een gratieverzoek in te dienen bij de UCI.

Voorzitter Van Dijk van de KNWU diende het verzoek in en kreeg een positieve reactie. Bert was vrij man en kon tot zijn grote opluchting mee gaan doen aan de lucratieve revanchewedstrijden in oa het Olympisch Stadion.
Cees Stam won de wereldtitel, de Duitser Gnas werd tweede en de Spanjaard Cerda derde.

29 | RITSELAAR

Als renner heeft Bert de Tour de France nooit gereden, simpelweg omdat hij nooit beroepsrenner is geworden. Maar in 1973 kreeg hij als mecanicien de kans om het jaarlijkse spektakel mee te maken. Ploegleider Ton Vissers benaderde hem om de Canada Dry-Gazelle Ploeg te ondersteunen met zijn vaardige handen. Het was hoofdzakelijk een Nederlandse ploeg. De oudere wielerliefhebbers zullen de meeste namen nog wel kennen. Matthijs de Koning, Ben Janbroers, Wim Kelleners, Jan Krekels, Wim Prinsen, Mathieu Pustjens, Jo Vrancken en Theo van der Leeuw. De Portugezen Oliveira en Martins en de Belg Noels maakten het elftal compleet. Slechts Krekels, Van der Leeuw en de beide Portugezen haalden de finish in Parijs. Ze waren vanaf de negende etappe al met zijn vieren. De andere zeven waren naar huis. Ze konden het niet aan of kregen te horen dat ze wegens dopinggebruik een week eerder op het NK (Kelleners en Janbroers) de Tour moesten verlaten.

Vissers was een ritselaar. Hij had geen beste naam in de wielerwereld. Bert zou het merken. “Toen na een week de meeste renners afgestapt waren, moest ik ook naar huis. Vissers had nog een mecanicien, een zekere De Vries, meegenomen en dat was een vriend van hem. Die zou het overgebleven kwartet verzorgen. Ik mocht gaan. Daar stond ik ergens in het zuiden van Frankrijk”, weet Bert nog goed. “Er was een mecanicien over en degene die moest vertrekken, was ik.”
Vreemd is het wel, dat zo’n ploegleider met een zwakke equipe de Tour wil rijden. “Dat snap ik ook nog steeds niet”, zegt Bert. “Ik zag al snel dat die mannen niet geschikt waren voor het zware werk.”
Hij legt uit hoe ze moesten werken. “Tegenwoordig hebben die ploegen een grote bus en nog wat ondersteunende auto’s plus een batterij aan medewerkers. Ze slapen en eten in grote, goede hotels. Wij waren blij met een waterkraan om de fietsen schoon te kunnen maken. Daarna moesten we nog eten. Dan was het al middernacht. Het was zwaar, omdat we provisorisch moesten werken.”
De Spanjaard Ocana won de Tour, Joop Zoetemelk werd vierde. De beste man van CanadaDry-Gazelle was Herculano Oliveira. Hij eindigde als 45ste. Maar toen was Bert allang weer thuis.