EK voetbal 2004 – KLEINE VOETBALLANDEN

Zeg me dat het niet zo is, zeg me dat het niet waar is… Tien minuten na de finale sprong de grote Nederlander op uit zijn stoel en zong luid en duidelijk de versregels van Frank Boeijen. Hij had zich een aubergine kleurig shirt van de Portugese nationale ploeg gekocht en was in het restaurantje temidden van de echte Portugezen gaan zitten. ‘Omdat ik van dit kleine land ben gaan houden’, vertelde hij desgevraagd. ‘Omdat ik de mensen zo aardig vind en gastvrij. En, ‘zo sprak hij met stemverheffing, ‘ik vind ze buitengewoon positief.’
Hij sprak de waarheid, maar gelden deze eigenschappen ook niet voor de autochtonen van Spanje, Turkije, IJsland of Griekenland? De besnorde landgenoot was echter gevallen op de Portugezen en wilde dat weten ook. En daarom was hij na afloop zo teleurgesteld. Na zijn Frank Boeijen imitatie deed de man nog één uitspraak die geciteerd moet worden: ‘Ik kan nu van die Grieken al geen enkele naam meer noemen.’ De titel was terechtgekomen bij een stelletje naamlozen, bij een zootje voetballers van de tweede garnituur.

In de bewuste eettent waren we de afgelopen weken wel vaker. We hadden een goed contact met een van de obers. Niet al te groot, mooie zwarte haardos met slagen erin, rustig, vriendelijk. Pure voetballiefhebber die de opstellingen van de grote Portugese clubteams, maar ook van de Europese topclubs uit zijn hoofd kent. Zijn favoriete Nederlandse spelers? Van Basten, Rijkaard, Robben en Makaay.

Elke keer als Portugal moest spelen, had hij een probleem, want hij kon als fervent voetbalfan geen twee dingen tegelijk. Hij moest werken en hij moest de wedstrijd zien. Soms bracht hij ons tussendoor met trillende handen het bestelde eten. Zo nerveus was hij dan. Maar meestal werd hij ontzien door zijn collega’s. Die liepen dan een stapje harder voor hem, zodat hij in een hoekje van het etablissement de wedstrijd kon zien. Inderdaad, Portugezen zijn aardig. Ook voor elkaar.

De ober – hij heet João – praatte graag met ons. Zo hadden we een discussie van een uur over de opstellingen voor de wedstrijd Portugal-Nederland. Hij was bang dat Advocaat Kluivert èn Makaay zou opstellen. Dat zou teveel worden voor zijn ploeg, dacht hij. Wat me vooral bijbleef, was zijn meer dan vurige hoop op de Europese titel. Dat Portugal ooit eens kampioen zou mogen zijn. Porto als winnaar van de Champions League, dat was al mooi, maar Porto was niet zijn club. Hij is van Sporting Lissabon. ‘Voor een klein land als Portugal zou het ook eens moeten kunnen, dat het Europees kampioen wordt’, zei hij. Dat de prijzen niet op voorhand naar Duitsland, Italië, Frankrijk of Engeland gaan en zeker niet naar Spanje, dat  altijd lacht om de domme Portugezen. Net zoals Nederlanders om Belgen lachen en Duitsers om Oostenrijkers. Gelukkig voor João wonnen zijn jongens een dag of tien geleden van Spanje. Daar kan hij nog even op teren.

NB Gisteravond was hij vrij. Kon hij met zijn eigen mensen de finale kijken. Maar helaas voor hem werd Griekenland kampioen. Dat is een nog kleiner voetballand. Misschien kan dat een (schrale) troost zijn voor João.