365 GESCHIEDENISLESJES

Bijna 25.000 fans van FC Twente scheuren vandaag het laatste blaadje eraf. De scheurkalender tgv het 60-jarig bestaan van de club is leeg. 365 fraaie en minder fraaie herinneringen aan de eredivisionist hebben hun werk gedaan. FC Twente besloot de kalender cadeau te geven aan al die trouwe fans die een jaarkaart hebben, aan hen die de club aanmoedigden in goede en slechte tijden.

Ik mocht die kalender maken. Dat kostte de nodige uren, maar het was een heel leuke klus. Gelukkig beschik ik na al die jaren waarin ik de club heb gevolgd over een groot archief en hielp FC Twente (vooral Jasper vd Bult) volop mee.
Gisteren nog sprak een onbekende mevrouw mij aan tijdens een bezoekje aan de tentoonstelling 60 jaar FC Twente in de Oude Kerk te Enschede. ‘Wat jammer dat het jaar erop zit, want elke dag een interessant feitje lezen over de club vond ik geweldig leuk’, zei ze enthousiast. ‘Bedankt daarvoor.’
Leuk om te horen.
En ras-supporter Toon Heupink dan. Hij vertelde me een tijdje geleden dat de kalender verplichte kost was voor zijn kinderen. ‘Elke dag moesten ze van mij lezen wat die dag op de kalender stond. Het was huiswerk voor hen. Geen ontkomen aan’, zei Toon, ‘want ik wil dat ze veel van de club te weten komen, die zo diep in mijn hart zit. Ik overhoorde hen ’s avonds wat er die dag op de kalender gemeld werd. Gratis geschiedenisles over mijn club.’ Hij keek er heel serieus bij. Toon meende wat hij zei.
Zo zal dat niet in elk gezin gebeurd zijn. Maar in ieder geval waren die tienduizenden lezers van de kalender elke dag even met de gedachten bij hun geliefde club en dachten ze een paar momenten terug aan een speler van vroeger, aan een glorieus moment of kregen ze een feit voorgeschoteld waar zo nooit bij stilgestaan hadden.
Vandaag op oudjaarsdag sluiten we af met wie anders dan Bryan Ruiz.

WOUT IN DE VESTE

Zie je het voor je? Wout Weghorst die zijn laatste jaren als profvoetballer alsnog bij FC Twente slijt? Die zijn hele ziel en zaligheid, zoals we dat van hem gewend zijn, in dienst van de Enschedese eredivisionist stelt. Ik denk dat het moment van zijn komst naar de Veste naderbij gekomen is. Immers, hij is aan het eind van dit seizoen transfervrij en bovendien heeft hij bij Ajax geen vrienden meer.

Ga maar na, vorige week kreeg het enfant terrible uit Borne een trap op de enkel van een Fortuna-verdediger. Wout lag op de grond, zijn ploeggenoten had balbezit en voetbalden gewoon door. Wout lag aangeslagen op de grasmat, schreeuwde het uit van de pijn, maar zijn maten schoten de bal niet buiten de lijnen om snel een verzorger bij de gewonde Wout te kunnen laten komen. Hij kwam na een tiental seconden moeizaam in de benen, keek wat rond, zag een aanval van zijn ploeg mislukken en ging weer liggen. Toen het spel wel stopte, kon de staf van Ajax eindelijk aandacht besteden aan de blessure. Je zag het bloed dwars door het enkelverband naar buiten komen. Heftig.

Nu weet ik ook wel, dat Wout geen vriend meer is van de aanhang van FC Twente. Hij wilde anderhalf jaar geleden al komen, bereidde de terugkeer naar zijn geboortegrond achter de schermen voor, maar bezweek voor de aanzoek van Ajax’ baas Alex Kroes. Hij herinnerde zich plotseling dat hij vroeger ooit in een Ajax-pyjama had geslapen en was ineens Ajacied. Dat vonden de Twente-fans niet fijn. In de Veste kreeg hij dat haarfijn te horen via gefluit en bepaald geen vleiende scheldpartijen.

Toch denk ik dat de fans hem dat zullen vergeven als hij eenmaal het Twente-shirt draagt en zich met zijn spreekwoordelijke inzet en ijver voor de FC gaat uitsloven. Wout als opvolger van Van Wolfswinkel. Dat kan, denk ik.
(foto AFC Ajax)

ROMÁRIO KWAM NIET (2)

In de eerste weken van 2004 was ik weer voor familiebezoek in Brasil. Om mijn aardige kennissen Annie en Gerrit Vermeer weer even te ontmoeten, reisde ik ook naar Rio. Tip voor iedereen die naar Brazilië gaat: ga altijd een dag of wat naar Rio, mooiere stad vind je haast nergens.
Maar dat terzijde. Gerrit had me in 1989 geholpen bij de ontmoeting met Romário’s ouders en oud-trainer, zoals ik een week geleden al schreef, en vroeg of ik de kleine crack weer eens wilde interviewen, want het fenomeen was terug in Rio.
Hem interviewen wilde ik graag. Waarom niet. Mooie belevenis en ik was er toch. De doelpuntenmaker was intussen bijna 38 en stond na de nodige wedstrijden bij oa PSV, Barcelona, Flamengo en Valencia sinds een paar jaar bij Flumenense onder contract. Sommige voetbalkenners dachten destijds dat hij wegens blessures en privé omstandigheden gestopt was. Maar Gerrit en ik vernamen dat hij in Juiz de Fora, 180 km ten noorden van Rio, op trainingskamp was met Fluminense om zich voor te bereiden op het nieuwe seizoen. Dat begint in Brasil altijd eind januari.
We reden naar het trainingscentrum in de bergen boven Rio. Het regende hard. Zomertijd is ook regentijd. Maar Fluminense trainde gewoon. We zagen Romário wel meedoen, maar niet fanatiek.
Het regende harder en harder en begon te onweren. Gerrit en ik verhuisden naar het afdak van het kleedkamergebouw. Daar aangekomen, flitste en donderde het zo hard, dat trainer Valdir Espinosa de training stopte.
Lees hieronder hoe het afliep. Het is een fragment uit het sfeerverhaal dat ik bij terugkeer in Nederland voor de TCTub en de GPD-kranten van dit avontuur heb gemaakt.
=Een kostbare dag in de voorbereiding op het nieuwe Braziliaanse voetbaljaar gaat verloren. Valdir baalt. De spelers balen. Zelfs de oude Romário die normaliter niet bekend staat als een liefhebber van trainen, heeft de smoor in. Met het hoofd naar beneden slentert hij het veld af. Naast hem loopt ene Gilson, een junior van 17 jaar. Het zou zijn zoon kunnen zijn.
“Even praten, Romário?”
Hij schudt nee, maar stopt toch. De vraag in het Nederlands heeft hem bereikt. “Kunnen we Nederlands spreken?”
“Een beetje”, zegt de kleine ster.
“Hoe voel je je momenteel?”
“Heel goed.” Zijn kortgeknipte haar, zijn rode voetbalplunje, alles is door en door nat. Hij wil naar binnen.
“Kunnen we straks wat langer praten?”
“Ja”, zegt hij vriendelijk.
Maar ‘straks’ blijkt niet te bestaan. Een strenge manager verbiedt het. Trainer Valdir staat de pers wel even te woord. “Of Romario fit is? Heel zeker. Ik verwacht veel van hem en hoop dat hij met zijn ervaring veel kan betekenen voor de jonge spelers. Hij is nog steeds een idool voor de jeugd.”
Tot zover.
PS Romário zou voor deze club 60 wedstrijden spelen, waarin hij 34 keer scoorde.
Foto Fluminense FC.

ROMÁRIO KWAM NIET (1)

Hij kwam niet. Er is een boek verschenen over Romário de Souza Faria. Het gaat over zijn tijd bij PSV tussen ’88 en ’93 (109 wedstrijden/98 doelpunten). De kleine grote ster van weleer zou deze week in Eindhoven bij de presentatie zijn, maar hij ontbrak. Hij bleef in het zomerse Rio en liet het boek het boek.

Typisch Romário. Ik kan erover meepraten, want begin 1989 reisde ik naar Brasil om de bruiloft van mijn aardige neef Thom te bezoeken. Tevens zou ik voor de Pers Unie (een samenwerkingsverband van regionale kranten) een verhaal proberen te maken over de roots van Romário, die sinds enkele maanden de pannen van het dak speelde bij PSV.

In Rio kreeg ik hulp van de persvoorlichter van Romário’s oude club Vasco. Hij regelde een gesprek met de ex-trainer van de crack en met diens ouders. Prachtig verhaal. Klein, vrijstaand huis aan de rand van een favela. Vader de Souza Faria deed het woord, moeder en zusje keken toe. Als ik moeder iets vroeg, gaf vader antwoord. Zijn vrouw diende hem en mij (en tolk Gerrit Vermeer) slechts af en toe een glaasje water aan te reiken.
Terug in Nederland wilde ik de reportage completeren met een interview met Romário zelf. Afspraak gemaakt op de Herdgang waar PSV traint, op de vrije woensdag, 11 uur. Maar Romario kwam niet opdagen. De uitbater had met me te doen en belde hem. “Hij kan niet komen, hij is moe”, kreeg ik te horen. “Ga naar zijn huis”, adviseerde de man en gaf het adres. Weldam, ik weet de straatnaam nog. Fotograaf Gerard en ik belden er hoopvol aan, maar niemand deed open. Tja, dan maar onverrichter zake terug naar Hengelo.
Nieuwe afspraak gemaakt, precies een week later. Maar hetzelfde verhaal. Geen Romario. In de kantine meldde zich echter opeens PSV’s aanvoerder Hans van Breukelen. Hij had zich nog even laten behandelen door de fysio, vertelde hij. Dan: “Interview met Romário? Hij komt niet? Tweede keer al? Wacht maar. Ik bel hem even.”

Twintig minuten later kwam de ster glimlachend het gebouw binnenwandelen. Het interview kon doorgaan. Technisch-directeur Frank Arnesen was erbij om wat te helpen met vertalen. Hij had in Spanje gevoetbald. Zo werd het al met al een bijzondere reportage, een van de mooiste die ik ooit maakte. (Had ik die krant maar bewaard).

PS Ik herinner me ineens dat ik nog een foto heb genomen van Romário’s ouders en zusje. Gezocht en gevonden. En ik herinner me ook dat ik hem bij het interview in Eindhoven die foto liet zien, waarna hij even emotioneel werd. Ver van huis….
(Zww foto Gerard Hassing, kleurenfoto GE)
© Copyright - Gijs Eijsink Tekstenetcetera