LAAT IK HET ZO ZEGGEN

We hadden een sympathieke ondernemer op bezoek vanwege een eventuele aanschaf. Hij was aan het meten, uitleggen en adviseren. Maar al gauw registreerden mijn oren een stopwoord van de beste man. “Laat ik het zo zeggen” zei hij om de haverklap, waarna hij dan meestal de vorige zin herhaalde.
Ken je dat? Dat iemand om de zoveel woorden een bepaalde term laat vallen of een volkomen nutteloze uitdrukking?
Stopwoorden en -uitdrukkingen vallen mij altijd snel op. Wrsch heb ik er een speciaal antennetje voor. Ik kan ze van heel veel mensen uit mijn netwerk of van radio- en tv noemen. Het is geen verdienste, het is geen prestatie, het is nou eenmaal zo.
Een buurman van heel vroeger zei altijd om de andere zin: “Zak oe vertelln”
Een vroegere kennis zei vaak: “Is ni woar dan”.
Een ex-teamgenoot sprak in een gesprek zeker een keer of vijf de gerustellende woorden: “Dat maj wa weetn”.
Ik heb twee goeie bekenden die beiden herhaaldelijk de term “op ’n gegeven moment” gebruiken. Komt veel voor.
Ook “zeg maar” wordt veelvuldig gebruikt.
Een vrouw uit Delden gebruikte in elke zin het woord “eigenlijk”.
Ja “fucking”dit en “fucking” dat. Of “weet je” of “shit” en “hema goed” of “hema super” of “hema top”: bij velen liggen dit soort stopwoorden voor op de tong.
Wat zit hier achter, achter het gebruik van stopwoorden of -uitdrukkingen? Is het onzekerheid, is de woordenschat niet groot genoeg, dienen ze al pratende als een soort houvast?
Nieuwste stopwoord? Ik hoorde een jongeman nogal vaak het woord “oprecht”gebruiken. Dat is chill, sowieso. Het is z’n ding.
Laat ik het zo zeggen, dat is correct, maar hij had het zelf al niet meer in de gaten, geloof ik.