RIP EGBERT TER MORS

Oud-voetballer Egbert ter Mors is overleden. De technisch begaafde speler uit Enschede is 84 jaar geworden. Hij woonde een groot deel van zijn leven in Boekelo. De laatste tijd nam zijn gezondheid af. Gisteren kreeg hij een hartaanval, waarna hij vandaag in het ziekenhuis in Enschede rustig is ingeslapen.

De Enschedeër was een potentiële topspeler, hij was balvaardig en had veel inzicht. Veel kenners zijn van mening dat Ter Mors meer uit zijn carrière had kunnen halen. Zo had hij volgens hen zeker het niveau van het Nederlands Elftal.

Ter Mors groeide op bij Enschedese Boys. Na ruim 100 wedstrijden stapte hij in 1963 over naar Go Ahead. Met de ploeg uit Deventer verloor de binnenspeler in ’65 de bekerfinale tegen Feijenoord met 1-0. Intussen speelde hij ook enkele wedstrijden voor Jong Oranje en het Nederlands B-elftal.

In de zomer van ’65 maakte hij de transfer naar de kersverse fusieclub FC Twente. Daar scoorde hij op 22 augustus het eerste competitiedoelpunt in de historie van de FC. Dat gebeurde in de thuiswedstrijd tegen Telstar. Ter Mors maakte halverwege de tweede helft de gelijkmaker. De wedstrijd eindigde in 1-1. Hij maakte daarna in 59 wedstrijden nog zes doelpunten.

De Enschedeër vertrok na de twee jaar FC Twente naar Rot Weiss Essen. Toen Twente in ‘67 een oefenwedstrijd tegen deze ploeg had gespeeld, werd hij korte tijd later door een makelaar benaderd voor een overgang naar de gerenommeerde Duitse club. Trainer Kees Rijvers was daar niet tegen. Hij was een fan van de talenten van Ter Mors, maar vond hem te wisselvallig.

In Essen had Ter Mors als een van de eerste Nederlandse voetballers in de Bundesliga een prettige tijd. Hij promoveerde met deze club naar de Bundesliga, samen met spelers als Willi Lippens en Helmut Littek. Ook daar werd Ter Mors een gewaardeerde speler. Veel regionale voetballiefhebbers volgden hem wekelijks via de befaamde Sportschau van de ARD.

Na Essen voetbalde Ter Mors voor De Graafschap en daarna speelde hij nog voor een jaar bij Go Ahead en enkele wedstrijden voor PEC.

Na zijn voetballoopbaan was hij actief in de paardensport als opleider van jonge paarden. Ik sprak hem af en toe. Egbert was een aardige kerel. Terugkijken op zijn loopbaan als profvoetballer deed hij niet graag: ‘Je praat over twee eeuwen geleden. Ik hou daar niet van’, zei hij dan.
Links Egbert ter Mors in actie namens Enschedese Boys. Op de achtergrond Abe Lenstra.

SPERWER

Er vloog een sperwer tegen een raam van ons wooncomplex. Hij had net een merel gegrepen. Hij was behoorlijk groggy. Onze overbuurman vond hem en belde de dierenambulance. Een dierenverzorger behandelde hem liefdevol en nam hem mee. Ik hoop dat hij vandaag alweer ergens biddend in de lucht hing om een muis, merel of rat te scouten en vervolgens te verschalken.

Rest de vraag waar ik vandaag regelmatig over nadacht: hoe kan het dat midden in Hengelo een sperwer tegen een ruit vliegt?
Was hij verdwaald? Hij hoort toch niet in, maar buiten de stad loerend rond te vliegen.
Of lette hij niet op toen hij de merel achtervolgde?
Lokte de merel hem bewust richting ons wooncomplex om vervolgens op het laatste moment op slinkse wijze af te wijken, zodat z’n achtervolger tegen dat grote raam op knalde?
Misschien dacht hij dat de ruit geen ruit was.
Of leidde de weerspiegeling in de ruit van de zon of de wolken hem af?
Zag hij door de weerspiegeling van de ruit zichzelf, raakte daardoor de kluts kwijt?
Als hij maar geen hersenschudding heeft. Of een gebroken vleugel.

Ik denk ook aan sommige kennissen van mij die bij dit verhaal denken: ‘Nou en? Mocht hij het niet overleven, dan niet. Niks aan verloren. Aan zo’n rover.’
(foto Johan Oude Engberink)

BORDEN

Radio 1 had een item over de verkiezingen. Ik was onderweg naar Hengevelde en moest daarna naar Enschede. Zo was ik er helemaal bij, bij volgende week woensdag als we gaan stemmen. Op de Diamantstraat in Hengelo hing de nieuwe bazin van Forum voor Democratie aan de lantaarnpalen. Haar naam was ik kwijt. Maar het gezicht vergeet ik niet meer, want ze hing aan heel veel palen. In Bentelo hadden ze een bord met het hoofd van dezelfde jongedame helemaal boven aan een paal vast getieript, zodat ’s nachts de lamp haar nog eens extra kon belichten. Maar verderop frappeert de plaatselijke fan van FvD mij. Hij heeft in een afgehuurd weiland een gigantisch spandoek geplaatst. In Bentelo. Van FvD dus. Daar waar je CDA of BBB verwacht, op zo’n enorm doek. Nee, ik wil de Bentelose medeburger niet framen, maar vond het toch wel opvallend.

In Hengevelde moet ik altijd wennen aan de manier waarop de bekende familie Schreijer de verkiezingen propageert. CDA-mastodont Annie heeft een bescheiden bord van haar voorman Henri Bontenbal bij de oprit staan en een paar meter verder heeft haar zoon een doek met Iedere Dag BBB Beter in het weiland geplaatst. Wat zou Annie daarvan vinden? Ik denk dat ze stiekem ook een beetje houdt van Caroline en haar partij.

Daarna op weg naar Enschede. Daar is Jimmy Dijk. Hij hangt bij de bushaltes. Mevrouw Bikker van de ChristenUnie lacht me op het lange rechts stuk vanaf bijna elke paal toe. Stiekem mag ik haar wel. Verder lacht Rob Jetten ons ook toe, maar dan wel vanaf een veel luxer billboard. Logisch, hij mocht ruim 2 miljoen uitgeven voor de promotie van D66. De man is zelfverzekerd momenteel. Wat zal het hem brengen?

Bij de UT is de jongedame van FvD terug. Ze mikt op een kansje bij de studenten. Ik mijmer over het nut van al die borden. Bij aankomst zag ik nog een bord met Samen Sterk van de PvdA. Ook een luxere uitgave dan de lantaarnpaalborden. Maar, maakt het wat uit?

KORENBLAUW COLBERTJE

“Zet ze doar ma neer”, zei de man.
“Hier?”
“Joa, dat zeg ik, doar!”
De lange, magere, kale zestiger met zijn kleurloze werkjas keek nauwelijks op van achter de balie van het grote kringloopbedrijf. Ik stond daar met twee vuilniszakken met elf colbertjasjes en nog eens drie andere jasjes. Mijn vrouw IK (ze wil niet met haar volledige naam op FB, vandaar de initialen) en ik hadden ze zorgvuldig geselecteerd. Ik wilde ze eigenlijk niet wegdoen. Vond ze nagenoeg allemaal nog draagbaar. Maar zij vond van niet en dan heb je te luisteren. Er moet ruimte komen in de hangkast.
Het fraaie, ietwat nonchalante, grijze jasje zat erbij. Ik had er mooie herinneringen aan. IK wist nog waar ik hem aan het eind van de vorige eeuw gekocht had en dat ik hem voor het eerst gedragen had op het jubileumfeest van een vriend. Ze heeft een visueel geheugen.

Nog een chic, grijs jasje. “Weg ermee. Is je veel te klein intussen.”

Het korenblauwe colbertje was mijn favoriet. Ik droeg het vaak en wilde het niet missen. “Je kocht het toen onze vorige buren trouwden.” Zoals ik al zei, IK heeft een visueel geheugen. Ze ziet het jasje en de herinnering dirigeert haar naar het feestzaaltje van toen. Die buren zijn overigens alweer jaren uit elkaar, maar het prachtige jasje had ik nog.

“Kijk naar de kraag, zie de binnenkant”, zei ze. “Dat kan echt niet meer.” Ik zuchtte diep en daar ging het korenblauwe jasje.

Het donkergroene zomerjack? Dat kan toch nog wel? “Nee joh. Die moet echt weg”, gebood IK. Want het is bijna versleten en ook nog eens uit de mode. Je kunt daar niet meer mee lopen….

Kortom, er was geen houden aan.

Met behoorlijk veel tegenzin reed ik naar de kringloop, werd naar een speciale balie gestuurd, waar een lange zestiger zonder op te kijken, zonder in de vuilniszakken te kijken, zei: “Zet ze doar ma neer”.
© Copyright - Gijs Eijsink Tekstenetcetera