13 | JUNIOR JOS

1975. Jos werd eind maart 17 jaar en was daarmee toegetreden tot de junioren. Hij bleef ook in die categorie veel wedstrijden winnen. Hij was sterk en rap. Elk weekend was het wel een keer raak. Als de finish in zicht kwam, was hij niet te houden. Joop Middelink, bondscoach van de amateurs én de junioren, schreef de naam Lammertink in zijn boekje. Het WK was dat jaar op 22 juni in Lausanne en Jos werd geselecteerd. Theo de Rooij (Vleuten), Paul Driessen (Elsloo) en de nationale kampioen Ad Verstijlen (Sint Willebrord) completeerden de ploeg. Het WK was voor Jos geen succes. Er viel voor de lange renner uit Twente geen eer te behalen, omdat een kopgroep van drie man met daarbij Verstijlen een minuut voorsprong had. De Brabander werd tweede, Jos finishte als elfde net achter De Rooij. Roberto Visentini, de Italiaanse zoon van een uitvaartondernemer won de wereldtitel. Elf jaar later won hij de Giro. Een terugblik van Jos: “Voor mij als eerstejaars was die elfde plaats het hoogst haalbare. Meer zat er niet in.” Dat was zijn beknopte conclusie van zijn eerste WK.

Een jaar later zou Jos namens Nederland andermaal op het wereldkampioenschap uitkomen. In het Belgische Gooik werd zijn optreden geen succes. Middelink selecteerde vlnr op de foto boven Rob Rabe, Jos Lammertink, Jos de Bruin en Theo Luyten voor de ploegentijdrit over 75 km. “Het was geen zorgvuldig samengesteld team”, blikt Jos terug op dit altijd zware onderdeel. “We moesten het met deze vier renners doen, maar Rabe moest al vroeg lossen en De Bruin reed ook niet sterk. Dat schoot niet op”, weet hij nog goed. De vaderlandse juniorenploeg werd slechts tiende. Italië won het goud.

De wegwedstrijd leverde wel een gouden plak op. Jos’ ploeggenoot Ron Bessems werd wereldkampioen. De Amsterdammer won de sprint van een kopgroepje van drie man. Jos werd voor de ogen van vrienden en familie 67ste. Hij baalde behoorlijk, maar het liep zoals het liep. “Bessems zat in de kopgroep en dan ga je niet rijden”, was zijn summiere verklaring.

Niettemin begon Jos uit Hoge Hexel destijds behoorlijk naam te maken als wielrenner. Maar een junior renner moet ook gewoon naar school. Hoe was hij in die dagen als scholier? Hield die loopbaan gelijke tred?


Jos won veel wedstrijden als junior. Op de kleurenfoto de eerste drie van de ronde van Loosbroek. Vlnr de nummer 2 Toine Verstappen, Bert Oosterbosch (3e) en winnaar Jos.Na de lagere school ging hij naar de mavo. Misschien zat er wel meer in, zoals men destijds constateerde. Maar Jos zelf dacht er anders over. Laat mij maar naar de mavo gaan, had hij voorgesteld. “Ik dacht dat ik daardoor veel meer tijd zou kunnen besteden aan het wielrennen”, vertelt hij ruim vijftig jaar later. “Ik had een fiets gekregen bij het groot aannemen* en daarmee reed ik dagelijks naar het Canisius in Almelo, 11 kilometer heen 11 kilometer terug. De eerste dag nam ik alle boeken mee, de grote Bosatlas incluis. Twee tassen vol. Wat wist ik ervan.”

Maar Jos leerde snel bij. Zo zag hij hoe zijn klas- en schoolgenoten erbij liepen. Hij wilde er ook bij horen en droeg al snel een spijkerjasje met een pakje drum dat boven de linkerzak uitstak. Trouwens, niet iedere leraar begreep zijn argumenten waarom hij het huiswerk niet had kunnen maken of leren. “Directeur Ten Berge bijvoorbeeld”, zegt Jos, “vroeg zich vaak af waar ik met het oog op de toekomst mee bezig was. Maar toen ik in 1986 nationaal kampioen werd bij de profs, stuurde hij een uitgebreide brief met zijn felicitaties en complimenten.”

De mavo was voor Jos geen probleem: “Eigenlijk was het een makkie. Ik had natuurlijk geen tijd om boeken te lezen, maar gelukkig had ik wel een goed uittrekselboek. Kortom, ik fietste er doorheen.” Zestien jaar worden op de mavo betekende wel dat er voor de jongens -die buiten de stad woonden- keuzes gemaakt moesten worden. Welke brommer wordt het een Puch, Tomos of wellicht een Yamaha? “Ik kreeg een fiets van mijn ouders, met drie versnellingen Sturmey Archer, duimversteller op het stuur. In de derde versnelling over de brug van het Twenthekanaal, stel je voor. Wat was ik er blij mee! Die blijdschap moest je niet laten merken op school natuurlijk, net doen alsof je liever een brommer had gekregen. Daar had je toch zo op gehoopt, ha ha.”

Na vier jaar rondde Jos de mavo af en ging meteen door naar de havo op de Pius X, ook in Almelo. “Daar werd meer van mij verlangd”, zegt Jos, “maar de KNWU verlangde ook meer van mij. Ik moest drie keer per week naar Papendal om te trainen.”
De jonge coureur kwam voor een dilemma te staan. Zijn ouders vonden dat hij de school af moest maken, dat hij de studie serieus moest nemen, dat hij voldoendes haalde voor de tentamens. Maar Jos zelf vond dat niet. Hij wilde trainen op Papendal. “Ik bleef zitten en het jaar erop weer. Want weer kwam de combi school en Papendal met elkaar in het gedrang. Dat betekende einde middelbare school voor mij. Achteraf was het jammer. Dat vond ik wel. Ik zag er destijds het belang niet van in, maar later baalde ik ervan.”

*Met ‘groot aannemen’ wordt de hernieuwing der doopbeloften bedoeld. De oudere katholieken zullen zich ongetwijfeld nog herinneren dat dit als een feest werd gevierd. Men noemde dat eertijds de Plechtige Communie of eenvoudigweg het groot aannemen, wat plaatsvond in het laatste jaar van de lagere school.

Jos poseert keurig tgv zijn aannemen met zijn peetoom en -tante, oom Johan Jannink en tante Sientje Stamsnijder met hun echtgenoten.