DRIE PUNTEN?

Na een paar trainingsdagen in Hengelo reist FC Twente naar Rotterdam, naar Sparta. John van den Brom is de ervaren, nieuwe baas van de selectie en na die paar trainingen moet hij meteen de juiste elf samenstellen die Sparta moet verslaan. Hij zal daarbij met twee euvels willen afrekenen. De FC krijgt veel te vaak een doelpunt tegen in de beginfase van de wedstrijd en vervolgens ook nog een in de slotfase. Slechte gewoonte. Meteen wakker zijn en alert blijven tot de laatste seconde. Ik was zaterdag bij de thuiswedstrijd tegen NAC en zag het daar weer gebeuren. Je gelooft je eigen ogen niet.

De juiste elf. Wie zijn dat? Ik denk dat Ricky van Wolfswinkel aan rust toe is. Hij was tegen NAC veel meer een acteur dan een gretige spits. Meestal lag hij op de grond. Omdat Sam Lammers nóg niet fit is, zou ik Lucas Vennegoor of Hesselink opstellen. Dan kan hij het vanaf het begin laten zien. Waarom niet? En anders Marco Pjaca, de nieuwkomer die meteen scoorde. Hij kan ook in de spits, dat weet ik bijna zeker.

We zagen tegen NAC de lichtvoetige Daouda Weidmann invallen, fijne middenvelder. Tip voor Brom: zet em er maar in tegen Sparta. Zerrouki (speelde heel goed tegen NAC), Hlynsson en deze Weidmann op het middenveld aub.

Achterin komt Hilgers (foto) weer naast Pröpper te staan. Hij is er nog, ze kennen elkaar en Brom kan hem wellicht raken. Denk terug aan de wedstrijd tegen Manchester United of aan een jaar eerder thuis tegen Feyenoord. Wat was Mees toen goed! Hij kan het wel. Wel jammer van Bruns, want die kan het ook, maar is (nog) niet stabiel genoeg.
Jan Streuer kan nu even met vakantie, want de transferperiode is gesloten. Ik stel voor dat de directie intussen een secondant van de zeventiger aanstelt, zoals hij destijds ook samen met Arnold Bruggink optrok. Dan is zijn opvolging alvast geregeld. Wie? Misschien Wout Brama, hoewel ik niet zeker weet of hij die functie ambieert. Anders René Roord, de technische baas van de vrouwen, die al jaren voortreffelijk werk doet. Roord is geschikt, daar ken ik hem voor. En dan heb je nog Jan VofH, die al jaren bij PSV een hoge, technische functie heeft. En ook André Paus is er nog. Hij werkt al bij de FC en kan het eveneens.
De keuze is reuze.
Benieuwd wie het wordt, maar eerst eens kijken welke stand vanavond na 90 minuten op het scorebord van het Kasteel wordt weergegeven. Waarom zou vdBrom niet meteen drie punten kunnen meenemen naar Twente?

JOSEPH EXIT

Het 61ste seizoen van FC Twente begon erbarmelijk. Verliezen van degradatiekandidaten, spelers die er met de kop niet bij zijn en anderen die ineens geen deuk meer in een pakje boter schieten. Joseph Oosting heeft de schuld gekregen. Zo gaat het altijd in de voetballerij. Bas Sibum die met Heracles verstijfd op de keldervloer van de eredivisie ligt, moet ook oppassen en wat dacht je van Erik Zandstra bij HSC’21 in de derde divisie. Drie wedstrijden 0 punten. Brrr.
Terug naar Joseph. Empathische man, nuchter, beide benen op de grond, prima trainer, zeiden we ruim een jaar geleden. Hij was dat seizoen met de FC als derde geëindigd en ging Europa in. Op een enkele wedstrijd na was dat ook een fijn avontuur. Jaartje later is alles anders en is Joseph clubloos.
Ik wilde nog even iets zeggen over die derde plaats. De FC is één keer kampioen geworden, vier keer tweede en dertien keer derde. Van al die derde plaatsen was die van Joseph de beste. Dus als je van al die 60 ranglijsten een ranglijst maakt, staat Joseph met de FC van de jaargang 23-24 op de zesde plaats. Laten we dat op al die media tussen de kritiek en moties van afkeuring door niet vergeten.
Joseph krijgt wel een mooie club weer (jaartje geleden wilde Feyenoord hem nog, zei men) en de wijze mannen van de FC olv Jan Streuer zullen een opvolger vinden. Droomkandidaat Erik ten Hag wordt het niet. Hij is nog aan het rouwen (begrijpelijk). Misschien Van Bommel of Van Wonderen, we zullen zien. Spannend!
(foto FC Twente)

EEN RONDJE OM STADION DIEKMAN OM AF TE KICKEN

Het telefoontje van een goede kennis: Theo Vonk is overleden. Ik schrok, hoewel ik wist dat hij door zijn broze gezondheid in lastig vaarwater aan het roeien was. Een gezamenlijke kennis heeft woensdag nog met hem geluncht. Een dag later moest hij plotseling naar het ziekenhuis alwaar hij zondag is overleden. Op 24 augustus 2025 kwam er een einde aan een turbulent leven. Hij voetbalde als stopper van een sterk AZ in honderden eredivisiewedstrijden, hij was een bevlogen trainer/coach van diverse profclubs tot het Spaanse Burgos aan toe, maar ook van enkele amateurclubs in de regio.
Theo Vonk leerde ik kennen vanaf de dag dat hij in 1986 vanuit Noord-Holland naar Enschede kwam. Hij werd trainer van FC Twente, na een succesvolle periode van twee jaar bij Sparta. Bij de FC had hij ook succes. In de betonnen bak met de naam Diekman Stadion en zeker ook bij uitwedstrijden positioneerde hij zijn elftallen altijd met de juiste instructies op de groene mat. Laat mannen als Clemens Zwijnenberg, Jan van Halst, Erik ten Hag, Fred Rutten of Youri Mulder vertellen over die periode en je hoort hoe ze Vonk respecteerden als trainer. Ook kunnen ze leuk vertellen over de discipline die hij en zijn toenmalige assistent Ron Spelbos eisten van de spelers. De twee hadden daardoor destijds een bijnaam die we maar beter niet meer kunnen optikken.
Vonk had succes. Hij bleef zes jaar bij de FC en eindigde al die jaren in het zogenaamde linkerrijtje, sterker nog drie jaar achter elkaar werd hij derde. Zie dat maar eens na te doen, zeg ik tegen Joseph Oosting en de mannen die na Joseph de FC gaan coachen.
Met Theo mocht ik ook een jaar of vijf op maandag de verrichtingen van de vier Overijsselse topclubs beschouwen in het programma Binnenkant Paal van RTV Oost. Dat was geinig. Ik daagde hem soms uit of andersom. Het was ook leerzaam, omdat zo’n professionele trainer als Theo bepaalde invalshoeken van een wedstrijd of een actie beter overziet dan een soort leek als ik.
Ook heb ik hem voor de TCTub diverse keren mogen interviewen. Vooral in 2006 voor de toenmalige zondagkrant leverde dat een openhartig artikel op.
Enkele citaten:
= ‘Ik ben Twentenaar geworden, hoewel de goegemeente mij nog altijd ziet als een westerling. Ik heb hier mijn sociale leven, mijn vriendenkring en zal hier ooit doodgaan.’
= ‘Ik leef rustig nu, hoewel mijn lichaam altijd enorm gewend was onder stress te moeten werken. Ik heb daarvan zeker een jaar moeten afkicken.’
= ‘Ik wilde laten zien wie ik was en dat legde me geen windeieren. Maar het kan ook belastend werken. Want je wilt altijd meer, altijd beter, je wilt de beste zijn. Ambitieus noemen ze dat.’
= In de tijd dat Vonk als 18-jarige moest trouwen, zei hij tegen zijn vader: ‘Ik koop het grootste huis van Uitgeest.’
Zijn vader antwoordde: ‘Een dubbeltje kan geen kwartje worden.’
‘Nee’, reageerde Theo, ‘het dubbeltje wordt een gulden.’
= ‘Ik ben niet rancuneus. Ik kan snel iets keihard zeggen, maar als ik het uitgesproken heb, is het ook voorbij.’
= ‘Ik herinner me van de eerste vijf jaren van mijn huwelijk niets meer, was alleen met mezelf bezig, was zo gericht op mijn voetbalcarrière dat ik faalde in mijn verantwoordelijkheid als familieman. Het hangt als een molensteen om mijn nek. Ik heb dat slecht gedaan.’
= ‘Ik ben geen praktiserende katholiek meer, maar ben nog wel gelovig. In moeilijke momenten roep ik God nog wel eens aan. Ik bid ook wel eens, zoals de laatste jaren toen ik me wel eens minder sterk voelde.’
= ‘De mensen hier denken: die Vonk is een vakman, maar het is ook een klootzak van een vent. Zo omschrijven mensen die me niet kennen, mijn image.’
= ‘Toen ik bij Twente wegging in ’92 moest ik eerst behoorlijk afkicken. Dan reed ik af en toe naar het Diekmanstadion, reed er een rondje omheen en ging weer naar huis. Maar nu doe ik alleen nog dingen die ik leuk vind.’
Als er een biografie over Theo Vonk geschreven zou worden, zou zeker één hoofdstuk gewijd worden aan zijn huwelijksleven. Theo was vier keer getrouwd en woonde ook nog een aantal keren samen. Het leverde bijzondere verhalen op, zo heb ik meerdere keren ervaren. Mensen die hem kenden, hadden er een mening over. Sommigen noemden hem een rokkenjager. ‘Ik denk dat het voortkwam uit jaloezie. Ik ben daardoor door veel mensen die me dachten te kennen, ernstig beschadigd’, zei hij in 2006.
De intelligente Theo was een vakman met een groot ego, hij was ijdel en trots, maar gelukkig ook aimabel. Gisteren is hij op 77-jarige leeftijd uit de tijd geraakt, maar nog lang zullen veel mensen – ik ook – met respect aan hem terugdenken. RIP Theo.
(foto’s eigen archief)

COMMOTIE

Het was afgelopen zondag de twintigste keer dat FC Twente de eerste wedstrijd van het seizoen verloor. Daar zaten dikke zeperds bij zoals ADO- FC Twente 4-1 (in 1969), DS’79-Twente 4-1 (’87), Twente-Feyenoord 0-5 (’92) en Heracles-Twente 3-0 (2006). Elf keer verloor de FC ook de tweede wedstrijd. In 2017 verloor de Twentse trots de eerste vier wedstrijden en degradeerde uiteindelijk.

Het zijn de cijfers en feiten. Soms duurt het een of twee wedstrijden voor een ploeg zich gesetteld heeft en punten gaat pakken.
Het verbaasde me dan ook dat de commotie na de 1-0 nederlaag bij PEC van afgelopen zondag zo groot en vooral ook zo intens was. Het woord degradatie viel bij menige fan. Ja, de FC speelde zeer, zeer matig, ja sommige spelers waren onherkenbaar, ja je kunt vraagtekens zetten bij de opstelling, maar het was de eerste wedstrijd pas. Joseph Oosting (foto) en de zijnen zijn nog aan het passen en meten. Het elftal moet nog in elkaar passen. Er zijn nieuwkomers bij en er komen er nog meer. Deze week kwam er nog een Noor binnen waarvan de kenners hoge verwachtingen hebben. gisteren verdween Mitchell van Bergen naar Sparta en zo gaat het maar door tot de maand september begint. Ploegen spelen voorbereidende wedstrijden, maar als dan de competitie begint, is de selectie nog lang niet definitief. Dat is nou eenmaal zoals het gaat, hoewel het pure competitievervalsing is dat je vandaag een speler opstelt die je volgende week bij je tegenstander kunt tegenkomen.

In 2023-24 leidde Oosting de FC naar een zeer goede derde plaats. Van alle eindstanden in de afgelopen 60 jaar eindigt hij daarmee op de zesde plaats. In het seizoen dat net gestart is, wil hij dat overtreffen, zo vertelde hij onlangs. Natuurlijk zal Jan Streuer hem daarvoor de juiste spelers moeten aanleveren, maar hij heeft van dat goeie seizoen nog zes vaste basisspelers tot zijn beschikking (Unnerstal, Hilgers, Pröpper, Kjølø, Rots, Van Wolfswinkel) terwijl ook Ünüvar in de slotfase regelmatig een basisplaats had. Ik zou bijna zeggen tegen Oosting: stel deze zes alvast op als morgen PSV naar de Veste komt.

“Kansloos”, roepen tientallen anoniemen op de social media. PSV heeft inderdaad een machtig elftal. Maar wie weet.
Nog even terug naar 1987. Twente verloor in Dordrecht van DS’79 met 4-1 en verloor vervolgens thuis van PSV met 3-2, maar werd uiteindelijk derde. En vier jaar geleden verloor de FC de eerste wedstrijd in Sittard van Fortuna met 2-1 en speelde vervolgens thuis gelijk tegen Ajax, de latere kampioen.
Met andere woorden, het kan meevallen morgen en zo niet, dan kan het daarna nog steeds goed komen.
(foto FC Twente)

REDDINGSPLAN VITESSE, HIDDINK VOORZITTER, DE MOS SECRETARIS

Ben er in mijn werkzame leven als sportjournalist vaak geweest, bij Vitesse. Op Nieuw-Monnikenhuize met mannen als Charley Bosveld, Edward Sturing en Phillip Cocu. Naar Bosveld is in Arnhem zelfs een straat genoemd. Leuke club, af en toe succesvol. De oudste van alle vaderlandse profclubs. Later in het Gelre Dome werd het minder leuk, zeker toen handlangers van oligarchen de club in bezit hadden of andere snelle geldschieters.
Anno 2025, bij het begin van het nieuwe seizoen, ligt Vitesse op sterven en is eigenlijk al dood, hersendood. Duizenden fans zijn in rouw. De KNVB is onvermurwbaar en laat Vitesse verzuipen. De club heeft er naar gemaakt, zeggen ze in Zeist.
En ineens schiet me een reddingsplan te binnen. Ik las dat oud-spelers als Pierre van Hooijdonk, Phillip Cocu, Theo Janssen, Sander Westerveld, Loïs Openda, Nikolaos Machlas, Nemanja Matic, Mason Mount, Wilfried Bony, Raymond van der Gouw, Guram Kasia, Davy Pröpper en Martin Ødegaard buitengewoon bedroefd zijn over het verdwijnen van de club waarvoor ze met hart en ziel gestreden hebben.
Oud-trainers van de club als Peter Bosz, Ronald Koeman, Joseph Oosting, Aad de Mos, Fred Rutten en Henk ten Cate betreuren het opdoeken van de geelzwarten en zelfs voetbalvips als Guus Hiddink en Johan Derksen hebben hun leedwezen betuigd met de club uit Arnhem en Papendal.
Nu mijn plan. Genoemde mannen zijn allemaal multimiljonair geworden door het voetbal. Ze zwemmen in het geld. Met uitzondering van Hiddink en Derksen heeft Vitesse ook een aandeel gehad in hun enorme vermogen. Als ze allemaal een miljoen doneren is de club uit de brand. Je zou ook nog een staffel in kunnen bouwen. Mannen met slechts één Vitesse-seizoen betalen een half miljoen, mannen met twee seizoenen geven één miljoen enzovoort. Ze merken het niet eens, een miljoentje minder op de bank.
Het verdient daarbij aanbeveling dat ze samen een bestuur vormen en de leiding van Vitesse strak in handen nemen. Voetbaldieren met gevoel voor leidinggeven en economische zaken in het bestuur, beter zal het niet worden. Voorzitter Hiddink, secretaris De
Mos, penningmeester Rutten, opperhoofd technische zaken Ten Cate, hoofd jeugdbeleid Cocu, aanspreekpunt trainers R. Koeman, chef logistieke zaken Van Hooijdonk, algemeen adviseur Derksen, zoiets. Uit de functieverdeling komen de heren wel uit.
Ik zal de KNVB snel op de hoogte brengen van dit kansrijke plan.
(foto PR)

NIEUWE SEIZOEN NADERT

FC Twente – RKC in Fleringen (1-0 slechts) schijnt een saaie wedstrijd geweest te zijn. Dat zal allemaal wel, die oefenwedstrijden zeggen weinig. Heracles heeft er pas één verloren en FC Twente heeft er slechts af en toe één gewonnen. Het zegt niks. Er zijn nieuwe spelers, er zijn teveel spelers, er komen nog spelers, trainers zijn aan het experimenteren.

Pas na 1 september, als de transfermarkt dicht gaat, kun je je aan een voorspelling wagen. Niettemin denk ik heel voorzichtig dat Heracles een stabiele middenmoter gaat worden en dat FC Twente gaat meedoen om de derde, vierde plaats. Met name sinds de terugkeer van Robin Pröpper en Ramiz Zerrouki (foto rechts) is het niveau van de selectie behoorlijk gestegen. Beide mannen beschikken over een uitstekende trap en die kwaliteit had Twente nog niet. Bovendien kunnen ze beiden ook prima verdedigen. Meteen in de basis die twee, zeg ik tegen Joseph Oosting.
Op het Twentse middenveld is de keuze reuze. Zerrouki is zeker. Wat mij betreft Kristian Hlynsson ook, want dat vind ik een zeer talentvolle speler; en verder? Thomas van den Belt kon bij Feyenoord niet meekomen. Zou hij dan bij Twente wel in de basis kunnen spelen? Michel Vlap is heel wisselvallig. Hij heeft vooral in de tweede helft van de vorige jaargang in een groot aantal wedstrijd niets tot weinig laten zien. Carel Eiting en Gijs Besselink zullen bankzitters worden en wat gebeurt er met Mathias Kjølø wiens waarde vaak onderschat wordt? En Arno Verschueren, gaat hij op dit niveau een stabiele speler zijn?
Het nieuwe seizoen nadert. De definitieve opstellingen zijn nog in de maak, maar ik ben zeer benieuwd wat het gaat worden.
(foto’s FC Twente)

OEZBEEKSE VOETBALFAN

Speciaal voor de volgers van FC Twente. Mijn zoon en ik reisden een week door Oezbekistan. Ja, soms komen we nog eens ergens. Het is een mooi, maar vooralsnog geen voetballand. Hier en daar een veldje met partijtjes 7 tegen 7.
Op het station in Samarkand namen we een broodje bij een jongeman die Engels sprak.
“Wat spreek je goed Engels?”
“Dat gaat best”, zei hij bescheiden en een beetje verlegen, terwijl de broodjes warm gemaakt werden. “Ik wil in Europa gaan studeren.”
“Waar”, vroegen we.
“In Italië of Duitsland. Ik wil daar geneeskunde gaan doen. Waar komen jullie vandaan?”
Dat vraagt daar bijna iedereen. Taxichauffeurs zeggen vaak alleen maar “From?”
Sommigen hadden nog nooit van The Netherlands gehoord, hadden geen idee waar wij vandaan komen. Maar de jongeman van de broodjes wel.
“Ah”, zei hij, “Ajax Amsterdam.”
“Ken je Ajax?”
“Ja, ik kreeg als twaalfjarige een Ajax-shirt van Wesley Sneijder. Sindsdien ben ik fan van Ajax. Fijn dat ze weer hoog geëindigd zijn.”
“Ken je nog meer clubs in Nederland?”
“Ja, FC Twente.”
“Alleen FC Twente?”vroegen wij.
“Ja, want ik ben een fan van Hakim Ziyech. Sinds hij bij Twente speelde, volg ik hem. Is hij aardig?”
“Jazeker”, zeiden we.
“Mooi”, zei de jonge broodjesverkoper. “Ik zou zo graag een shirt van hem willen hebben.”
We adviseerden hem een brief naar FC Twente te schrijven. Wie weet? En anders, als hij eenmaal in Europa studeert, zal het wellicht ook wat makkelijker worden om er ergens eentje te scoren….
(foto Herman Oude Alink)

80

Omdat ik niet onbescheiden wil zijn…

 

JOS WAS ERBIJ

Gisteravond was ik uitgenodigd bij de Ronde van Wierden, beter gezegd bij de Grote Prijs Jos Lammertink en had het goed naar mijn zin. Schitterend weer (dat scheelt een boel), veel publiek en volle terrassen langs het kronkelige parcours door de straten van het dorp. Was het nostalgie? Dat aangename gevoel met een behoorlijke laag weemoed?

Het was prachtig. Die zoevende bandjes in de bochten, dat geklik van de versnellingsapparaten, het geschreeuw naar een renner die niet oplet, de geur van massageolie. Ja, en dan denk ik aan vroeger toen ik vanaf een jaar of twaalf die rondjes om de kerk langs ging. Goor, Delden, Neede, Haaksbergen, Borne, steeds verder. Ik kon er niet genoeg van krijgen. In elke plaats, hoe klein ook, had je een koers. Meestal was de koers voor amateurs het hoogtepunt. Ik kan er uren over vertellen.

Daar moest ik gisteren aan denken. Tijden veranderen. Wierden is een uitzondering geworden. Slechts in een enkele plaats in Twente is jaarlijks nog zo’n koers. En helaas rijden de renners daar meestal voor een handvol toeschouwers. Zie die trend maar eens ten goede te keren. En dat terwijl wielrennen eigenlijk nog steeds een grote sport is.

Wat ook leuk was gisteren: omdat Jos Lammertink een half jaar geleden overleed aan een slopende, maar tamelijk onbekende spierziekte was een veertigtal oud-renners uit de generatie van Jos opgeroepen om een paar rondjes over het parcours te fietsen. Ter ere van Jos. En ik merkte aan iedereen dat Jos er nog steeds bij was. Zijn naam viel overal en zijn maten van toen waren van de partij. Henk Lubberding (71) had voor die gelegenheid de gele trui die hij in de Tour de France van 1988 had veroverd, aangetrokken. Hans Boom (67) had het rood-wit-blauwe shirt van zijn nationale titel in 1982 aan en andere vedetten van toen reden in het shirt van de sponsorploeg waar ze destijds voor koersten. Gerard Veldscholten (65), Theo de Rooij (68), vader en zoon Stamsnijder (70/36), Rob Harmeling (65), Arie en Reinier Hassink (74/80), Han Vaanhold (bijna 68), Helmut Ritterfeld (68), Henk Poppe (72), Roelof Groen (72) et cetera. Hoe sommigen hun torso in het vijftig jaar oude shirt hadden gefrommeld, vraag ik me nog steeds af. Dat gold overigens niet voor De Rooij, Poppe en een paar anderen die netjes op hun lichaam hadden gepast. Herman Lammertink reed op de fiets waarmee zijn broer Jos in 1983 de finish van Parijs-Roubaix passeerde. De krasse knarren bleven nog een tijd nazitten met in hun midden Annette Lammertink en haar familie. Erg leuk allemaal.

De avond voor de GP Jos Lammertink had het organiserende comité een veiling georganiseerd met Theo de Rooij als veilingmeester. De helft van de opbrengst (gisteren stond de teller op € 76000) gaat naar de Stichting Over@Leven en het andere deel naar naar de IBM-stichting die onderzoek naar deze nog relatief onbekende spierziekte ondersteunt.

PS De koers voor de vrouwen werd gewonnen door Marit Cent uit Goor. Bij de junioren mannen was Erwin van Leijen de sterkste met plaatselijk favoriet Joost Spijker als derde.

MET TWEE IKSEN

Waar zijn jongensnamen als Frans, Henk, Bennie, Herman en Arnold gebleven? Albert, Joop, Theo. Vaak genoemd naar de opa of een favoriete oom of naar de heilige van de geboortedag. Dit soort namen komen niet meer voor op de geboortekaartjes van tegenwoordig.

Bij AZ scoort ene Mexx Meerdink aan de lopende band doelpunten. Gisteravond tegen Heerenveen maakte hij drie goals. Een van de mooiste treffers van het afgelopen seizoen kwam ook op zijn naam. Hij scoorde tegen NAC met een fallrückzieher. Klaus Fisher en Jan Jeuring zagen het kunststukje op de buis en applaudisseerden spontaan. Wat zij goed konden, blijkt Mexx ook te kunnen. En Sem Steijn overigens ook, hebben we eveneens in het afgelopen seizoen kunnen zien in de wedstrijd tegen Heerenveen.

Maar ik dwaal af. Het gaat me om de naam Mexx. Een dikke twintig jaar geleden was ik voor de TCTub naar Heerhugowaard gereisd voor een interview met Martijn Meerdink, de Achterhoeker die voor AZ speelde en in vorm was. Hij stond op de nominatie voor een plaats in de Oranje selectie. Ik herinner me nog dat hij in een wijk woonde waar de straten naar vrouwen als Aletta Jacobs, Joke Smit en Suze Groeneweg genoemd waren, vrouwen die de positie van de vrouw aan de kaak stelden. Maar ook dat terzijde.

Martijn Meerdink ontving me hartelijk. We waren net een paar minuten met het interview bezig toen zijn vrouw de kamer binnenkwam met een baby op de arm. Ze stelde zich voor en ook de jonge zoon. Ik vroeg naar zijn voornaam.
‘Mexx’, zei ze, ‘met twee iksen.’
‘Mooie naam, maar nooit van gehoord’, reageerde ik, ‘Mexx met twee iksen, waar komt dat vandaan?’
‘Het is een kledingmerk’, zei Martijn. ‘Ken je dat niet?’
‘Nee, zal wel aan mij liggen.’
‘Is een heel bekend merk’, reageerde mevrouw Meerdink.
Ze hadden dus hun baby naar een kledingmerk genoemd. Dat had ik nog nooit eerder gehoord. Heel wat anders dan:

“Geboren Hendrikus, Johannes, Jozef. We noemen hem Henk.”

Intussen, zo lees ik, is Mexx gescout door FC Barcelona. Hoe zouden de Spanjaarden zijn voornaam uitspreken? Laat staan de achternaam.
Mexx Meerdink, onthoud de naam.
(foto AZ)
© Copyright - Gijs Eijsink Tekstenetcetera