
Het telefoontje van een goede kennis: Theo Vonk is overleden. Ik schrok, hoewel ik wist dat hij door zijn broze gezondheid in lastig vaarwater aan het roeien was. Een gezamenlijke kennis heeft woensdag nog met hem geluncht. Een dag later moest hij plotseling naar het ziekenhuis alwaar hij zondag is overleden. Op 24 augustus 2025 kwam er een einde aan een turbulent leven. Hij voetbalde als stopper van een sterk AZ in honderden eredivisiewedstrijden, hij was een bevlogen trainer/coach van diverse profclubs tot het Spaanse Burgos aan toe, maar ook van enkele amateurclubs in de regio.
Theo Vonk leerde ik kennen vanaf de dag dat hij in 1986 vanuit Noord-Holland naar Enschede kwam. Hij werd trainer van FC Twente, na een succesvolle periode van twee jaar bij Sparta. Bij de FC had hij ook succes. In de betonnen bak met de naam Diekman Stadion en zeker ook bij uitwedstrijden positioneerde hij zijn elftallen altijd met de juiste instructies op de groene mat. Laat mannen als Clemens Zwijnenberg, Jan van Halst, Erik ten Hag, Fred Rutten of Youri Mulder vertellen over die periode en je hoort hoe ze Vonk respecteerden als trainer. Ook kunnen ze leuk vertellen over de discipline die hij en zijn toenmalige assistent Ron Spelbos eisten van de spelers. De twee hadden daardoor destijds een bijnaam die we maar beter niet meer kunnen optikken.
Vonk had succes. Hij bleef zes jaar bij de FC en eindigde al die jaren in het zogenaamde linkerrijtje, sterker nog drie jaar achter elkaar werd hij derde. Zie dat maar eens na te doen, zeg ik tegen Joseph Oosting en de mannen die na Joseph de FC gaan coachen.
Met Theo mocht ik ook een jaar of vijf op maandag de verrichtingen van de vier Overijsselse topclubs beschouwen in het programma Binnenkant Paal van RTV Oost. Dat was geinig. Ik daagde hem soms uit of andersom. Het was ook leerzaam, omdat zo’n professionele trainer als Theo bepaalde invalshoeken van een wedstrijd of een actie beter overziet dan een soort leek als ik.
Ook heb ik hem voor de TCTub diverse keren mogen interviewen. Vooral in 2006 voor de toenmalige zondagkrant leverde dat een openhartig artikel op.
Enkele citaten:
= ‘Ik ben Twentenaar geworden, hoewel de goegemeente mij nog altijd ziet als een westerling. Ik heb hier mijn sociale leven, mijn vriendenkring en zal hier ooit doodgaan.’
= ‘Ik leef rustig nu, hoewel mijn lichaam altijd enorm gewend was onder stress te moeten werken. Ik heb daarvan zeker een jaar moeten afkicken.’
= ‘Ik wilde laten zien wie ik was en dat legde me geen windeieren. Maar het kan ook belastend werken. Want je wilt altijd meer, altijd beter, je wilt de beste zijn. Ambitieus noemen ze dat.’
= In de tijd dat Vonk als 18-jarige moest trouwen, zei hij tegen zijn vader: ‘Ik koop het grootste huis van Uitgeest.’
Zijn vader antwoordde: ‘Een dubbeltje kan geen kwartje worden.’
‘Nee’, reageerde Theo, ‘het dubbeltje wordt een gulden.’
= ‘Ik ben niet rancuneus. Ik kan snel iets keihard zeggen, maar als ik het uitgesproken heb, is het ook voorbij.’
= ‘Ik herinner me van de eerste vijf jaren van mijn huwelijk niets meer, was alleen met mezelf bezig, was zo gericht op mijn voetbalcarrière dat ik faalde in mijn verantwoordelijkheid als familieman. Het hangt als een molensteen om mijn nek. Ik heb dat slecht gedaan.’
= ‘Ik ben geen praktiserende katholiek meer, maar ben nog wel gelovig. In moeilijke momenten roep ik God nog wel eens aan. Ik bid ook wel eens, zoals de laatste jaren toen ik me wel eens minder sterk voelde.’
= ‘De mensen hier denken: die Vonk is een vakman, maar het is ook een klootzak van een vent. Zo omschrijven mensen die me niet kennen, mijn image.’
= ‘Toen ik bij Twente wegging in ’92 moest ik eerst behoorlijk afkicken. Dan reed ik af en toe naar het Diekmanstadion, reed er een rondje omheen en ging weer naar huis. Maar nu doe ik alleen nog dingen die ik leuk vind.’
Als er een biografie over Theo Vonk geschreven zou worden, zou zeker één hoofdstuk gewijd worden aan zijn huwelijksleven. Theo was vier keer getrouwd en woonde ook nog een aantal keren samen. Het leverde bijzondere verhalen op, zo heb ik meerdere keren ervaren. Mensen die hem kenden, hadden er een mening over. Sommigen noemden hem een rokkenjager. ‘Ik denk dat het voortkwam uit jaloezie. Ik ben daardoor door veel mensen die me dachten te kennen, ernstig beschadigd’, zei hij in 2006.
De intelligente Theo was een vakman met een groot ego, hij was ijdel en trots, maar gelukkig ook aimabel. Gisteren is hij op 77-jarige leeftijd uit de tijd geraakt, maar nog lang zullen veel mensen – ik ook – met respect aan hem terugdenken. RIP Theo.
(foto’s eigen archief)