MOOIER KON NIET

Zondagmiddag. Er moet gekozen worden. FC Groningen-Feyenoord zal het wel gaan worden, denk ik. Formule I heeft me nog nooit kunnen boeien, dus waarom zou ik meegaan in de hype rond Max. Om autosport heb ik nooit gegeven. Al die paginagrote verhalen in de krant sla ik altijd over.
Wat is er nog meer op tv voor de sportfreak die ik ben. Ah ja, schaatsen natuurlijk. NPO3 zendt als drie dagen achtereen voortdurend beelden uit van de Wereldbekerwedstrijden in Calgary waarvoor de helft van de Nederlanders heeft afgezegd. Overdreven al die aandacht. Overkill. Die wedstrijden kunnen me dus gestolen worden. Ik wacht op de kwalificatie voor de Olympische Spelen en dan op de Spelen zelf. Dat kan me wel boeien.
Dan toch die beslissende wedstrijd om de wereldtitel in de Formule I, zal ik toegeven aan de rage rond Max en Hamilton? Laat ik dan maar om 2 uur de start gaan kijken, dat biedt vaak de nodige sensatie, zeggen kenners. Oh jee, Max is meteen zijn koppositie kwijt. Dus toch maar voetbal gekeken. Groningen-Feyenoord, pfff. Af en toe even zappen naar Max. Ligt achter. Ligt nog verder achter. Kansloos.
Ik krijg een appje. “Spannend hè? Hij kan het nog worden.”
Hoezo? Ik ga terug naar Abu Dhabi. Nog één ronde te gaan. Omdat er een coureur op de muur is gebotst, heeft Max weer kans. Bijzonder en bizar. En Max doet het.
En ja, dat greep mij aan. Ik vond het best fascinerend. Heb de slotronde, de historische apotheose met veel plezier gekeken. Mooier kon niet. Maar toen na een half uur de studio ondergespoten werd en allerlei commentatoren hun hoofd verloren, was ik weer snel genezen. Ook volgend seizoen kijk ik geen Formule I. Waarvan akte.