‘CRUIJFF KREGEN WE NIET TE PAKKEN’
In 2010 was ik in Brazilië voor familiebezoek. Maar tevens zou ik voor Voetbal Magazine (blad bestaat niet meer) proberen een Braziliaanse voetbalcrack van weleer te interviewen in de aanloop naar het WK in Zuid-Afrika. Het lukte om in São Paulo een afspraak te maken met Roberto Rivellino, ster van Braziliaanse elftal in 1970, ’74 en ’78. Het interview zit veilig opgeborgen in mijn archief.
Rivellino had alle tijd. Heel prettig en sympathiek. Het werd een lang en fijn interview. Ik was er heel blij mee. Overigens stond hij erop dat ik zijn achternaam met dubbele l spelde. ‘Jullie Europeanen doen dat altijd fout’, zei hij.
Een paar citaten over de legendarische wedstrijd Brasil vs Oranje in 1974, een memorabele, spijkerharde wedstrijd. Rivellino: “Ik had er vrede mee en dat heb ik nog steeds. Jouw land had wereldkampioen moeten worden. Dat zou terecht geweest zijn. We verloren van het beste elftal. Ik had Holanda als favoriet voor de finale. Jammer dat het niet gelukt is.’
Die halve finale vergeet hij zeker niet, zegt hij. Hij maakte zelden een belangrijke nederlaag mee, dus het kleine aantal dat hij mee heeft moeten maken, verdwijnt niet uit zijn geheugen. ‘We hadden in het begin een paar goede kansen. Hadden we er één of twee benut, dan was het anders gelopen. Cruijff was een topspeler. We kregen hem niet te pakken. Rep vond ik ook goed en de verdedigers ook. Ikzelf kwam als linkshalf vaak een grote, langzame speler tegen, hij was hard en niet van de bal te krijgen.’
Was het Van Hanegem, vroeg ik. Rivellino haalde zijn schouders op. Hij wist het niet meer.
Hij roemde de doelpuntenmakers Neeskens en Cruijff. Hoe wilden ze Johan Cruijff aanpakken?
Rivellino: ‘Tja, dat was een probleem. Hij liep overal. Dat was het karakter van Cruijff. Hij wilde het hele veld beheersen en bespelen. Waar hij liep, moest iemand van ons hem oppakken. Mandekking geven aan hem, zoals de Duitsers daarna in de finale deden, was zinloos, want daar hadden we niemand voor. Duitsers zijn voor dat soort opdrachten veel geschikter.’
Bang voor de wedstrijd tegen Nederland? Hij lacht hard. Een overtuigend ‘nee’ is het antwoord. ‘We hadden respect voor jullie team, omdat het bijna louter uit echte voetballers bestond. Maar wij gingen er wel van uit dat zij bang voor ons waren. Wij waren immers de regerend wereldkampioen.’
Nog één citaat. Hoe voelde hij zich na het laatste fluitsignaal, want Oranje schakelde het beroemde voetballand door de 2-0 zege uit.
‘Hmm. We waren woedend, we waren beduusd, ontgoocheld. Maar ik besefte wel meteen dat we verdiend verloren hadden en dat ik dus in gedachten eigenlijk niets anders kon doen dan applaudisseren voor de tegenstander die ons te grazen genomen had.’