16 | BOOM, CRUIJFF (& BARRY HAY)

Over enkele dagen zou Johan Cruijff 75 jaar geworden zijn. Bert Boom en de grootmeester kenden elkaar. Een valpartij van Bert in 1969 op de wielerbaan van Berlijn lag daaraan ten grondslag. Want soms zit het ook wel eens tegen. De pechduiveltjes fietsen af en toe mee. Dan maken de mannen of vrouwen lelijke smakken. Afgelopen zondag zagen we nog bizarre voorbeelden daarvan bij Parijs-Roubaix.
Bert viel tijdens de Grote Prijs van Berlijn, een wedstrijd voor stayers. De harde val leverde hem een gekwetst lichaam op, maar ook enkele prettige ontmoetingen. Geluk bij een ongeluk.

De mannen reden rond met snelheden van 90 km per uur. Bert lag in tweede positie toen plotseling zijn stuur afbrak. Hij rolde over de betonbaan en kwam op de sintelbaan tot stilstand. Overal schaaf- en andere wonden die vol zaten met het grind van de baan. “Alles lag open, mijn armen en benen zaten onder het bloed”, herinnert hij zich.
Snel werd hij naar een ziekenhuis vervoerd. Jan Jansen (niet de wegrenner, maar de sprinter) ging mee in de ambulance. Toen Bert een geintje probeerde te maken, sprak Jansen de woorden: “Ze moeten jou doodslaan, voor je stopt met grappen maken.”

De wonden werden in het ziekenhuis verzorgd en Bert mocht een dag later naar huis. In het vliegtuig zat hij naast Barry Hay, de zanger van de Golden Earring. “Hij bood me een glas whisky aan”, vertelt Bert. “Ik zei nee, dank je. Topsporters drinken geen whisky.”
In Amsterdam aangekomen was de fles leeg.

Bert belde dokter Rolink, sportarts, clubarts van Ajax. “Hij wist het al, had in de krant gelezen wat me overkomen was en verwees me naar Salo Muller, de verzorger van Ajax. Daar trof ik Johan Cruijff en een medespeler. ‘Jij fietst de komende drie maanden niet’, zei Cruijff tegen me. Ik zei: donderdagavond fiets ik weer op de baan in het Olympisch Stadion.” Cruijff geloofde het niet en kwam die avond met enkele ploeggenoten kijken. “Zo zagen ze wat voor bikkels wielrenners zijn.”

Vele jaren later was Cruijff (foto) als coach van Ajax met zijn ploeg in De Lutte op trainingskamp. Ze speelden bij ons in Enter een oefenwedstrijd. “Ik ging kijken en kwam hem daar toevallig tegen. Hij herkende me direct en zei: ‘Ik noem jou vaak als voorbeeld voor een speler die zeurt vanwege een wondje of een kleine blessure.’