SI

Zelfs de kenners op tv noemen hem een wonder. Ze betitelen hem als godenzoon, als de beste voetballer aller tijden, als Leo de Ontembare. Je leest bijvoeglijke naamwoorden als Messiaans, uitmuntend, fenomenaal en onovertroffen. Dat is terecht. Hij is inderdaad enorm goed. Geniaal misschien. Wat geinig dat hij vervolgens een penalty miste. Hoe kon dat zo ineens? Hoe wonderlijk was dat?

Vandaag wordt Lionel Andrés Messi Cuccittini 39 jaar. 21 jaar geleden vierde hij zijn verjaardag in Enschede. Zou hij dat nog weten? Hij was daar vanwege het WK voor Voetballers onder de 20 jaar. De Argentijnen logeerden in het Dish-hotel. Ze trainden bij Sparta en speelden enkele wedstrijden in het Arke stadion. Ik was erbij tegen Egypte. Argentinië won met 2-0.  Messi scoorde de 1-0 en in blessuretijd maakte Zabaleta de 2-0.

Namens de TCTub meldde ik na afloop de perschef van de Fifa dat ik Messi graag wilde spreken. Een kwartiertje later stond ik in de perstent op het voorplein van het stadion oog in oog met Messi. Ik moet het toch even vertellen, want het mondde uit tot mijn en waarschijnlijk ook Messi’s kortste interview aller tijden. Nou ja, interview? Noem het maar een praatje. De term ‘interview’ is niet op zijn plaats. Ik stelde een vraag, de tolk vertaalde en Messi antwoordde ‘si’. Ik wachtte nog even, maar de kleine ster liet het bij si. ‘Nog een vraag’, vroeg de tolk. Jazeker. Ik stelde mijn tweede vraag. Messi dacht even na en antwoordde andermaal ‘si’. Bij de derde en laatste vraag haalde hij zijn schouders op, keek mij aan en antwoordde: ‘Espero que sí’ (ik hoop het). Hoe krijg ik die jongen aan het praten, dacht ik bij mezelf. Maar het hoefde al niet meer, De tolk zei: ‘Thank you’ en gaf het woord aan enkele Argentijnse collega’s. Ik wachtte nog even om te kijken hoe dat ging. Tegen zijn landgenoten was Leo ietsjes uitgebreider, maar nog steeds heel kort van stof. Anno 2026 houdt hij nog steeds niet van interviews. Dat zie je aan zijn gezicht als hij na het zoveelste doelpunt in de zoveelste WK-wedstrijd een reactie moet geven.

PS. In 2005 werd hij met Argentinië o 20jr wereldkampioen.
(foto rtv Oost)

‘CRUIJFF KREGEN WE NIET TE PAKKEN’

In 2010 was ik in Brazilië voor familiebezoek. Maar tevens zou ik voor Voetbal Magazine (blad bestaat niet meer) proberen een Braziliaanse voetbalcrack van weleer te interviewen in de aanloop naar het WK in Zuid-Afrika. Het lukte om in São Paulo een afspraak te maken met Roberto Rivellino, ster van Braziliaanse elftal in 1970, ’74 en ’78. Het interview zit veilig opgeborgen in mijn archief.

Rivellino had alle tijd. Heel prettig en sympathiek. Het werd een lang en fijn interview. Ik was er heel blij mee. Overigens stond hij erop dat ik zijn achternaam met dubbele l spelde. ‘Jullie Europeanen doen dat altijd fout’, zei hij.

Een paar citaten over de legendarische wedstrijd Brasil vs Oranje in 1974, een memorabele, spijkerharde wedstrijd. Rivellino: “Ik had er vrede mee en dat heb ik nog steeds. Jouw land had wereldkampioen moeten worden. Dat zou terecht geweest zijn. We verloren van het beste elftal. Ik had Holanda als favoriet voor de finale. Jammer dat het niet gelukt is.’

Die halve finale vergeet hij zeker niet, zegt hij. Hij maakte zelden een belangrijke nederlaag mee, dus het kleine aantal dat hij mee heeft moeten maken, verdwijnt niet uit zijn geheugen. ‘We hadden in het begin een paar goede kansen. Hadden we er één of twee benut, dan was het anders gelopen. Cruijff was een topspeler. We kregen hem niet te pakken. Rep vond ik ook goed en de verdedigers ook. Ikzelf kwam als linkshalf vaak een grote, langzame speler tegen, hij was hard en niet van de bal te krijgen.’
Was het Van Hanegem, vroeg ik. Rivellino haalde zijn schouders op. Hij wist het niet meer.

Hij roemde de doelpuntenmakers Neeskens en Cruijff. Hoe wilden ze Johan Cruijff aanpakken?
Rivellino: ‘Tja, dat was een probleem. Hij liep overal. Dat was het karakter van Cruijff. Hij wilde het hele veld beheersen en bespelen. Waar hij liep, moest iemand van ons hem oppakken. Mandekking geven aan hem, zoals de Duitsers daarna in de finale deden, was zinloos, want daar hadden we niemand voor. Duitsers zijn voor dat soort opdrachten veel geschikter.’
Bang voor de wedstrijd tegen Nederland? Hij lacht hard. Een overtuigend ‘nee’ is het antwoord. ‘We hadden respect voor jullie team, omdat het bijna louter uit echte voetballers bestond. Maar wij gingen er wel van uit dat zij bang voor ons waren. Wij waren immers de regerend wereldkampioen.’

Nog één citaat. Hoe voelde hij zich na het laatste fluitsignaal, want Oranje schakelde het beroemde voetballand door de 2-0 zege uit.
‘Hmm. We waren woedend, we waren beduusd, ontgoocheld. Maar ik besefte wel meteen dat we verdiend verloren hadden en dat ik dus in gedachten eigenlijk niets anders kon doen dan applaudisseren voor de tegenstander die ons te grazen genomen had.’

© Copyright - Gijs Eijsink Tekstenetcetera